Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
Nadere bewijsoverweging
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van doodslag, medeplegen van poging tot moord en medeplegen van zware mishandeling met voorbedachten rade. Het hof stelde vast dat de verdachte samen met anderen een overval pleegde op de woning van het slachtoffer, waarbij het slachtoffer werd neergestoken en overleed.
De verdachte had een mes aan een medeverdachte gegeven en deze gewapend de kamer van het slachtoffer ingestuurd. Hoewel het hof aannam dat het dodelijk geweld tegen het slachtoffer in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling plaatsvond, oordeelde het hof dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat dodelijk geweld zou worden gebruikt en niet heeft ingegrepen.
De verdachte voerde in cassatie aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat sprake was van medeplegen en opzet, onder meer omdat hij niet direct aan het geweld had deelgenomen en het niet-ingrijpen slechts een bescheiden rol speelt. De procureur-generaal achtte de motivering van het hof toereikend en concludeerde dat de bewezenverklaring van medeplegen en voorwaardelijk opzet standhoudt.
De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep en bevestigt dat de verdachte een nauwe en bewuste samenwerking had met de medeverdachten, voldoende voor medeplegen van doodslag.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de bewezenverklaring van medeplegen van doodslag met voorwaardelijk opzet blijft in stand.