Conclusie
1.Inleiding
2.De bewezenverklaring, bewijsvoering en ter terechtzitting gevoerde verweren
3.Bespreking van het middel
NJ1965/261).
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf wegens mishandeling van een onbekende vrouw op 14 mei 2023. Het hof baseerde zijn oordeel op camerabeelden, getuigenverklaringen en de eigen bekentenis van de verdachte dat hij de vrouw had geduwd. De vrouw werd meerdere keren geschopt, wat het hof als rake schoppen kwalificeerde die pijn moesten hebben veroorzaakt.
De verdediging voerde in cassatie aan dat niet bewezen kon worden dat de vrouw pijn of letsel had opgelopen, mede omdat zij na het incident verklaarde dat het goed met haar ging en geen verwondingen had. Ook werd aangevoerd dat op de beelden niet te zien was dat met kracht werd geschopt. Het hof had echter geoordeeld dat het opzettelijk schoppen en duwen op zichzelf pijn veroorzaakt, ook zonder zichtbaar letsel.
De procureur-generaal concludeerde dat het middel faalt omdat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd en de bewijsvoering toereikend is. De Hoge Raad bevestigt dat mishandeling ook kan bestaan uit het opzettelijk toebrengen van pijn zonder dat daarvoor een zichtbare verwonding hoeft te zijn, en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft. De straf van zes weken gevangenisstraf met aftrek van voorarrest blijft gehandhaafd. De zaak benadrukt dat het opzettelijk toebrengen van pijn door duwen en schoppen ook zonder zichtbaar letsel strafbaar is onder artikel 300 Sr Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor mishandeling blijft in stand.