Conclusie
1.Inleiding
2.De zaak
3.Het middel
4.De bewijsconstructie van het hof
Standpunt van de verdediging
Parket bij de Hoge Raad
Op 24 juni 2021 vond een gewelddadige woningoverval plaats waarbij 5.1 bitcoins werden gestolen van het slachtoffer. Verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot 40 maanden gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan deze diefstal met geweld. Het hof baseerde zijn oordeel op onder meer camerabeelden, telefoon- en tabletgegevens, getuigenverklaringen en digitaal forensisch onderzoek.
Verdachte reed met zijn auto de mededaders naar de woning van het slachtoffer en weer terug naar Amsterdam. Op zijn telefoon werd een thumbnail met het walletadres aangetroffen waar de bitcoins naartoe werden overgeboekt, en op zijn tablet was een notitie gevonden die verwees naar een storing op het adres van het slachtoffer. Verdachte had ook gedeeld in de buit, wat bleek uit chatberichten. Het hof oordeelde dat verdachte niet als medepleger kon worden aangemerkt omdat hij niet in de woning was geweest, maar wel als medeplichtige vanwege zijn ondersteunende rol en voorwaardelijk opzet.
In cassatie werden drie klachten ingebracht: dat onvoldoende bewijs bestond voor betrokkenheid en opzet, dat het hof ten onrechte opzet op geweld aannam, en dat ontlastend bewijs niet werd meegewogen. De Hoge Raad verwierp deze klachten, bevestigde het bewijs en de motivering van het hof en benadrukte de jurisprudentie omtrent medeplegen en medeplichtigheid. Het cassatieberoep werd verworpen en de strafrechterlijke uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot 40 maanden gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan diefstal met geweld van bitcoins blijft in stand.