ECLI:NL:PHR:2025:718
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake profijtontneming wegens gebrek motivering bewezenverklaring
In deze zaak betreft het een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de betrokkene werd veroordeeld tot betaling van €7.325,- ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof had het vonnis van de rechtbank Amsterdam bevestigd. De betrokkene stelde een middel van cassatie voor tegen deze ontnemingsmaatregel.
De procureur-generaal merkt op dat het middel zich richt op een gebrek in de motivering van de bewezenverklaring in de strafzaak, met name dat er naast de aangifte geen aanvullend bewijs is voor de diefstal van een relatief groot contant geldbedrag. Deze klacht kan echter niet met vrucht worden ingebracht in de ontnemingszaak zelf. Indien de klacht in de strafzaak succesvol zou zijn, zorgt artikel 511i Sv ervoor dat de betrokkene geen belang heeft bij de ontnemingsklacht.
Daarom adviseert de procureur-generaal het cassatieberoep te verwerpen en het kan op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro worden afgedaan. Er is tevens samenhang met een andere strafzaak (nummer 23/00885) tegen dezelfde betrokkene, waarover ook een conclusie wordt uitgebracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel van €7.325,- blijft in stand.