Conclusie
4.Het eerste middel
de aangifte van verblijf en adres: de aangifte, bedoeld in artikel 2.38;
de aangifte van adreswijziging: de aangifte, bedoeld in artikel 2.39;
het woonadres:
het briefadres: het adres waar voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst worden genomen;
het adres: het woonadres, dan wel bij het ontbreken hiervan of bij toepassing van artikel 2.40 of 2.41, het briefadres;
de briefadresgever: de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42, die een briefadres ter beschikking stelt;
tijdelijk verblijfsadres: het adres in Nederland, niet zijnde het woonadres of het briefadres, waar betrokkene naar redelijke verwachting gedurende een maand meestentijds en gedurende een half jaar minder dan twee derde van de tijd zal overnachten;