ECLI:NL:PHR:2025:137
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen oplichting en valsheid in geschrift met correctie bewezenverklaring
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de verdachte is veroordeeld voor medeplegen van meerdere feiten van oplichting, poging tot oplichting, valsheid in geschrift, bedreiging en handelen in strijd met de Wet wapens en munitie.
De verdachte klaagt in cassatie over een innerlijke tegenstrijdigheid in de bewezenverklaring van feit 7 (valsheid in geschrift), omdat het hof een andere bewezenverklaring hanteert dan de rechtbank. De Hoge Raad overweegt dat het hof terecht kennelijke schrijffouten in de dagtekeningen van de vervalste documenten heeft gecorrigeerd, wat geen andere inhoudelijke bewezenverklaring inhoudt.
De Hoge Raad bevestigt het vonnis van het hof met de verbeteringen en aanvullingen, maar vernietigt het arrest voor wat betreft de strafoplegging vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De straf wordt ambtshalve verminderd. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.
De zaak illustreert de toepassing van artikel 423 Sv Pro omtrent bevestiging met verbetering van gronden door het hof en de toetsing door de Hoge Raad van kennelijke schrijffouten in bewezenverklaringen. Tevens wordt de redelijke termijn in strafzaken benadrukt als grond voor strafvermindering.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor de strafoplegging en verminderd wegens overschrijding redelijke termijn, voor het overige bevestigd.