Conclusie
5.Het eerste middel
Standpunt van de verdediging
is in de ten laste gelegde periode tien geldleningen aangegaan. Aan elke lening ligt een schriftelijke overeenkomst van geldlening ten grondslag, waarin telkens is opgenomen wat de hoogte van de lening is en wat de hoogte is van de door de geldverstrekker te ontvangen afsluitprovisie en behandelkosten fee. Hieronder wordt schematisch weergegeven in naam van welke (rechts)persoon de lening is verstrekt, wat de hoogte van de totale geldlening was (inclusief afsluitprovisie en behandelkosten fee) en op welke datum de betaling aan[medeverdachte 2]
heeft plaatsgevonden. De leningen zijn telkens giraal aan[medeverdachte 2]
verstrekt, onder inhouding van de overeengekomen afsluitprovisie en behandelkosten fee.
heeft verklaard dat hij in zijn beleving steeds geld leende van [medeverdachte 1] .[medeverdachte 2]
zag in overeenkomsten wel andere namen staan, maar daar had [medeverdachte 1] altijd een verhaal bij. [medeverdachte 1] was voor hem het aanspreekpunt. Hij heeft uitvoerig uitleg gegeven over de belangen en zekerheden en heeft een langere uitleg gegeven over [betrokkene 1] .
Dat [medeverdachte 1] betrokken is bij alle geldleningen, en dus ook bij de leningen die niet in naam van één van zijn bedrijven zijn verstrekt (leningen 2, 3 en 7 van [I] , lening 6 van [getuige 4] en lening 8 van [K] ), vindt steun in het volgende.
. Zo zond [betrokkene 1] op 27 december 2010 een e-mail aan [medeverdachte 1] , met als onderwerp 'ovk geldlening'. Bij de e-mail is een bijlage gevoegd. Het document komt in grote mate overeen met de overeenkomst van geldlening van € 170.000,- (lening 2) tussen [I] en[medeverdachte 2]
. Daarnaast stuurde [medeverdachte 1] op 29 december 2010 een e-mail met het onderwerp ' [medeverdachte 2] ' aan [betrokkene 1] . De tekst van de e-mail was als volgt: 'Kun je deze nog tekenen en naar mij mailen? Groet F'. Diezelfde datum antwoordde [betrokkene 1] : 'Moet jij die originelen per post hebben? Zo ja, dan kijk ik even wie er binnenkort naar NL vliegt om ze mee te nemen en daar te posten. Ik ben al een aantal keren post kwijtgeraakt als ik het hier vandaan verstuur'. [medeverdachte 1] antwoordde daarop: 'Als het kan graag, anders bewaar maar. Op 5 januari 2011 mailde [betrokkene 1] twee bankafschriften van zijn privébankrekening met nummer [rekeningnummer 4] aan [medeverdachte 1] . Op de bankafschriften is onder meer te zien dat in totaal € 161.000,-- is gestort op de rekening van [betrokkene 1] en dat enkele dagen daarna een gelijk bedrag van de rekening van [betrokkene 1] is overgemaakt op de rekening van[medeverdachte 2]
. Op 16 april 2012 heeft [betrokkene 1] [medeverdachte 1] nog een e-mail gestuurd. Als bijlage was een in naam van [betrokkene 1] geparafeerde en ondertekende overeenkomst van geldlening gevoegd. De rechtbank constateert dat de inhoud van die overeenkomst gelijk is aan de overeenkomst van geldlening van € 357.000,-- tussen [I] en[medeverdachte 2]
(lening 3). Ook ten aanzien van de lening van € 160.000, -- (met aftrek van afsluitprovisie en behandelkostenfee: € 154.000,-) hadden [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] contact (lening 7). Op 16 november 2011 mailde [medeverdachte 1] aan [betrokkene 1] : 'Er is 155k geleend aan [I] vanuit de ING, als jij morgen na overleg zal rond 15.30 uur Ned tijd zijn, 154k doorboekt is dat klaar'. [betrokkene 1] antwoordt daarop: 'Akkoord. € 1000,- voor mij?', waarop [medeverdachte 1] mailt: 'Daarom 155k en straks na fiat 154 doorboeken'. Uit bankafschriften van de rekening van [betrokkene 1] en van het bedrijf [N] B.V. (hierna: [N] ) volgt dat op 17 november 2011 van rekeningnummer [rekeningnummer 1] door [N] een geldbedrag van € 155.000,-- is overgemaakt aan [betrokkene 1] . Eén dag later, op 18 november 2011, is door [betrokkene 1] een bedrag van € 154.000,-- overgemaakt naar de rekening van[medeverdachte 2]
. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij gemachtigd is voor de rekening van [N] . De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande dat [medeverdachte 1] de feitelijke geldverstrekker was voor leningen 2, 3 en 7. Dit wordt bevestigd door een proces-verbaal bevindingen van een verbalisant die telefonisch contact heeft gehad met [betrokkene 1] . [betrokkene 1] vroeg in dat gesprek waarom de politie hem zocht, maar gaf daarna aan dat hij het zelf wel wist. Hij zei dat het te maken had met[medeverdachte 2]
uit [plaats] . [betrokkene 1] zei daarop dat het niet goed gegaan was en dat hij alleen maar een tussenstation was geweest. Als het goed is kon de politie zien dat hij het geld van een ander gestort had gekregen."
Lening 6
in april 2012 via [medeverdachte 1] heeft leren kennen. [betrokkene 2] runt het bedrijf [K] samen met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft hem gevraagd of hij voor een relatie,[medeverdachte 2]
, een lening wilde verstrekken. [betrokkene 2] wilde welzekerheid krijgen dat hij het geld terug zou krijgen. Volgens [medeverdachte 1] was dat geen enkel probleem. [betrokkene 2] is de overeenkomst aangegaan zoals in de overeenkomst van geldlening staat. [betrokkene 2] heeft het geld via bancaire transactie overgemaakt naar de bankrekening van[medeverdachte 2]
. Hij kreeg er provisie en rente voor. [medeverdachte 1] heeft [betrokkene 2] het bankrekeningnummer gegeven en het bedrag vermeld dat hij moest overmaken. Hieruit volgt dat [medeverdachte 1] ook betrokkenheid had bij de geldlening tussen [K] en[medeverdachte 2]
.
een grootboekkaart en een bankafschrift van [H] International volgt dat aflossingsgelden van lening 5 contant door[medeverdachte 2]
zijn betaald. Zo is een bedrag contant gestort op de rekening van [H] International en is dat bedrag vervolgens als aflossing in de administratie opgenomen. Andere omschrijvingen op het bankafschrift luiden: 'doorstorting cash ontvangst [medeverdachte 2] ' en 'doorstorting contante ontvangst van [medeverdachte 2] ."
Het dossier bevat ten aanzien van lening 7 een vaststellingsovereenkomst tussen[medeverdachte 2]
en [I] . Daarin is - kort gezegd - opgenomen dat[medeverdachte 2]
zakelijke tegenslagen heeft gehad en daarom geen cashflow heeft om de rente te betalen en de lening in te lossen en dat [I] er daarom onherroepelijk mee instemt om haar vordering op[medeverdachte 2]
tijdelijk buiten invordering te stellen. [medeverdachte 1] heeft echter verklaard dat deze vaststellingsovereenkomst tussen[medeverdachte 2]
en [I] 'geleuter' is." Gelet op het voorgaande en in het licht van de verklaring van [medeverdachte 2] , stelt het hof vast dat geldlening 7 deels is afbetaald door [medeverdachte 2] . Bovenstaande in aanmerking genomen stelt het hof ook vast dat de eerder namens [I] verstrekte lening 2 is afbetaald, zeker nu [medeverdachte 2] expliciet heeft verklaard dat hij de daarop volgende lening van [I] , lening 3, volledig contant heeft afgelost. Tot slot overweegt het hof dat bij het onderzoek aan bankrekeningen van [medeverdachte 2] en de aan hem verbonden rechtspersonen geen transacties zijn aangetroffen die wijzen op aflossingen en/of rentebetalingen die horen bij de hiervoor vermelde tien geldleningen. Met de rechtbank is het hof gelet op het voorgaande van oordeel dat kan worden bewezen dat alle aflossingen contant zijn gedaan.
betoogd kan deze stijging niet verklaard worden uit de contante markthandel. Uit het dossier volgt allereerst dat de afzet aan markthandelaren al voor 2007 steeds meer terugliep. Zo heeft[medeverdachte 2]
verklaard dat [Q] B.V. zich steeds meer ging richten op supermarkten en dat de markthandel minder en minder werd. Ook getuige [getuige 2] heeft verklaard dat de markthandel minder werd en dat[medeverdachte 2]
daarom op zoek is gegaan naar nieuwe bronnen. Volgens haar is toen in september of oktober 2007 [R] binnen gekomen. Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat het aantal markthandelaren dat aan de zaak kwam sterk is afgenomen. Voorheen waren het dertig handelaren en nu nog maar ongeveer tien. Uit het dossier volgt daarnaast dat de winstmarges in de markthandel niet hoog waren. Zo verklaarde getuige [getuige 3] dat markthandelaren 'niet gevers' zijn, die voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten.
heeft verklaard dat hij constateerde dat betere marges behaald konden worden, toen [Q] B.V. begon met het leveren aan supermarkten. Er kon een marge worden behaald die tussen de 10 en 15 punten hoger ligt. [Q] B.V. heeft het bedrijf [R] eind 2007 overgenomen en heeft vervolgens, eind 2010, het bedrijf [S] B.V. overgenomen. Toen [S] B.V. onder [medeverdachte 2] B.V. viel, is de naam veranderd in [T] . [R] en [T] zijn beide leveranciers aan supermarkten, de retail. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat de stijging van de brutowinstmarge kan worden verklaard door de overname van de bedrijven [R] en [T] . De marges op de [T] -klanten en de supermarkten waren heel hoog. Op die klanten werden heel grote winsten behaald, meer dan op markthandelaren.
in de ten laste gelegde periode - kort gezegd - tot zijn beschikking had. Dat volgt uit het volgende.
AEH: bedoeld zal zijn “storting”]
op de SNS rekening in 2009 in totaal € 1.270.630,--
heeft immers verklaard dat alle supermarkten per incasso of bank betaalden. Daarnaast heeft getuige [getuige 2] verklaard dat binnen het concern [P] B.V. de groothandel in groente en fruit plaatsvond binnen [Q] B.V., dat ook het kasverkeer in hoofdzaak plaatsvond binnen [Q] B.V. en dat met name door markthandelaren contant werd betaald. Deze contanten werden bij de bank afgestort.[medeverdachte 2]
heeft verklaard dat de markthandel een handel is waar veel contant wordt betaald. Tachtig procent van de markthandelaren betaalt nog steeds contant.
geen aannemelijke verklaring voor de herkomst van de contante gelden is gegeven. Gelet op het voorgaande, alles in samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de contante gelden middellijk of onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn."
had een belang bij het contant afbetalen van de giraal verstrekte geldleningen. Door de geldleningen op deze wijze af te lossen, heeft[medeverdachte 2]
de criminele gelden immers in het normale financiële verkeer gebracht. Hij heeft zijn contante criminele geld vervangen door giraal geld uit een andere bron. Anders gezegd heeft hij ander geld verkregen dan het contante geld dat hij uit enig misdrijf voorhanden had.[medeverdachte 2]
heeft de gelden hierdoor omgezet. De rechtbank is gelet op wat hiervoor is overwogen van oordeel dat de gedragingen van[medeverdachte 2]
(kennelijk) waren gericht op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de contante gelden. Door aflossingen te doen aan de geldverstrekker(s), heeft[medeverdachte 2]
de contante gelden ook overgedragen. Hij heeft de gelden daarmee witgewassen.”