ECLI:NL:PHR:2025:477
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens kennelijke misslag in kwalificatie van overtreding hasjbezit
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het vervoeren en aanwezig hebben van ongeveer 7,3 gram hasjiesj, een middel als bedoeld in lijst II van de Opiumwet. Het hof legde een geheel voorwaardelijke geldboete van €250,- op met een proeftijd van twee jaar. Het cassatieberoep werd ingesteld tegen dit arrest.
De procureur-generaal stelt vast dat er een discrepantie bestaat tussen de tenlastelegging en bewezenverklaring enerzijds, en de kwalificatie en bewijsoverweging anderzijds. De tenlastelegging betrof de overtredingsvariant van artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet zonder het bestanddeel opzet, terwijl het hof het bewezenverklaarde kwalificeerde als een misdrijfvariant met opzet. Deze kwalificatie wordt als een kennelijke misslag aangemerkt.
Omdat het hof slechts een geldboete van €250,- heeft opgelegd, staat op grond van artikel 427 lid 2 sub b Sv Pro geen beroep in cassatie open tegen het arrest. De conclusie van de procureur-generaal is dan ook dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep.
De conclusie benadrukt dat de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging buiten beschouwing blijft bij de ontvankelijkheidsvraag. De conclusie verwijst naar relevante jurisprudentie ter onderbouwing van deze rechtsopvatting.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens kennelijke misslag en opgelegde geldboete van €250,-.