Conclusie
1.Inleiding
2.De bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en de overwegingen van het hof
Algemeen
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld wegens medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van circa 15 kilo hennep en deelneming aan een criminele organisatie die zich bezighield met de handel in hennep en hasj. Het onderzoek richtte zich op een loods waar in wisselende samenstellingen verdachten aanwezig waren en waar softdrugs werden ontvangen, gekeurd, herverpakt en verkocht.
Het hof baseerde zich op uitgebreide camerabeelden en andere bewijsmiddelen die een vaste modus operandi en nauwe samenwerking tussen de verdachten aantoonden. De organisatie had een duurzaam en gestructureerd karakter met als oogmerk de handel in grote hoeveelheden softdrugs. De verdachte was regelmatig aanwezig en leverde een actieve bijdrage aan de activiteiten.
De verdediging voerde aan dat de bewezenverklaring van deelneming aan de organisatie onvoldoende was onderbouwd voor de periode zonder camerabeelden, maar het hof oordeelde dat ook uit andere observaties en het totaalbeeld voldoende bewijs bestond. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling bevestigd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 27 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van hennephandel en deelneming aan een criminele organisatie.