Conclusie
Nummer24/01522
Inleiding
De bewezenverklaring en de bewijsoverwegingen van het hof
Inleiding
[verdachte] (het hof begrijpt de verdachte) was gisteren fruss. Als ik hem niet tegen hield zat hij vast joh ik bel je wel [betrokkene 2] want nu ik ben kapot k ga effe slapen etc etc want nu pas is hij echt rustig k moest wel met hem blijven anders zou hij buiten weer gekke dingen doen".
"zeg tegen hen (het hof begrijpt: de politie of de rechter) dat jouw vriendin [slachtoffer] vermoord heeft. Ik heb op geen enkel moment schopbewegingen gemaakt."
"waarom zeg je niet dat [medeverdachte 1] (het hof begrijpt [medeverdachte 1] ) uit mijn (slaap)kamer rende toen ik wakker werd. Je weet dat [medeverdachte 1] [slachtoffer] vermoord heeft. (...) nu lieg je over mij dat ik schopbewegingen gemaakt heb. (...) Je was aan het appen toen ik wakker werd en [medeverdachte 1] uit de (slaapkamer) rende. Je weet wat ze gedaan heeft."