Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
3.Het tweede middel
4.Het derde middel
Feit 1
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van poging tot en daadwerkelijke uitvoer van verdovende middelen. Het onderzoek Vidar richtte zich op internationale drugshandel van leden van de motorclub Red Devils.
De verdediging voerde drie cassatiemiddelen aan: bewijsuitsluiting wegens uitlokking door een criminele burgerinfiltrant, het ontbreken van een begin van uitvoering bij poging tot uitvoer, en het ontbreken van opzet op uitvoer van verdovende middelen. De procureur-generaal verwijst naar samenhangende zaken waarin dezelfde middelen zijn behandeld en verworpen.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wetenschap had van het voornemen om cocaïne naar het buitenland te vervoeren, onder meer op basis van telefoongesprekken en ontmoetingen met medeverdachte. De verweren van de verdediging werden gemotiveerd verworpen, waarbij het hof onderbouwde dat verdachte opzet had op uitvoer van verdovende middelen.
De procureur-generaal concludeert dat de middelen falen en dat er geen grond is voor vernietiging van het arrest. Het cassatieberoep wordt derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot negen maanden gevangenisstraf blijft in stand.