Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
hij in de periode van 12 juni 2021 tot en met 13 juni 2021 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen
een bromscooter (merk Vespa Piaggio), die aan [aangever 2] toebehoorde,
een bromscooter (merk Piaggio C25), die aan [aangever 1] toebehoorde,
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 1 augustus 2021 (…) voor zover inhoudende als verklaring van [aangever 1] :
toevoeging hof: als weergegeven op pg. 39 met handgeschreven tekst ‘2021089926-9-2‘).
toevoeging hof: als weergegeven op pg. 55 met handgeschreven tekst ‘2021089926-8-1’).
het hof begrijpt: de verdachte).
8.De waarnemingen van het hof in raadkamer, inhoudende dat
hoe [curs. A-G]3 personen de 2 scooters uit die flat stelen op 13 juni 2021 om 02.38 uur.”
Welkefeitelijke (wegnemings- en/of verbrekings-)handelingen de verbalisant op het beeldmateriaal heeft waargenomen (oftewel ‘het hoe’ van de uitvoering: wie doet wat), wordt niet in het proces-verbaal vermeld. Dit voor het bewijs gebezigde onderdeel van het proces-verbaal van bevindingen behelst niet meer dan een door de verbalisant gemaakte gevolgtrekking. Derhalve mocht dit onderdeel van het proces-verbaal door het hof (in beginsel) niet voor het bewijs worden gebruikt. De overige door het hof gebezigde bewijsmiddelen bevatten evenmin informatie over feitelijke (wegnemings- of verbrekings-)handelingen. [4] Uit de inhoud van die bewijsmiddelen blijkt (dus) niet dat de conclusie van [verbalisant 1] juist is. Daarmee kan ook niet worden gezegd dat diens conclusie kan worden vereenzelvigd met de conclusie van het hof en dat cassatie om die reden achterwege kan blijven. [5] Gelet op het voorgaande is de bewezenverklaring niet naar de eisen van de wet met redenen omkleed.