ECLI:NL:PHR:2025:196
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste maatstaf bij beoordeling noodweer(exces)
De zaak betreft een verdachte die op 20 september 2020 in Rotterdam werd veroordeeld wegens bedreiging met een vuurwapenachtig voorwerp en het afvuren daarvan. De verdachte voerde beroep op noodweer(exces) aan, stellende dat hij werd aangevallen door vier mannen en zich verdedigde met een nepvuurwapen. Zowel rechtbank als hof verwierpen dit verweer, stellende dat uit het dossier en camerabeelden niet bleek dat de verdachte daadwerkelijk werd aangevallen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste maatstaf hanteerde door te eisen dat de feitelijke grondslag van het noodweerverweer bewezen moest zijn, terwijl het voldoende is dat deze aannemelijk is. Het hof ging bovendien onvoldoende in op het scenario van de verdachte en de door de verdediging aangevoerde argumenten, waardoor de motivering niet begrijpelijk is.
De conclusie van de Hoge Raad is dat het middel slaagt, het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof Den Haag voor een nieuwe beoordeling van het beroep op noodweer(exces) op basis van de juiste maatstaf en een volledige motivering.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het beroep op noodweer(exces).