Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
[verdachte] ,
(…)”
(…)”
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak staat de rechtsgeldigheid van de betekening van een dagvaarding in hoger beroep centraal, waarbij het hof ’s-Hertogenbosch de dagvaarding als rechtsgeldig heeft beoordeeld ondanks het ontbreken van de naam van de ontvanger in de akte van uitreiking.
De advocaat van de verdachte stelde dat de betekening nietig is omdat de akte niet vermeldt aan wie de dagvaarding is uitgereikt, hetgeen volgens de wet tot nietigheid kan leiden. Het hof oordeelde echter dat de uitreiking aan de wettelijke vereisten voldeed omdat de akte was ondertekend en de verdachte op het adres stond ingeschreven.
De advocaat-generaal betoogt dat de ondertekening van de akte door de ontvanger geen wettelijke voorwaarde is, terwijl de vermelding van de persoon aan wie is uitgereikt dat wel is. Het ontbreken van deze naam kan niet worden gedekt door een handtekening zonder herkenbare naam of andere aanwijzingen. Daarom moet het arrest worden vernietigd en de dagvaarding in hoger beroep nietig worden verklaard.
De conclusie bevat een uitgebreide analyse van relevante wetsartikelen, wetsgeschiedenis en jurisprudentie, waarbij wordt benadrukt dat de uitreiker zich moet vergewissen van de identiteit en geschiktheid van de ontvanger. De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest en nietigverklaring van de dagvaarding.
Uitkomst: Het middel slaagt en de dagvaarding in hoger beroep wordt nietig verklaard, met vernietiging van het bestreden arrest.