Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het eerste middel
of omstreeks12 mei 2019 te [plaats] , omstreeks 03:15 uur,
in elk gevalgedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning aldaar gelegen aan [a-straat 1] , tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen, een hoeveelheid geld ten bedrage van ongeveer 423.650 euro, althans ongeveer 362.980 euro, in elk gevaleen
(grote
)hoeveelheid geld,
datdiegeheel of ten deleaan een ander dan aan verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)toebehoorde, te weten aan Stichting Hrieps, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf
heeft/hebben verschaft
en/of dat weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebrachtdoor middel van braak,
verbreking, en/of inklimming,welke diefstal werd
voorafgegaan,vergezeld
en/of gevolgdvan
geweld en/ofbedreiging met geweld tegen [aangeefster] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden,gemakkelijk te maken
en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,door omstreeks 03.15 uur in de nacht een ruit van de woning van die [aangeefster] in te gooien en
/ofvervolgens de woning binnen te gaan en naar boven te lopen - gekleed in het zwart/donker en
/ofmet bivakmutsen op, in elk geval met gezichtsbedekking, en
/ofmet een stok/knuppel
, althans een voorwerp,in de handen en
/ofvervolgens aan die [aangeefster] dreigend te vragen waar het geld lag.
1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 12 mei 2019 van de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant met nr. PL20002019109277-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 63 e.v.):
“V. (Bedreiging met) geweld”. Het hof heeft daarin vastgesteld dat de daders van de overval met een tegel een ruit van de woning hebben ingegooid en dat de aangeefster door de harde klap midden in de nacht wakker is geschrokken en is gaan kijken wat er aan de hand was. Ook heeft het hof vastgesteld dat de aangeefster toen zij op de overloop liep werd geconfronteerd met drie in het zwart geklede mannen met gezichtsbedekking, waarvan één van de mannen – blijkens de bewijsvoering door het hof de verdachte – een stok of knuppel bij zich had die zichtbaar was voor de aangeefster. Al deze gedragingen zijn in de tenlastelegging als uitwerking van (bedreiging met) geweld ten laste gelegd. Uit de vaststellingen door het hof blijkt bovendien dat de aangeefster zag op welke manier de man de stok bij zich droeg, namelijk met beide handen terwijl hij deze voor zich hield. Dat het hof onder genoemde omstandigheden het op deze wijze vasthouden van een stok of knuppel in combinatie met het midden in de nacht door drie gemaskerde daders vragen naar het geld als een onderdeel van de bedreiging met geweld heeft aangemerkt is niet onbegrijpelijk. Hetzelfde geldt voor het oordeel dat sprake was van “dreigend vragen” als omschreven in de tenlastelegging. Daarbij merk ik nog op dat de door de aangeefster op 12 mei 2009 om 09:45 uur afgelegde verklaring inhoudt dat de man die het woord deed de stok vasthield en uit het onder 3.4 vermelde eerste bewijsmiddel blijkt dat de man die als eerste boven was het woord deed en de aangeefster toen direct heeft aangewezen in welke slaapkamer het geld lag, waarna zij zelf de slaapkamer waar haar kleindochter sliep is ingelopen. [1] De bewezenverklaarde bedreiging met geweld “met een stok/knuppel in de handen” is toereikend gemotiveerd.
4.Het tweede middel
Vordering tot schadevergoeding Stichting Hrieps
€ 362.980,00 (driehonderdtweeënzestigduizend negenhonderdtachtig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 13.838,00 (dertien duizend achthonderdachtendertig euro)en veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.