3.3Het hof heeft mondeling arrest gewezen. In de aantekening van het mondeling arrest staan de volgende bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen opgenomen:
“
Alle gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring
In de hierna onder 1 en 2 te melden bewijsmiddelen wordt steeds verwezen naar bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie, genummerd PL0900- 2021257362, door [verbalisant 3] , hoofdagent, op 13 september 2021.
1. Het proces-verbaal van bevindingen, nummer PL0900-2021257362-5 (pagina’s 08 t/m 10), in de wettelijke vorm opgemaakt op 12 augustus 2021 door [verbalisant 4] , hoofdagent, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van voornoemde verbalisant:
Hoedanigheid
Ik, [verbalisant 4] , was op 12 augustus 2021, omstreeks 17:45 uur, in motoruniform gekleed bij [locatie] te [plaats] . Ik verplaatste mij op een opvallende dienstmotor en was belast met het toezicht op [locatie] , en met name de uitzending van [tv-programma] , in verband met de dreiging hierop. Deze dreiging zou afkomstig zijn uit […] .
Aanleiding
Diezelfde dag, omstreeks 17:45 uur, hoorde ik over de mobilofoon een eenheid van politie zeggen dat zij op de [b-straat] in de richting van [plaats] achter een Volkswagen Golf zaten waarin de neef van [betrokkene 1] eerder in is waargenomen. Ik hoorde vervolgens dat zij een staandehouding hadden bij de [b-straat] ter hoogte van de verkeerslichten. Ik ben vervolgens derwaarts gegaan om bij deze staandehouding te ondersteunen.
Situatie ter plaatse
Ik zag vervolgens bij de verkeerslichten aan de [b-straat] , ter hoogte van [c-straat] , de politie-eenheid D.3.1.12 achter een Volkswagen Golf, voorzien van het [kenteken] staan.
Ik zag dat collega [verbalisant 2] rechts van het voertuig stond. Ik zag dat hij in gesprek was met een jongen welke ook rechts van het voertuig stond.
Deze jongen bleek later te zijn genaamd:
[verdachte]
Geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] (Nederland)
Hierna genoemd: ‘ [verdachte] ".
Ik hoorde [verbalisant 2] op een gegeven moment zeggen dat het voertuig op grond van de noodverordening doorzocht zou worden. Ik zag dat hij vervolgens met een formulier, waarop de uitleg van de noodverordening staat, richting [verdachte] liep.
Wegrennen [verdachte]
Ik hoorde [verbalisant 2] vervolgens tegen [verdachte] zeggen dat zij zich in een gebied bevonden waarin een noodverordening van kracht was. Ik hoorde hem zeggen dat hij mee moest werken aan een fouillering en de doorzoeking van zijn auto. Ik hoorde [verbalisant 2] vervolgens zeggen dat hij hem een formulier zou geven waarin alles nader uitgelegd stond en dat hij deze op een later moment, na zijn fouillering, kon lezen. Ik hoorde [verbalisant 2] tegen [verdachte] zeggen dat hij de uitlevering van eventuele drugs en wapens vorderde. Ik draaide mij vervolgens om teneinde mijn motorhelm op mijn motorfiets te leggen. Toen ik mij omdraaide hoorde ik zowel [verbalisant 2] als [verbalisant 1] roepen "Blijf staan!". Ik draaide mij vervolgens om en zag [verbalisant 2] en [verbalisant 1] rechtsaf een bosrand in rennen.
2. Het proces-verbaal van bevindingen, nummer PL0900-2021257362-7 (pagina's 14
t/m 17), in de wettelijke vorm opgemaakt op 12 augustus 2021 door [verbalisant 2] , verbalisant, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven – als relaas van voornoemde verbalisant:
Op 12 augustus 2021 omstreeks 17:00 uur was ik, [verbalisant 2] , samen met collega [verbalisant 1] , in uniform gekleed, rijdend in een opvallend dienstvoertuig. Wij waren belast met de openbare orde rondom de omgeving van [locatie] in [plaats] .
Gezien de recente gebeurtenissen rondom [tv-programma] is [locatie] in [plaats] aangewezen als veiligheidsrisico gebied. Dit is ook van kracht in de directe omgeving rondom [locatie] . Het was onze taak om extra toezicht te houden op dit gebied, gedurende de uitzending van [tv-programma] .
Omstreeks 17:41 reed ik samen met collega [verbalisant 1] de [d-straat] op komende van de richting van [locatie] te [plaats] . Ik zag op dat moment een Volkswagen Golf voorzien van [kenteken] op de rotonde rijden. Deze rotonde bevindt zich voor de hoofdingang van [locatie] . Vanaf deze rotonde is er direct zicht op de toegang van de studio waar de opnames van [tv-programma] opgenomen worden. Vanaf deze rotonde is er ook zicht op de leden van de bewakingseenheid politie Midden Nederland die belast zijn met de beveiliging van de studio. Tevens bevindt de rotonde zich in het aangewezen veiligheidsrisico gebied. Ik heb de hierboven genoemde Golf door de politiesystemen nagetrokken.
Ik zag dat het voertuig op naam stond van:
Naam: [verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats]
Ik zag dat het voertuig meerdere keren voorkwam in de politie systemen.
Hierbij zag ik dat er op 28 april 2021 waargenomen was dat uit de Golf de volgende persoon stapte:
Naam: [betrokkene 2]
Geboren: [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] .
Ik zag dat de Golf de [a-straat] op reed en zijn weg vervolgde richting [plaats] . Ik zag dat de Golf vervolgens de [b-straat] te [plaats] op reed. Gezien het hierboven genoemde voertuig in combinatie met [betrokkene 1] heb ik met collega [verbalisant 1] een stopteken gegeven op grond van artikel 160 Wegen Verkeerswet. Ik heb direct de commandant van de bewakingseenheid in kennis gesteld. Op de [b-straat] ter hoogte van de verkeerslichten met de kruising [c-straat] te [plaats] zag ik dat de Golf gehoor gaf aan het stopteken. Ik zag dat de Golf rechts de berm in reed en tot stilstand kwam. Ik ben toen uit gestapt en naar de Golf gelopen. Ik zag dat er een man achter het stuur zat en een vrouw als bijrijder voorin de Golf zat. Ik zag dat collega [verbalisant 1] naar de bestuurder liep. Ik hoorde hem vragen naar het rijbewijs en kentekenbewijs van de bestuurder. Ik zag dat de bestuurder zijn rijbewijs overhandigde.
Ik ging in gesprek met de bestuurder. Ik heb na de bevragingen portofonisch contact opgenomen met de commandant van de bewakingseenheid. In overleg is besloten om gebruik te maken van de bevoegdheden die op dat moment gelden in het veiligheidsrisico gebied. Ik liep naar mijn dienstvoertuig en pakte daar de flyer uit die wij verplicht zijn te overhandigen aan personen waar wij de bevoegdheden bij gebruiken.
Ik liep naar [verdachte] toe en liet hem de flyer zien. Ik vertelde hem dat hij verplicht was om mee te werken aan de doorzoeking van de auto en het fouilleren van [verdachte] . Ik vorderde hem de overgifte van wapens of drugs of andere strafbare feiten als hij die in zijn bezit had. Ik hoorde hem zeggen: "Ik heb niks bij me". Ik zei tegen [verdachte] dat ik de flyer op de auto zou leggen en eerst hem zou fouilleren en dat hij daarna de flyer door kon nemen. Ik wilde toen de flyer op de auto leggen om vervolgens [verdachte] te kunnen fouilleren. Ik zag op dat moment dat [verdachte] weg rende en voor de auto langs het fietspad overstak en het bos in rende richting het spoor. Ik riep met luide stem: "politie staan blijven". Ik hoorde collega [verbalisant 1] dit ook meerdere keren roepen. Gezien de afstand tot [verdachte] kan het niet anders dan dat hij dit duidelijk hoorde.
3. Het proces-verbaal van de terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 24 december 2021, voor zover inhoudende:
Het klopt dat ik op 12 augustus 2021 te [plaats] niet heb meegewerkt aan een vordering tot fouillering.
Overwegingen met betrekking tot het bewijs
Het hof stelt voorop dat uit het dossier volgt dat op 12 augustus 2021 te [plaats] op de plek waar verdachte staande is gehouden een noodverordening gold en dat de politie mensen kon verplichten mee te werken aan een fouillering. Daarbij blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 4] dat tegen verdachte is gezegd dat hij mee moest werken aan een fouillering en doorzoeking van zijn auto. Naar het oordeel van het hof was dat geen verzoek, maar hielden die woorden in dat verdachte mee moest werken aan een fouillering. Door de woorden die zijn gebruikt, was het voor verdachte duidelijk dat sprake was van een verplichting tot medewerking.
Vervolgens is verdachte weg gerend en heeft de politie op hoorafstand van verdachte nog geroepen dat hij moest blijven staan.
Naar het oordeel van het hof is dan ook voldoende Wettig en overtuigend bewijs voorhanden dat verdachte opzettelijk niet heeft voldaan aan het door de politie gegeven bevel of gedane vordering.”