ECLI:NL:PHR:2025:1237
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens verval van vervolgingsrecht door verjaring bij valsheid in geschrift
De verdachte werd in 2007 door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor meermalen gepleegde valsheid in geschrift, gepleegd tussen 1997 en 1999. De gevangenisstraf bedroeg zes weken. Namens de verdachte werden drie cassatiemiddelen ingediend, waarvan het eerste middel klaagde over het verval van het recht op strafvordering door verjaring.
De Hoge Raad overwoog dat de feiten zich voordeden in een periode waarin de verjaringstermijn twaalf jaar bedroeg, en dat sinds het arrest van het hof in 2007 geen vervolgingshandelingen waren verricht die de verjaring zouden stuiten. Hierdoor was het recht tot vervolging eind 2019 vervallen.
Het eerste middel werd gegrond verklaard, wat leidde tot vernietiging van het arrest van het hof. De overige middelen behoefden geen bespreking. De Hoge Raad verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens het verval van het vervolgingsrecht door verjaring.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens verjaring en het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging.