Conclusie
Nummer23/02282
Inleiding
Het eerste middel van de verdachte
Het tweede middel van de verdachte
eerste klachthoudt in dat dat het hof het vonnis in eerste aanleg heeft bevestigd, terwijl de bewezenverklaring en de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen op een niet ondergeschikt punt tegenstrijdig aan elkaar zijn, nu uit de bewijsmiddelen volgt dat de seksuele handelingen met gezamenlijke instemming zijn geschied en – anders dan bewezen is verklaard – aldus geen sprake was van de voor verkrachting vereiste dwang. De
tweede klachthoudt in dat de bewezenverklaring en de bewijsmiddelen op een (ander) niet ondergeschikt punt tegenstrijdig aan elkaar zijn, nu de bewezenverklaring impliceert dat de verdachte en zijn medeverdachten de aangeefster bewusteloos zouden hebben geslagen en uit de bewijsmiddelen volgt dat zulks niet het geval is geweest. De
derde klachthoudt in dat een belangrijk onderdeel van de bewijsoverwegingen van de rechtbank tegenstrijdig is met een voor het bewijs gebruikte verklaring.
4.1 Inleiding
derde klachthoudt in dat uit de bewijsoverwegingen volgt dat op “een filmpje” te zien is dat de aangeefster “bewusteloos was en de verdachten seksuele handelingen met haar verrichtten”, terwijl uit de voor het bewijs gebruikte en dus betrouwbaar geachte verklaring van [getuige 7] volgt dat op het filmpje te zien is dat de verdachten hun kleren aan hadden en geen seksuele (maar troostende) handelingen verrichtten bij de aangeefster.
V: Wat zag je op het filmpje?
tweede klacht, die inhoudt dat de bewezenverklaring en de bewijsmiddelen op een niet ondergeschikt punt tegenstrijdig aan elkaar zijn nu de bewezenverklaring impliceert dat de verdachte en zijn medeverdachten de aangeefster bewusteloos zouden hebben geslagen en uit de bewijsmiddelen volgt dat zulks niet het geval is geweest.
A: Ik kwam daar. We waren daar met [verdachte] en [medeverdachte 1] . [slachtoffer] kwam. We hadden wat gedronken. Er was seks ontstaan. We hadden seks. [slachtoffer] was niet weer helder, ik ben gestopt. We hebben haar geholpen. Er is die avond verder niks meer gebeurd. Hier gaat de verkrachting over? (..)
eerste klachtin dat het hof het vonnis in eerste aanleg heeft bevestigd, terwijl de bewezenverklaring en de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen op een niet ondergeschikt punt tegenstrijdig aan elkaar zijn, nu uit de bewijsmiddelen volgt dat de seksuele handelingen met gezamenlijke instemming zijn geschied en – anders dan bewezen is verklaard – aldus geen sprake was van de voor verkrachting vereiste dwang.
“Ik was niet echt geil maar [slachtoffer] wilde wel en zei tegen mij “Ik ga je wel hard pijpen”. Mijne werd maar niet hard. Ze bleef het wel proberen.”