Conclusie
1.Inleiding
2.De bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en de overwegingen van het hof
Algemeen
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van circa 3,12 kilo hennep en deelneming aan een criminele organisatie die zich bezighield met de handel in grote hoeveelheden hennep en hasj. Het onderzoek richtte zich op activiteiten in een loods te [plaats], waar in wisselende samenstellingen verdachten regelmatig aanwezig waren om softdrugs te ontvangen, keuren, herverpakken en vervoeren.
De bewijsmiddelen bestonden uit uitgebreide camerabeelden, processen-verbaal van bevindingen, getuigenverklaringen en observaties van voertuigen met banden aan hennephandel. Uit deze bewijzen bleek een gestructureerd samenwerkingsverband met een vaste modus operandi en een duurzaam karakter. De verdachte was herhaaldelijk betrokken bij de logistiek rondom de hennep, waaronder het vervoeren en herverpakken van drugs.
De verdediging voerde aan dat onvoldoende bewijs bestond voor deelneming aan een criminele organisatie, met name voor de periode zonder camerabeelden. De Hoge Raad oordeelde echter dat ook in die periode voldoende aanwijzingen waren voor een duurzame en gestructureerde organisatie en dat de bijdrage van de verdachte voldoende intensief en duurzaam was. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 27 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen hennephandel en deelneming aan een criminele organisatie.