ECLI:NL:PHR:2025:718

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 juni 2025
Publicatiedatum
23 juni 2025
Zaaknummer
23/00882
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 342 lid 2 SvArt. 511i SvArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake profijtontneming wegens gebrek motivering bewezenverklaring

In deze zaak betreft het een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de betrokkene werd veroordeeld tot betaling van €7.325,- ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof had het vonnis van de rechtbank Amsterdam bevestigd. De betrokkene stelde een middel van cassatie voor tegen deze ontnemingsmaatregel.

De procureur-generaal merkt op dat het middel zich richt op een gebrek in de motivering van de bewezenverklaring in de strafzaak, met name dat er naast de aangifte geen aanvullend bewijs is voor de diefstal van een relatief groot contant geldbedrag. Deze klacht kan echter niet met vrucht worden ingebracht in de ontnemingszaak zelf. Indien de klacht in de strafzaak succesvol zou zijn, zorgt artikel 511i Sv ervoor dat de betrokkene geen belang heeft bij de ontnemingsklacht.

Daarom adviseert de procureur-generaal het cassatieberoep te verwerpen en het kan op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro worden afgedaan. Er is tevens samenhang met een andere strafzaak (nummer 23/00885) tegen dezelfde betrokkene, waarover ook een conclusie wordt uitgebracht.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel van €7.325,- blijft in stand.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer23/00882 P
Zitting24 juni 2025

CONCLUSIE

D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de betrokkene.
1. Bij arrest van 22 februari 2023 heeft het gerechtshof Amsterdam (parketnummer 23-001752-21) het vonnis van 2 juni 2021 van de rechtbank Amsterdam (parketnummer 13-046371-21) bevestigd en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de staat van een bedrag van € 7.325,- ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2. Er bestaat samenhang met de zaak 23/00885. Dit betreft de samenhangende strafzaak jegens de betrokkene. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. J. Boksem, advocaat in Leeuwarden, heeft één middel van cassatie voorgesteld, doch wat mij betreft tevergeefs.
4. Dat er – naast de aangifte – géén (door artikel 342 lid 2 Sv Pro verlangd) bijkomend bewijs is voor de diefstal van een betrekkelijk groot contant geldbedrag, behelst een klacht over een gebrek in de motivering van de bewezenverklaring in de strafzaak. Daarover kan in de ontnemingszaak echter niet met vrucht worden geklaagd. Mocht de gelijkluidende klacht in de strafzaak succes hebben, dan doet artikel 511i Sv zijn werk (zodat de betrokkene sowieso geen belang heeft bij de klacht). [1]
5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep en kan op de voet van artikel 81 lid 1 RO Pro worden afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Voetnoten

1.Hetzij geen middel in de zin der wet, vgl. HR 3 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:512, hetzij geen belang bij het middel, vgl. HR 19 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1255.