ECLI:NL:PHR:2025:405
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens te late indiening in Caribische zaak
De verdachte werd door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba veroordeeld wegens het aannemen van een gift als ambtenaar. Tegen dit arrest werd cassatieberoep ingesteld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad stelde in zijn conclusie dat het cassatieberoep niet ontvankelijk moet worden verklaard omdat het te laat is ingediend.
De uitspraak van het hof vond plaats op 21 maart 2024 in Aruba, waar de verdachte woonachtig is. Volgens artikel 11 lid 1 van Pro de Rijkswet rechtsmacht geldt in dit geval een termijn van 14 dagen voor het instellen van cassatieberoep. Het beroep werd echter pas op 5 april 2024 ingediend, wat buiten deze termijn valt.
Daarom adviseert de procureur-generaal de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de middelen van cassatie gegeven, omdat de ontvankelijkheid voorop staat.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.