ECLI:NL:PHR:2025:1256
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering ontvankelijkheid vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
De verdachte is door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het rijden zonder rijbewijs en is tevens veroordeeld tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf die eerder door de kantonrechter was opgelegd. Het hof heeft de vordering tot tenuitvoerlegging toegewezen zonder voldoende te motiveren of het openbaar ministerie ontvankelijk was in die vordering.
In cassatie klaagt de verdachte dat niet is aangetoond dat hij op de hoogte was van de voorwaardelijke veroordeling en dat het hof het niet-ontvankelijkheidsverweer van de verdediging onvoldoende heeft gemotiveerd verworpen. Uit de stukken blijkt dat de dagvaarding en kennisgeving van het verstekvonnis niet aan de verdachte zijn betekend, en dat het onherroepelijk worden van het vonnis niet voldoende is onderbouwd.
De advocaat-generaal concludeert dat het hof niet ongemotiveerd voorbij had mogen gaan aan het ontvankelijkheidsverweer. De Hoge Raad volgt dit en vernietigt het arrest van het hof voor zover het de tenuitvoerlegging betreft, en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling. Tevens wordt opgemerkt dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure is overschreden, maar dit leidt niet tot strafvermindering.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf wegens onvoldoende motivering en wijst de zaak terug.