Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
Standpunten van partijen
bullshit’.
1. Een aanvangsproces-verbaal van bevindingen van 4 december 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] (AMB 001, p. 5, 6, 9-13).
vermoedelijk [DP: mijn cursivering]had opgelicht’, in dienst getreden van [J] BV, van welke vennootschap [medeverdachte 3] de enige middellijke aandeelhouder en bestuurder was en heeft hij sinds 2 januari 2017 zijn salaris van deze vennootschap betaald gekregen. In dezelfde periode (medio december 2016) is het verkoopkantoor verhuisd en volgens een getuige heeft de verdachte toen verteld dat alles wat een link kon aantonen tussen [B] en [D] moest verdwijnen. Zodoende moest in het vervolg gebeld worden namens [H] en niet meer namens [B] en [D] . Tijdens de doorzoeking van het bedrijfspand is een lijstje aangetroffen waarop onder meer de verdachte als leidinggevende wordt vermeld. Bovendien is medeverdachte [medeverdachte 2] in februari 2017 bij getuige [betrokkene 3] langsgeweest die met haar heeft besproken dat de informatie die aan klanten werd gepresenteerd niet klopte. Toen de medeverdachte dit aan de verdachte vertelde, heeft de laatstgenoemde gezegd dat [betrokkene 3] ‘gewoon moest bellen, en niet zo moest zeiken’. Tot slot, zo blijkt uit bewijsmiddel 1, is chatverkeer via een Whatsapp-groepsgesprek genaamd ' [J] ' aangetroffen tussen [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] . De groepsapp is aangemaakt op 24 januari 2017 en de chats lopen tot 17 maart 2017. In de chats geeft [medeverdachte 3] regelmatig aan dat er klanten binnengehaald moeten worden, omdat er betalingen gedaan moeten worden. Er wordt gesproken over het 'uitvoeren van druk' en 'binnen schoffelen' van een klant omdat er dringend geld nodig is. Uit een telefoongesprek tussen de verdachte en [medeverdachte 3] blijkt ook dat de verdachte wist dat hij onwaarheden verkondigde tegen klanten (bewijsmiddel 15).