Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
3.Het tweede middel
Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-047242-23:
4.Het derde middel
Vordering tenuitvoerlegging
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor het opzettelijk gebruiken van identificerende persoonsgegevens van een ander door het tonen van diens rijbewijs, het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs en het weigeren van bloedonderzoek. Het hof legde een gevangenisstraf van zes maanden op, waarvan drie voorwaardelijk, en een rijontzegging van één jaar.
In cassatie werden drie middelen voorgesteld: een over de uitleg van het begrip 'identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens', een over de wetenschap van de verdachte dat zijn rijbewijs ongeldig was, en een over de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf.
De Hoge Raad oordeelt dat het eerste middel faalt omdat het hof de juiste rechtsopvatting hanteerde. Het tweede middel slaagt echter omdat uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat de verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Het derde middel faalt omdat het hof terecht de tenuitvoerlegging deels heeft bevolen gezien de feiten en recidive.
De zaak wordt daarom deels vernietigd en terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting omtrent het rijbewijs. De overige klachten worden verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt deels vernietigd en terugverwezen voor hernieuwde berechting over het rijden met ongeldig rijbewijs; overige klachten worden verworpen.