Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
1. De procedure
Parket bij de Hoge Raad
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft bij beschikking van 15 april 2025 het klaagschrift van klager ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat het beslag op de hond rechtmatig was. De hond van het ras Stafford was op 12 februari 2025 in beslag genomen naar aanleiding van meerdere bijtincidenten. Klager stelde dat de inbeslagneming onrechtmatig was omdat deze buiten heterdaad had plaatsgevonden en opsporingsambtenaren volgens art. 96 lid 1 Sv Pro bij overtredingen alleen bij heterdaadsituaties mogen inbeslagnemen.
De officier van justitie voerde aan dat de inbeslagneming plaatsvond op last van de rechter-commissaris, waardoor de omissie van de heterdaadsituatie werd opgeheven. De rechtbank bevestigde dit en oordeelde dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag rechtvaardigde, mede gelet op een risicoanalyse die terugplaatsing van de hond onder klager onverantwoord achtte.
De Hoge Raad concludeert dat de inbeslagneming met machtiging van de rechter-commissaris heeft plaatsgevonden, zodat het middel dat de opsporingsambtenaar onbevoegd was faalt. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het beslag op de hond rechtmatig blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de hond blijft gehandhaafd.