Conclusie
turnover(omzet) in de Bonus Pool-bepaling in een
Share Purchase Agreementverwijst naar de wijze van omzetbepaling van de verkochte vennootschap (de
percentage of completion-methode) dan wel ook naar de wijze van omzetbepaling van het concern waartoe de verkrijgende vennootschap behoort (de
completed contract-methode) indien bepaalde omzet daar gerealiseerd zou gaan worden. Het hof heeft het eerste geoordeeld. In cassatie wordt geklaagd over de door het hof gehanteerde uitlegmaatstaf en over de motivering van diens uitlegoordeel. Ik meen dat deze klachten niet slagen. Het hof heeft de juiste uitlegmaatstaf (Haviltex) toegepast. Partijen hebben met kracht van argumenten hun uiteenlopende lezingen van Bonus Pool-bepaling bepleit. Het hof heeft in het licht van het partijdebat zijn uitlegoordeel naar mijn mening voldoende gemotiveerd.
1.Feiten
Share Purchase Agreementvan 1 januari 2018 (hierna: de SPA) heeft Enercon (‘
the Guarantor’), via NEI (‘
the Purchaser’), alle aandelen in [A] (‘
the Company’) gekocht van de aandeelhouders (hierna: de Overname). De SPA luidt – voor zover hier relevant – als volgt:
BACKGROUND(..)
4.RETENTION BONUS AND BONUS POOL
Dutch Generally Accepted Accounting Principles(de Dutch GAAP) de zogenoemde
percentage of completion-methode (hierna: de POC-methode). De Dutch GAAP is het stelsel van verslaggevings- en accountingprincipes dat van toepassing is in Nederland. Bij de POC-methode wordt omzet als gerealiseerd aangemerkt naar rato van de voortgang van het project.
completed contract-methode (hierna: de CC-methode) toegepast. Bij deze methode wordt de volledige omzet pas als gerealiseerd erkend na afronding van het project.
2.Procesverloop
turnover of the [A] /Direct Drive Permanent Magnet Turbines) moet worden gecalculeerd op basis van de POC-methode, op de wijze zoals dat is gegaan in de jaren vóór 2018 en zoals toegelicht in de jaarrekeningen 2015 tot en met 2017, ongeacht of deze omzet is gerealiseerd door [A] zelf of door NEI c.q. aan NEI gelieerde vennootschappen.
turnover of the [A] Direct Drive Permanent Magnet turbines)moet worden berekend op basis van de POC-methode, op de wijze zoals dat is gedaan in de jaren vóór 2018 en zoals toegelicht in de jaarrekeningen 2015 tot en met 2017, ongeacht of deze omzet is gerealiseerd door [A] zelf of door NEI c.q. aan NEI gelieerde vennootschappen. Het hof heeft NEI in de kosten van het geding in beide instanties veroordeeld.
,de omzet van een groot project – met een doorlooptijd van circa vier jaar – vrijwel meteen buiten de relevante periode van vier jaar valt. Bij projecten met een gemiddelde looptijd van circa twee jaar geldt dat de stimulans die uitgaat van de Bonus Pool-bepaling wegvalt als die later dan twee jaar na het sluiten van de SPA worden gestart. Die projecten leveren bij toepassing van de CC-methode immers pas na het einde van de Bonus Pool-periode van vier jaar omzet op en zouden daarmee niet meetellen voor de Bonus Pool. Bij berekening van de voor de Bonus Pool-bepaling relevante omzet met de POC-methode tellen alle projecten voor de gehele Bonus Pool-periode van vier jaar ten minste voor een deel mee omdat de omzet als gerealiseerd wordt aangemerkt naar rato van de voortgang van een project. En dus gaat bij hantering van de POC-methode ook na bijvoorbeeld drie jaar nog een stimulerende werking uit van de Bonus Pool-bepaling.”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1betreft de toepasselijke uitlegmaatstaf,
onderdeel 2ziet op de uitleg door het hof van de Bonus Pool-bepaling en
onderdeel 3betreft een voortbouwklacht.
De uitleg van een schriftelijk contract dient dus niet plaats te vinden op grond van alleen maar de taalkundige betekenis van de bewoordingen waarin het is gesteld. De Hoge Raad heeft wel overwogen dat de taalkundige betekenis die deze bewoordingen, gelezen in de context van dat geschrift als geheel, in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben, bij de uitleg van dat geschrift in praktisch opzicht vaak wel van groot belang is. [5]
Meyer Europe/Pontmeijeren
[…] / […], [7] blijkt uit de rechtspraak van de Hoge Raad dat ook in deze omstandigheden de gewone Haviltexmaatstaf geldt en niet een meer toegespitste uitlegregel. Zo overwoog de Hoge Raad in het arrest
Lundiform/Mexx: [8]
Lundiform/Mexx:
Valerbosch, [9] dat de bedoelde vrijheid niet is beperkt tot dit geval:
eerste plaatsklaagt het onderdeel (in
nr. 16) dat het hof in rov. 5.5 heeft miskend dat voor het antwoord op de vraag welke zin partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs mochten toekennen aan de Bonus Pool-bepaling en wat zij te dien aanzien rederwijze van elkaar mochten verwachten als uitgangspunt beslissend gewicht dient te worden toegekend aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de Bonus Pool-bepaling, gelezen in het licht van de overige, voor de uitleg relevante bepalingen van de SPA. De door partijen gesloten SPA is immers een overeenkomst gesloten door twee professioneel opererende partijen, ieder bijgestaan door een team van ter zake kundige advocaten, waarover is onderhandeld, aldus de klacht.
In de
tweede plaatsklaagt het onderdeel (in
nr. 17) , onder verwijzing naar de in deze klacht genoemde omstandigheden, dat het hof bij de uitleg van de Bonus Pool-bepaling ten onrechte beslissend gewicht heeft toegekend aan omstandigheden die losstaan van de meest voor de hand liggende betekenis van de tekst van deze bepaling, zulks in strijd met de regel dat in een geval als het onderhavige, waarin het gaat om de uitleg van een tussen twee professionele partijen gesloten en met juridische bijstand onderhandelde zakelijke overeenkomst (i.c. de SPA), in beginsel beslissend gewicht toegekend moet worden aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis, gelezen in het licht van de overige, voor de uitleg relevante bepalingen van de SPA.
In de
derde plaatsklaagt het onderdeel (in
nr. 18) dat het hof ten onrechte voorbij is gegaan aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de Bonus Pool-bepaling, althans dat het oordeel van het hof onvoldoende is gemotiveerd. Het hof heeft immers niet gemotiveerd waarom het beslissend gewicht heeft toegekend aan omstandigheden anders dan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de Bonus Pool-bepaling, aldus de klacht. Evenmin heeft het hof gemotiveerd waarom de omstandigheden die het hof aan zijn oordeel ten grondslag heeft gelegd, meebrengen dat de Bonus Pool-bepaling anders moet worden uitgelegd dan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis ervan, en waarom zij nopen tot afwijking van de regel dat de Bonus Pool-bepaling in de gegeven omstandigheden in beginsel overeenkomstig de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis moet worden uitgelegd.
In de
vierde plaatsklaagt het onderdeel (in
nrs. 19 en 20) dat voor zover het hof de in randnummer6 genoemde maatstaf niet heeft miskend, het oordeel van het hof onjuist, althans onvoldoende en/of onbegrijpelijk gemotiveerd is. De klacht betoogt, samengevat, dat de stellingen van NEI geen andere conclusie toelaten dan dat de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de Bonus Pool-bepaling inhoudt dat ‘turnover’ in het kader van de bepaling dient te worden vastgesteld op basis van de voor de betreffende onderneming toepasselijke accountingstandaarden.
De klachten berusten op een onjuiste rechtsopvatting. Zoals hierboven uiteengezet, kent het Nederlandse recht niet de in het onderdeel bedoelde een specifieke uitlegregel voor gevallen als het onderhavige. [14] Nu een dergelijke regel niet bestaat, is er ook geen grond om te vereisen dat de rechter zou moeten motiveren waarom hij niet in beginsel beslissend gewicht heeft toegekend aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van een uit te leggen bepaling in een schriftelijke overeenkomst. De klachten in de
nrs. 16-20dienen daarom te falen.
vijfde plaatsklaagt het onderdeel (in
nr. 21) dat het oordeel van het hof onvoldoende is gemotiveerd, nu het hof niet, althans niet kenbaar, voldoende heeft gerespondeerd op de in
nr. 19van het onderdeel bedoelde stellingen van NEI, die, indien juist bevonden, tot het oordeel hadden kunnen leiden dat het begrip omzet in de Bonus Pool-bepaling wordt berekend per relevante entiteit op basis van de door die entiteit gehanteerde accountingsmethode.
(i) Partijen hebben met het opstellen van en de bewoordingen uit de Bonus Pool-bepaling expliciet rekening gehouden met het feit dat omzet ook door andere entiteiten dan [A] -entiteiten zou kunnen worden gerealiseerd.
(ii) De tekst van de Bonus Pool-bepaling ziet volgens de letterlijke bewoordingen daarvan op de omzet van meerdere entiteiten.
(iii) In de Bonus Pool-bepaling is niet opgenomen dat omzet behaald binnen andere entiteiten dan [A] -entiteiten moet worden berekend op basis van de POC-methode die [A] hanteert. Als het de bedoeling was geweest om een afspraak te maken die afwijkt van de wettelijke verplichting voor ENERCON, dan had deze afwijkende rekenmethodiek expliciet opgenomen moeten worden in de Bonus Pool-bepaling. De meest voor de hand liggende uitleg is dan ook dat de omzet wordt berekend per relevante entiteit op basis van de door die entiteit gehanteerde accountingsmethode.
(iv) Partijen hebben een van de reguliere praktijk afwijkende berekeningsmethode niet opgenomen in de Bonus Pool-bepaling, noch op welke wijze en aan de hand van welke data partijen hier uitvoering aan zouden geven. De door [verweerders] voorgestane afwijkende wijze van berekenen van omzet volgt niet uit de tekst van de Bonus Pool-bepaling, noch uit hetgeen partijen hierover hebben besproken en staat haaks op de uitgangspunten van de Bonus Pool-bepaling. Partijen zijn immers nimmer overeengekomen dat omzet bedoeld voor de Bonus Pool moet worden toegerekend aan [A] en evenmin dat omzet van ENERCON moet worden berekend op dezelfde wijze als de omzet voor [A] wordt berekend. Ook volgens [verweerders] zelf volgt hun standpunt niet uit de tekst van de SPA, maar uit hun interpretatie en/of gewenste uitleg van de Bonus Pool-bepaling.
Het hof heeft overwogen dat tussen partijen niet vaststaat dat in het woord omzet besloten ligt dat moet worden aangesloten bij de jaarrekening (rov. 5.6). Het hof maakt daarmee duidelijk dat het dus ook
nietuitgaat van de (veronder)stelling die ten grondslag ligt aan de argumentatie van NEI, namelijk dat de bonusbepaling uitdrukkelijk zou hebben moeten voorzien in een voor de Enercon-entiteiten ‘afwijkende’ wijze om de omzet te bepalen. (Op deze (veronder)stelling van NEI bouwt voort de stellingen van NEI dat partijen nimmer zijn overeengekomen dat omzet bedoeld voor de Bonus Pool moet worden toegerekend aan [A] en evenmin dat omzet van ENERCON moet worden berekend op dezelfde wijze als de omzet voor [A] wordt berekend.)
Hoe de Bonus Pool-bepaling in dit opzicht moet worden uitgelegd, was voor het hof dus een open vraag - en niet een vraag die moest worden beantwoorden op basis van de (veronder)stelling dat de Bonus Pool-bepaling uitdrukkelijk zou hebben moeten voorzien in een voor de Enercon-entiteiten ‘afwijkende’ wijze om de omzet te bepalen.
Het hof heeft vervolgens de bonusbepaling uitgelegd aan de hand van de in rov. 5.6 e.v. bedoelde omstandigheden. Hierin ligt naar mijn mening voldoende duidelijke besloten dat en waarom het hof niet het standpunt van NEI heeft gevolgd.
nr. 21faalt daarmee.
onderdeel 1niet slaagt.
turnover’) wordt berekend met de POC-methode, ongeacht of deze omzet wordt gerealiseerd door [A] zelf of door NEI c.q. aan NEI gelieerde vennootschappen, onvoldoende gemotiveerd en/of onbegrijpelijk is. Het onderdeel valt uiteen in vier subonderdelen.
nrs. 25-27motiveringsklachten tegen oordelen in rov. 5.7-5.11.
nr. 25) dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is omdat het berust op een onjuiste lezing van de gedingstukken.
Volgens het subonderdeel is de Bonus Pool-bepaling in art. 4.1 sub b SPA niet bedoeld om de in deze bepaling genoemde personen te motiveren zich optimaal te blijven inzetten na de Overname. Het subonderdeel stelt dat de bepaling in art. 4.1 sub a SPA daartoe speciaal in het leven is geroepen en dat NEI in feitelijke instanties gemotiveerd heeft gesteld dat in laatstgenoemde bepaling een retentiebonus is overeengekomen om na de Overname het bestuur en management van [A] aan te houden.
[verweerders] hebben de Bonus Pool-bepaling van art. 4.1 sub b SPA, omdat zij wilden participeren in de verkopen van de [A] -windturbines voor zover deze via Enercon zouden gaan, ’s Hofs oordeel dat de kennelijke strekking van de Bonus Pool-bepaling is om de daarin genoemde personen te motiveren om zich na de Overname te blijven inzetten is dan ook onbegrijpelijk, aldus het subonderdeel.
nr. 27) dat het hof niet, althans niet kenbaar, heeft gerespondeerd op de door NEI aangevoerde, gemotiveerde stellingen die inhouden dat niet de Bonus Pool-bepaling, maar art. 4.1 sub a SPA bedoeld is als incentive voor de daarin genoemde personen om zich optimaal te blijven inzetten na de Overname. Volgens het subonderdeel hadden deze stellingen, indien juist bevonden, tot een ander oordeel kunnen leiden omtrent de strekking van de Bonus Pool-bepaling. NEI wijst op de volgende stellingen:
(i) Art. 4.1 sub a SPA is overeengekomen om na de Overname het bestuur en management aan te houden als bestuurders. Een bedrag van 5,5 miljoen euro als incentive zou door [A] aan de bestuurders, het senior management en de werknemers van [A] worden toegekend, over een periode van drie jaar vanaf 1 januari 2018.
(ii) Over art. 4.1 sub a SPA bestaat tussen partijen geen geschil.
(iii) Uit de Bonus Pool-bepaling volgt dat is afgesproken om samen te gaan werken, samen op te trekken en projecten gezamenlijk uit te voeren vanuit verschillende ondernemingen. Dat is ook de reden waarom de Bonus Pool-bepaling ziet op meerdere ondernemingen. [A] kon haar onderneming niet voor grote projecten exploiteren vanwege beperkte productie- en installatiemiddelen, daarom zouden ook [A] -windturbines via het Enercon-netwerk worden verkocht. Het was de bedoeling van partijen om bij het vaststellen van de omzet voor de Bonus Pool de omzet van meerdere ondernemingen te betrekken.
(iv) De Bonus Pool-bepaling is een omzetbonus. Deze is geïntroduceerd om te bewerkstelligen dat voor zover de verkopen van de [A] -windturbines via Enercon zouden gaan, [verweerders] daarin zouden participeren.
(v) NEI betwist uitdrukkelijk de niet-onderbouwde stellingen van [verweerders] dat de Bonus Pool-bepaling is opgenomen als incentive om de directie, het senior management en ook overigens het personeel aan [A] te binden, een en ander voor de continuïteit van de onderneming.
nr. 27) bedoelde stellingen van NEI die hiervoor (in 3.22.2) zijn aangehaald.
nrs. 25 en 27stuiten hierop af.
nr. 26) dat onbegrijpelijk is dat het hof in rov. 5.10 heeft geoordeeld dat uit de brief van Enercon van 8 september 2017 aan het bestuur van [A] volgt dat het de bedoeling was dat [A] voor de middellange termijn, de periode waarop de Bonus Pool-bepaling ziet volgens het hof, zelfstandig zou doorgaan met de verkoop vanuit [A] in Nederland, met een eigen winst- en verliesrekening waarin de omzet dus met hantering van de POC-methode zou worden verwerkt.
Uit deze brief blijkt dat het de intentie van Enercon was dat na de transactie de [A] -entiteiten verder gaan als een onafhankelijk bedrijfsonderdeel binnen Enercon met een eigen winst- en verliesrekening en rapporterend aan Enercon, maar niet dat Enercon niet óók voor de Bonus Pool-bepaling relevante omzet kon realiseren in die periode.
Uit de omstandigheden waarop NEI in feitelijke instanties heeft gewezen, blijkt dat de Bonus Pool-bepaling juist uitdrukkelijk ziet op de omzet van meerdere entiteiten.
In ieder geval blijkt niet uit de brief dat de omzet van andere entiteiten dan [A] -entiteiten wordt berekend met de POC-methode, ongeacht welke berekeningsmethode die entiteit hanteert.
Het hof heeft uit de brief van Enercon van 8 september 2017 afgeleid dat hoewel in de Bonus Pool-bepaling rekening werd gehouden met de mogelijkheid dat omzet naar Duitsland zou worden verplaatst, het de bedoeling was dat [A] voor de middellange termijn zelfstandig, met eigen winst- en verliesrekening (P&L) zou doorgaan met verkoop vanuit [A] in Nederland.
Het hof heeft daarbij overwogen dat (i) in de winst- en verliesrekening van [A] de omzet met hantering van de POC-methode zou worden verwerkt en (ii) dat de Bonus Pool-bepaling juist op deze eerste periode ziet.
bedoeling(in de brief:
‘intention’) die volgens de brief geldt “
at least for the midterm’ en verbindt daaraan conclusies ten aanzien van de periode waarop de Bonus Pool-bepaling ziet en de wijze van berekening van de omzet in die periode.
onderdeel 1.
subonderdeel 2.1niet slaagt.
ten eerste(in
nr. 29) dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk althans onvoldoende gemotiveerd is, omdat het berust op een onbegrijpelijke uitleg van de gedingstukken. De presentatie ziet, kort gezegd, niet (kenbaar) op turnover in de zin van de Bonus Pool-bepaling en daaruit ook niet blijkt dat cijfers daarin zijn berekend met de POC-methode.
nr. 30) dat het oordeel van het hof dat het voor Enercon/NEI duidelijk moet zijn geweest dat de door [verweerders] voorgestelde Bonus Pool-bepaling was gebaseerd op omzet die was berekend volgens de POC-methode in strijd is met art. 24 Rv en/of 149 Rv. Volgens het subonderdeel is het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden omdat NEI noch [verweerders] hebben gesteld dat het in de presentatie gaat om
turnoverdie is berekend op basis van de POC-methode.
nr. 29van het subonderdeel.
nr. 30van het subonderdeel.
nr. 31) dat ’s hofs overweging dat de in de presentatie genoemde omzetcijfers gebaseerd waren op omzet die berekend was volgens de voor [A] gebruikelijke POC-methode, niet redengevend zijn voor het oordeel dat het voor Enercon/NEI duidelijk moet zijn geweest dat de door [verweerders] voorgestelde Bonus Pool-bepaling was gebaseerd op omzet die was berekend volgens de POC-methode. Dat de in de presentatie genoemde omzetcijfers berekend waren op basis van de voor [A] gebruikelijke POC-methode zegt als zodanig immers niets over de vraag hoe in het kader van de Bonus Pool-bepaling de omzet van de andere in de Bonus Pool-bepaling genoemde entiteiten moet worden berekend, aldus de klacht.
nr. 31van het subonderdeel dient naar mijn mening echter niet te slagen. Het hof is er kennelijk, en niet onbegrijpelijk, in rov. 5.11 impliciet van uitgegaan dat Enercon/NEI begrepen of behoorden te begrijpen dat [A] in haar jaarrekeningen de omzet volgens de POC-methode berekende en dat zij voor die kennis dus niet afhankelijk waren van de presentatie van 12 juni 2017. Het hof heeft onder meer vastgesteld dat Enercon aan [A] heeft geschreven dat “
will continue as an independent business unit with ENERCON with its own P&L, using its own brand name (at least for mid-term (…)” (rov. 3.4), dat [A] (ook) voor de Overname in haar jaarrekening de POC-methode hanteerde (rov. 3.6) en dat NEI zich in deze procedure op het standpunt heeft gesteld dat het bij
‘turnover’ gaat om het begrip omzet zoals dat in de jaarrekening is vastgesteld zodat voor de berekening van de omzet van [A] van de POC-methode moet worden uitgegaan (rov. 5.4). Ik vind het ook meer voor de hand liggen dat een potentiële koper weet hoe de omzet van de te kopen onderneming wordt vastgesteld, dan dat deze koper zich daarin niet heeft verdiept. Het middel voert ook niet aan dat NEI in feitelijke instanties heeft gesteld dat Enercon/NEI voor hun kennis dat [A] in haar jaarrekening de POC-methode hanteerde, afhankelijk waren van de presentatie van 12 juni 2017.
ten vierde(in
nr. 32) dat het hof geen inzicht heeft gegeven in zijn gedachtegang waarom de omstandigheid dat de in de presentatie genoemde en op basis van de POC-methode berekende omzetcijfers van [A] meebrengen
datde omzet van de andere in de Bonus Pool-bepaling genoemde entiteiten – in afwijking van de door hen gehanteerde CC-methode – eveneens in het kader van de Bonus Pool-bepaling op basis van de POC-methode moet worden berekend. Zulks valt zonder nadere motivering, die nu ontbreekt, niet in te zien, aldus de klacht. Dat niet is gebleken dat bij de totstandkoming van de Bonus Pool-bepaling omzetgegevens op basis van de CC-methode of andere berekeningsmethoden zijn gedeeld is daartoe in ieder geval volgens de klacht onvoldoende, aangezien deze omstandigheid als zodanig ook niets zegt over of erop wijst dat het begrip omzet in de Bonus Pool-bepaling overeenkomstig de POC-methode moet worden berekend, ongeacht welke entiteit de omzet realiseert. Zulks klemt temeer, althans in elk geval, in een geval als dit, waarin vaststaat dat de in de Bonus Pool-bepaling genoemde entiteiten verschillende omzetberekeningsmethoden hanteren (POC-methode vs. CC-methode), aldus de klacht.
ongeacht welke entiteit de omzet realiseert, wordt bovendien mede gedragen door het oordeel van het hof dat partijen, gelet op de strekking van de Bonus Pool-bepaling, redelijkerwijs behoorden te begrijpen dat het – kort gezegd – voor de berekening van de Bonus Pool niet zou mogen uitmaken of de mogelijkheid wordt verwezenlijkt dat de omzet in de toekomst door een andere vennootschap wordt gerealiseerd die onderworpen is aan andere boekhoudregels (rov. 5.11, slot) en de verstrekkende gevolgen van de door NEI voorgestane uitleg (rov. 5.12). In het licht daarvan is het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk, noch onvoldoende gemotiveerd.
nrs. 35 en 36) dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd is in het licht van de (essentiële) stellingen van NEI in feitelijke instanties. Deze stellingen komen er volgens mij in de kern op neer dat op [verweerders] als verkoper een onderzoeksplicht/
due diligence-verplichting rustte naar de gevolgen van de Bonus Pool-bepaling in het licht van de boekhoudmethodes van (de vennootschappen aan de zijde van) Enercon/NEI, en dat [verweerders] , als zij dat onderzoek had gedaan, op de hoogte was geweest van de wijze waarop de omzet werd berekend door de in de Bonus Pool-bepaling genoemde ondernemingen (waaronder Enercon) en had kunnen begrijpen wat de mogelijke gevolgen waren van de bepaling.
nr. 37) dat ’s hofs oordeel ook onvoldoende is gemotiveerd, omdat uit de enkele omstandigheid dat toepassing van de CC-methode mogelijk leidt tot een lagere Bonus Pool dan bij toepassing van de POC-methode immers logischerwijs niet, althans niet zonder meer, volgt dat het begrip omzet in de Bonus Pool-bepaling zo moet worden uitgelegd dat de omzet berekend moet worden aan de hand van de POC-methode, ongeacht door welke in de Bonus Pool-bepaling genoemde entiteit de omzet is gerealiseerd. Dat klemt temeer, althans in elk geval, in een geval als dit, waarin – in cassatie veronderstellenderwijs – vaststaat dat de Bonus Pool in verband met teleurstellende verkoopresultaten van [A] lager is uitgevallen dan verwacht en dus niet in lijn waren met de door [A] gedane voorspellingen, aldus nog steeds de klacht.
enkeleomstandigheid dat toepassing van de CC-methode mogelijk leidt tot een lagere Bonus Pool dan bij toepassing van de POC-methode. Het hof heeft in rov. 5.12 slechts gewezen op de aannemelijkheid van een bepaalde uitleg van de Bonus Pool-bepaling. [20] In de overwegingen van het hof over de betekenis die partijen redelijkerwijs mochten toekennen aan de Bonus Pool-bepaling heeft het hof overigens geen betekenis toegekend aan de in de klacht bedoelde later gerealiseerde verkoopresultaten. Dat is niet onbegrijpelijk.
subonderdeel 2.3niet slaagt.
nderdeel 2.4richt klachten tegen rov. 5.13.
nr. 40) dat voor zover het hof heeft geoordeeld dat omstandigheden die zich na de totstandkoming van de overeenkomst hebben voorgedaan, irrelevant zijn voor de uitleg van die overeenkomst, dat oordeel onjuist is. Het hof heeft volgens de klacht in dat geval miskend dat ook omstandigheden die hebben plaatsgevonden nadat de rechtshandeling is verricht, medebepalend kunnen zijn voor de uitleg ervan.
nr. 41) dat het hof heeft miskend dat een overeenkomst na verloop van tijd in een andere zin kan worden uitgelegd dan eerder, op de grond dat in verband met inmiddels ingetreden feiten en omstandigheden de redelijke verwachtingen van de handelende partijen zijn gewijzigd. Nadien ingetreden omstandigheden, zoals de door NEI aangevoerde praktische bezwaren, kunnen wel degelijk van belang zijn voor de uitleg van een contractuele bepaling, aldus de klacht.
ten derde(in
nr. 42) dat het oordeel van het hof in rov. 5.13 onbegrijpelijk en/of onvoldoende gemotiveerd is, omdat, samengevat, bij de POC-methode
milestonesworden gehanteerd die vooraf moeten worden afgesproken en niet achteraf kunnen worden toegepast. Partijen mochten dan ook redelijkerwijs niet verwachten dat de POC-methode van toepassing zou zijn op omzet behaald door alle relevante entiteiten ook indien zij zelf de POC-methode niet toepassen, aldus de klacht.