ECLI:NL:PHR:2025:1237

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
23/04424
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 SrArt. 70 lid 1 sub 3 SrArt. 72 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens verval van vervolgingsrecht door verjaring bij valsheid in geschrift

De verdachte werd in 2007 door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor meermalen gepleegde valsheid in geschrift, gepleegd tussen 1997 en 1999. De gevangenisstraf bedroeg zes weken. Namens de verdachte werden drie cassatiemiddelen ingediend, waarvan het eerste middel klaagde over het verval van het recht op strafvordering door verjaring.

De Hoge Raad overwoog dat de feiten zich voordeden in een periode waarin de verjaringstermijn twaalf jaar bedroeg, en dat sinds het arrest van het hof in 2007 geen vervolgingshandelingen waren verricht die de verjaring zouden stuiten. Hierdoor was het recht tot vervolging eind 2019 vervallen.

Het eerste middel werd gegrond verklaard, wat leidde tot vernietiging van het arrest van het hof. De overige middelen behoefden geen bespreking. De Hoge Raad verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens het verval van het vervolgingsrecht door verjaring.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens verjaring en het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/04424
Zitting18 november 2025
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

1.Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 16 november 2007 door het gerechtshof te 's-Gravenhage [1] wegens “valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken.
1.2
Namens de verdachte heeft J. Boksem, advocaat in Leeuwarden, drie middelen van cassatie voorgesteld.

2.Het eerste middel

2.1
Het eerste middel klaagt dat het recht op strafvordering van de bewezenverklaarde feiten door tijdsverloop sinds de uitspraak van het hof is vervallen.
2.2
Ten laste van de verdachte is – kort gezegd – bewezenverklaard dat hij zich in de periode van 4 maart 1997 tot en met 1 december 1999 meermalen heeft schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. De maximum gevangenisstraf waarmee ten tijde van deze feiten valsheid in geschrift in art. 225 Sr Pro werd bedreigd, bedroeg zes jaren. Ingevolge art. 70 lid 1 aanhef Pro en onder 3 Sr verjaren in dat geval de door de verdachte begane feiten na twaalf jaren. Hierbij dient te worden opgemerkt dat elke daad van vervolging ingevolge art. 72 Sr Pro de verjaring stuit, waarna de verjaringstermijn opnieuw begint te lopen, zij het dat sinds 1 januari 2006 een absolute verjaringstermijn geldt die voor misdrijven twee maal de wettelijke verjaringstermijn betreft.
2.3
Het arrest van het hof dateert van 16 november 2007. Uit het dossier blijkt in de periode van twaalf jaren na het uitspreken van het arrest niet van enige daad van vervolging, zodat het recht tot strafvordering eind 2019 door verjaring is vervallen.
2.4
Het middel slaagt. Dit zal dienen te leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Gelet daarop behoeven de overige middelen geen bespreking.

3.Slotsom

3.1
Het eerste middel slaagt. De overige middelen behoeven in verband daarmee geen bespreking.
3.2
Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
3.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Parketnummer: 22-001245-07.