ECLI:NL:PHR:2025:1156
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van cassatieschriftuur in zaak profijtontneming
Het gerechtshof Amsterdam bevestigde op 19 april 2023 het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Amsterdam van 17 september 2021, waarin aan de betrokkene een verplichting tot betaling van € 55.000,- is opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Naar aanleiding van dit vonnis stelde de betrokkene cassatieberoep in. De aanzegging van het cassatieberoep werd op 16 november 2023 persoonlijk aan de betrokkene betekend. Echter, binnen de vereiste termijn van twee maanden na betekening werd geen cassatieschriftuur ingediend door een advocaat namens de betrokkene.
Op grond van artikel 435 lid 1 juncto Pro artikel 437 lid 2 juncto Pro artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering leidt het niet tijdig indienen van de cassatieschriftuur tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De procureur-generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van cassatieschriftuur.