Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
juist wel steunbewijs aanwezig voor verklaring cliënt
Bedreigingen naar [slachtoffer] en familie – geen steunbewijs in dossier”,merk ik op dat het ten laste gelegde “bedreigen van (…) de familie van die [slachtoffer] ” niet is bewezen verklaard en dat het hof derhalve niet is afgeweken van het standpunt van de verdediging. Het middel faalt in zoverre. Wel bewezen verklaard is dat de verdachte [slachtoffer] heeft bedreigd.
: “Opsluiten – geen steunbewijs, sterker nog, de sleutel lag gewoon op de tafel op [a-straat] ”,merk ik op dat het ten laste gelegde “opsluiten en/of opgesloten houden” niet is bewezen verklaard. Het middel faalt ook in zoverre.
“Onder controle houden of onder druk zetten – geen steunbewijs in dossier, sterker nog, uit het buurtonderzoek (pagina 33 zaaksdossier IJskruid) blijkt dat [slachtoffer] het einde van de relatie niet kon accepteren en cliënt min of meer is gaan stalken. Dit wordt ook bevestigd door de vele berichtjes die [slachtoffer] stuurt naar cliënt op het moment dat hij probeert afstand te nemen (pagina 49 e.v. zaaksdossier IJskruid)”,merk ik op dat het ten laste gelegde “onder controle houden en/of onder druk zetten van die [slachtoffer] ” evenmin is bewezen verklaard. Het middel faalt ook in zoverre.
“ [slachtoffer] de werkzaamheden in volledige vrijheid deed en ook in volledige vrijheid kon stoppen maar ervoor koos om deze werkzaamheden te verrichten ook voldoende terugkomt in het dossier en ook blijkt uit het feit dat bij afwezigheid van verdachte, zomer 2018, seksafspraken voor drugs maakte om in haar behoefte te voorzien en het feit dat zij tijdens de laatste voorlopige hechtenis van verdachte wederom adverteerde en werkzaam was als prostituee”en
“uit verklaringen van klanten een volledig ander beeld van [slachtoffer] als escort blijkt dan zij zelf doet voorkomen”, waarna de stellers van het middel verschillende in het dossier opgenomen getuigenverklaringen voor het voetlicht brengen, miskennen de stellers van het middel dat de selectie en waardering van het beschikbare bewijsmateriaal is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. De toets in cassatie is in die zin beperkt dat deze aan de feitenrechter voorbehouden selectie en waardering slechts op begrijpelijkheid kan worden getoetst. [2] Tot die toets zal het in de onderhavige zaak echter niet komen, omdat in de toelichting op het middel niet wordt geklaagd dat de selectie en waardering van het bewijsmateriaal door het hof niet begrijpelijk is. Het middel behoeft derhalve in zoverre geen bespreking. Ten overvloede merk ik over deze klacht nog wel op dat het hof niet onbegrijpelijk heeft overwogen:
“Ook het feit dat uit het dossier naar voren komt dat [slachtoffer] zowel voor als na de bewezenverklaarde periode zelfstandig en vrijwillig als prostituee heeft gewerkt doet naar het oordeel van het hof aan de betrouwbaarheid van haar verklaringen over de bewezenverklaarde bestanddelen van mensenhandel niet af”.
“cliënt heeft [slachtoffer] niet bewust in een positie gebracht en doen blijven, waarin zij in haar beleving, maar ook in de beleving van cliënt geen andere keuze had dan om bij hem te blijven en escortwerkzaamheden te verrichten. Derhalve is [slachtoffer] niet bewust door cliënt in een situatie gebracht die ver verwijderd is van de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren waarbij hij misbruik heeft gemaakt van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of van haar kwetsbare positie”,merk ik op dat uit de gebezigde bewijsmiddelen zonder meer het tegenovergestelde kan worden afgeleid, waardoor het kennelijke oordeel van het hof dat de weerlegging van dit standpunt in de bewijsmiddelen besloten ligt, niet onbegrijpelijk is. Het middel faalt ook in zoverre.