Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De bewijsconstructie en de verwerping van het verweer
1.Een proces-verbaal van aangifte d.d. 18 april 2008 van Politie Hollands Midden […]. Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
[aangever]:
[betrokkene 1]:
[betrokkene 2]:
[betrokkene 3]:
meer dan 1 miljardkeer waarschijnlijker wanneer de relatief grote hoeveelheid DNA afkomstig is van verdachte [verdachte] , dan wanneer de relatief grote hoeveelheid DNA afkomstig is van een willekeurige (niet aan [verdachte] verwante) persoon.
meer dan 1 miljardkeer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van verdachte [verdachte] , dan wanneer het DNA afkomstig is van een willekeurige (niet aan [verdachte] verwante) persoon.
meer dan 1 miljardkeer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [verdachte] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van twee willekeurige onbekende personen.
meer dan 1 miljardkeer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [verdachte] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van twee willekeurige onbekende personen.
meer dan 1 miljardkeer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [verdachte] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.
van de kraag van de binnenzijde van jack AAGN1614NL)
van de rechtermanchet van de binnenzijde, van jack AAGN1614NL)
Feiten en omstandigheden
3.Het middel
Kennelijk heeft [betrokkene 1] bij vergissing verklaard dat (ook) de nepagent een pet droeg” – volgens de steller van het middel “
volledig uit de lucht vallen”, waarbij het hof de verklaring van een getuige zou hebben gedenatureerd. Ten tweede is (daardoor) een ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt c.q. geschetst alternatief scenario “onvoldoende (deugdelijk) gemotiveerd weerlegd”, aldus de steller van het middel.
af te doen als een vergissing”, hebben gedenatureerd. Dit leidt er volgens de steller van het middel tevens toe dat het oordeel van het hof niet naar de eis der wet met redenen is omkleed c.q. dat het hof in afwijking van artikel 359 lid 2 Sv Pro niet (voldoende) heeft gerespondeerd op het ter terechtzitting naar voren gebrachte alternatieve scenario dat een verklaring voor het sporenbeeld vormde. De deelklachten lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
kennelijk(…)
bij vergissing” heeft verklaard dat (ook) de nepagent een pet droeg, ligt besloten dat het hof tot het bewijs heeft gebezigd wat het uit een oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en terzijde heeft gesteld wat het voor het bewijs van geen waarde acht. Dat is geen denaturering van een bewijsmiddel. Daarvan is immers alleen sprake wanneer de rechter – in weerwil van de bedoeling van degene die een verklaring of mededeling heeft gedaan – aan die verklaring of mededeling een wezenlijk andere betekenis of strekking geeft. Aan de hand van het overige bewijs heeft het hof voorts tot het niet onbegrijpelijke oordeel kunnen komen dat het de vermoedelijke tweede dader (over wie de aangevers ook hebben verklaard) was die bij het wegrennen een baseballpet verloor.