Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
1. Een proces-verbaal van aangifted.d. van 13 mei 2023 van de politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2022135905-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 3-4):
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep van de verdachte, die door het gerechtshof Den Haag op 22 augustus 2023 is veroordeeld voor bedreiging met brandstichting. De verdachte heeft een gevangenisstraf van zeventien dagen gekregen, waarvan veertien voorwaardelijk, en een proeftijd van twee jaren. Daarnaast is er een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Het cassatieberoep is ingesteld door de verdachte, vertegenwoordigd door advocaat J.Y. Taekema, die één middel van cassatie heeft voorgesteld. Het middel stelt dat niet is voldaan aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, omdat de bewijsmiddelen onvoldoende steun bieden voor de telefonisch geuite bedreiging door de verdachte aan twee medewerkers van het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao.
De bedreiging vond plaats op 11 mei 2022, waarbij de verdachte dreigend heeft verklaard: "Ik ga jullie gebouw in de fik steken". De bewezenverklaring steunt op drie bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van getuigen en een proces-verbaal van aangifte. Het hof heeft in zijn arrest geen nadere bewijsoverweging gegeven, waardoor het impliciete oordeel dat aan het bewijsminimum is voldaan, niet zonder meer begrijpelijk is. De conclusie van de Procureur-Generaal is dat het middel slaagt en dat de uitspraak van het hof moet worden vernietigd en de zaak moet worden terugverwezen naar het gerechtshof Den Haag voor herbehandeling.