Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Procesverloop, bewezenverklaring en bewijsvoering
De op dit punt relevante rechtspraak van de Hoge Raad houdt in dat de weigering om een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden op zichzelf, mede gelet op artikel 29 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering en artikel 6 lid 2 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, niet tot het bewijs kan bijdragen. De rechter mag echter bij zijn bewijsoordeel wel in aanmerking nemen dat de verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend kan worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven. (Vgl. onder meer HR 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:97.)
4.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
Het hof heeft verder op basis van getuigenverklaringen vastgesteld dat de verdachte niet, zoals hij zelf heeft verklaard, rond 04.00 uur is vertrokken van het huis van [betrokkene 2] , maar omstreeks 02.30-03.00 uur. Daarnaast heeft het hof vastgesteld dat de getuige [betrokkene 6] de verdachte rond 04.00 uur heeft zien lopen op een andere plek dan door de verdachte is genoemd en dat de plek die [betrokkene 6] heeft genoemd, op de route ligt die loopt vanaf het appartement van het slachtoffer naar het huis van de verdachte, terwijl het waarnemen van de verdachte op de door [betrokkene 6] genoemde plek niet past bij de door de verdachte afgelegde verklaring dat hij zonder omweg van de woning van [betrokkene 2] naar zijn eigen huis is gelopen.
5.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
6.Beslissing
20 december 2022.