Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
1. Proces-verbaal van aangifte d.d. 13 maart 2020, dossierpagina’s 29-30, voor zover inhoudende als verklaring van [aangever] :
het hof begrijpt: Café [A] te [plaats]) samen met mijn vriend [getuige 1] . Omstreeks 03.30 uur hebben we het laatste rondje besteld om deze buiten op te gaan drinken en daarna naar huis te gaan. Onderweg naar buiten kwamen wij in contact met een jongen. Ineens sloeg de jongen met een voorwerp tegen de rechterzijde van mijn voorhoofd. Ik voelde een harde klap tegen mijn hoofd en ik ben naar achteren gestapt.
het hof begrijpt: Café [A]). Omstreeks 03.00 uur stond ik samen met de vriendengroep in het midden van de [A] toen een heel erg dronken jongen, voor mij onbekend wie deze jongen was, [verdachte] (
het hof begrijpt hier en telkens hierna: de verdachte), een vriend uit de vriendengroep, begon lastig te vallen. Ik dacht dat hij erg dronken was omdat hij zijn arm bijna niet kon optillen. Hij heeft vervolgens ruzie gekregen met [verdachte] . Ik heb wel gezien dat er geslagen en geduwd werd onderling. Vervolgens werden ze uit elkaar gehouden door vrienden. Ik kan die dronken jongen als volgt omschrijven: Hij had een beige/licht roze T-shirt aan en wat me opviel, was dat zijn linkerarm vol met tatoeages zat, een sleeve.