Conclusie
Nummer 23/05026
1. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 januari 2019, dossierpagina’s 12-13, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
(het hof begrijpt: het slachtoffer [aangeefster] )heette.
(het hof begrijpt: te ‘s-Hertogenbosch)onderdoor gelopen. Vervolgens ben ik alsmaar rechtdoor gelopen met aan de linkerhand de rijbaan van de Kooikersweg. Aan het eind van de Kooikersweg staan er bankjes. Dat is bij het Schutskamppark. Volgens mij werd ik daar aangesproken. In mijn beleving is het bij de bankjes op de stoep gebeurd. Mijn gevoel zegt mij dat de man mij tegemoet kwam. Hij zei: “hey meisje”. Hij vroeg wat er aan de hand was, hij leek mij te willen troosten, maar toen pakte hij mij bij mijn nek vast en hij wilde zijn tong in mijn mond steken. Ik heb mijn hoofd weggedraaid. Hij zei wel 5 keer tegen mij “kom, is lekker”. Hij stond aan mijn rechterzijde, zijn linkerarm hing over mijn schouder. Hij boog zich over mij heen om mij te zoenen. In het begin is het hem gelukt om zijn tong in mijn mond te duwen, maar daarna niet meer. Ik hield toen mijn tanden op elkaar en ik schudde met mijn hoofd en hij likte met zijn tong over mijn hele gezicht. Het lukte hem om met zijn vrije rechterhand mijn jas los te krijgen, mijn shirt omhoog te doen en met zijn handen onder mijn shirt te gaan om mijn borsten te strelen en erin te knijpen. Toen hij rechts van mij stond met zijn hand over mijn schouder en met zijn vrije rechterhand handelingen verrichtte, leek hij kleiner dan ik ben. Na mijn borsten ging hij met zijn hand naar beneden en kwam hij met zijn hand in mijn broek. Ik weet dat nu zeker. Toen wist ik het niet zeker. Ik heb therapie gehad, onder andere EMDR. Dan ga je er weer in, in het kader van traumaverwerking. Nadat hij met zijn hand in mijn broek was geweest, ging hij weer naar mijn borsten. De volgende herinnering die ik heb, is dat ik voorover gebogen stond. Hij stond nog steeds aan mijn rechterzijde en drukte met zijn hand mijn nek naar beneden. Hij gaf mij ook een elleboog in mijn rug toen ik omhoog probeerde te komen. Vervolgens maakte ik slaande bewegingen naar hem en schreeuwde ik dat hij mij los moest laten. In die nacht ten tijde dat het gebeurde, dacht ik er ook nog aan dat ik een tampon in had. Het was zo dat ik dacht: ‘What the fuck ben je aan het doen, je kunt je vinger er niet in stoppen, want er zit een tampon in’.
(het hof begrijpt: op 27 januari 2019)was ik onderweg naar huis. Ik reed met mijn auto over de Helftheuvelweg in ‘s-Hertogenbosch. Ter hoogte van de rotonde bij de Helftheuvelpassage (opmerking verbalisant: getuige bedoelt de rotonde op de kruising met de Kooikersweg) reed een andere auto voor mij die ineens een beweging maakte alsof men moest uitwijken voor iets. Ik remde en ineens zag ik een meisje
(het hof begrijpt: aangeefster [aangeefster] )voor mijn auto springen. Ik zag dat ze vanaf het midden van de rotonde kwam aangerend. Ik zag dat het meisje hevig naar mij bleef zwaaien. Ik zag ook de paniek in haar gezicht. Ik ben gestopt en het meisje kwam naar de auto gelopen. Ik deed het raam open aan de bijrijderskant. Ik zag dat het meisje hevig in paniek was en ze zei tegen mij: “Mag ik alsjeblieft instappen. Ik ben verkracht”, of woorden van gelijke strekking. Ik heb de deur open gedaan en het meisje is ingestapt. Ik zag dat het meisje hevig overstuur was en huilde. Ik zag dat het meisje aan het trillen was. Ik zag dat haar shirt open stond en dat haar broek open was en half naar beneden zat. Het meisje bleef huilen. Het leek alsof ze aan het hyperventiIeren was. De vrouwelijke bestuurder van de auto voor mij kwam ook te hulp.
het hof begrijpt: getuige [getuige 1]) gestopt was. Ik ben toen achter die auto gestopt. Ik zag toen dat het meisje bij die man in de auto instapte. Ik ben achter die auto aangereden. Ik dacht dat hij ging parkeren.
Slachtoffer
Stukken van overtuiging (SVO)
Sporendragers
Onderzoeksopdracht/vraagstelling
Onderzoek naar biologische sporen
Resultaten, interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek
Bewijskracht van het vergelijkend DNA-onderzoek
(het hof begrijpt: te ‘s-Hertogenbosch, gelet op verdachtes verklaring op pagina 73). Ik was buiten een sigaret aan het roken. Toen kwam er een meisje aan. Dat meisje is weggelopen.
Bewijsoverwegingen