ECLI:NL:PHR:2026:260

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
15 maart 2026
Zaaknummer
24/02427
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet wapens en munitieArt. 2 onder C OpiumwetArt. 27 lid 1 SrArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen verbeurdverklaring Audi S3 Quattro in drugs- en wapenzaken

De verdachte is door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens het bezit van wapens van categorie II en III en het opzettelijk aanwezig hebben van 4 kilo MDMA en 3,18 kilo cocaïne. Tevens heeft het hof de verbeurdverklaring van diverse in beslag genomen voorwerpen, waaronder een Audi S3 Quattro, uitgesproken.

De politie trof op 27 maart 2018 in de woning van de verdachte en in de Audi S3 Quattro aanzienlijke hoeveelheden drugs, wapens en munitie aan. De verdachte werd aangetroffen in de woning, die niet op zijn naam stond ingeschreven, en gaf aan eigenaar te zijn van de auto waarin ook een identiteitskaart op zijn naam werd gevonden. De sleutel van de auto lag op de eettafel in de woning.

De bewezenverklaring steunt op diverse proces-verbalen en forensisch onderzoek. Het hof oordeelde dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van de wapens, munitie en drugs in de woning en de auto, en dat hij feitelijke macht had over deze goederen. De verbeurdverklaring van de Audi S3 Quattro werd gemotiveerd door het gebruik van het voertuig als mobiele bergplaats voor de drugs.

Het cassatieberoep richtte zich tegen de motivering van de verbeurdverklaring van de auto. De procureur-generaal concludeert dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is en voldoende is gemotiveerd. Er zijn geen gronden voor vernietiging van het arrest, zodat het cassatieberoep moet worden verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de verbeurdverklaring van de Audi S3 Quattro blijft gehandhaafd.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer24/02427

Zitting17 maart 2026
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte

Inleiding

1. De verdachte is bij arrest van 21 juni 2024 (parketnr. 23-000744-19) door het gerechtshof Amsterdam wegens 1. "
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd” en 2. “
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van voorarrest als bedoeld in artikel 27 lid 1 Sr Pro. Verder heeft het hof diverse in beslag genomen voorwerpen, waaronder een Audi S3 Quattro, verbeurdverklaard en onttrokken aan het verkeer, een en ander zoals nader in het arrest bepaald. Ten slotte heeft het hof de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) gelast ten aanzien van een groot aantal voorwerpen.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. W.H. Jebbink, advocaat in Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.

Het middel

3. Het middel is gericht tegen de motivering van de verbeurdverklaring van de Audi S3 Quattro.

Bewezenverklaring en bewijsvoering

4. Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezen verklaard dat:

1. hij op 27 maart 2018 te [plaats] wapens van categorie II en III, te weten (een)
(…) en
munitie van categorie III voorhanden heeft gehad, te weten
(…);
2. hij op 27 maart 2018 te [plaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad 4 kilo MDMA en 3,18 kilo cocaïne.
5. De bewezenverklaring steunt onder meer op de volgende bewijsmiddelen:

1. Een proces-verbaal van bevindingen aanleiding 13Schilde van 28 maart 2018 [ZD05, doorgenummerde pagina’s 0001 tot en met 0006].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, alsmededelingen van de verbalisanten:
Op 27 maart 2018 passeerden wij een appartementencomplex gelegen in de [a-straat] . In voornoemd complex bevindt zich ook de woning met het huisnummer […] .
Blijkens de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) staan er geen personen op voornoemd adres ingeschreven.
Wij wilden vaststellen wie er op dit moment in de woning verbleven en wij besloten om aan te bellen. Vlak na het aanbellen zagen wij dat een man, slechts gekleed in een boxershort, naar de deur kwam lopen en deze opende. Deze man bleek te zijn genaamd [verdachte] .
[verdachte] overhandigde mij een paspoort dat hij uit een lade van een nachtkasje haalde. Ik zag dat er nog twee andere paspoorten in deze lade aanwezig waren en benoemde dit. [verdachte] antwoordde: “Deze is van mijn zoontje". Hierbij overhandigde [verdachte] de twee andere paspoorten aan mij. Ik zag dat een van deze op naam stond van [zoon verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [plaats] .
[verdachte] : "De autosleutel op tafel is van mij. Die hoort bij een Audi A3. Deze staat in de ondergrondse parkeergarage. Het [kenteken] ."
[verdachte] opende de deur van de tweede slaapkamer. Ik zag op de grond een professionele vacumeermachine staan. Onze collega, forensisch specialist, arriveerde bij de woning. Hij overhandigde mij een testdoekje geschikt voor het doen van een indicatieve test op cocaïne. Ik heb het testdoekje langs de binnenzijde van het apparaat gehaald. Ik zag dat het doekje op verschillende plekken verkleurde. Mijn collega gaf aan dat dit een indicatie voor de aanwezigheid van cocaïne betrof.
(…)
11. Een proces-verbaal doorzoeking Audi S3 Quattro van 28 maart 2018, inclusief fotobijlagen [AD02, doorgenummerde pagina’s 0016 tot en met 0019].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, alsmededelingen van de verbalisanten:
Op 27 maart 2018 bevond een collega zich in de woning [a-straat 1] te [plaats] , alwaar een Audi autosleutel op de eettafel in de woonkamer lag. [verdachte] gaf aan dat dit de autosleutel van zijn auto betreft en dat deze in de garage van het gebouw staat en dat het kenteken van het voertuig [kenteken] betrof.
Hierop is een onderzoek ingesteld in de parkeergarage. Ik zag dat in de garage de Audi S3 Quattro stond.
Wij hebben het voertuig doorzocht. Er lag een identiteitskaart op naam van [verdachte] in het middenconsole. Wij troffen een plastic tas op de achterbank aan, waarin een oranje plastic tas zat, waarin een rode plastic tas zat. In deze rode plastic tas zat een rechthoekig ingesealde substantie.
(…)
14. Een proces-verbaal van bevindingen sporen i.r.t. [verdachte] van 18 oktober 2018 [ZD08, doorgenummerde pagina's 0342 tot en met 0362].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, alsmededelingen van de verbalisant:
[verdachte]
Uit de Audi voorzien van het [kenteken] zijn onder andere twee plastic zakken veiliggesteld. In de oranje tas zat een rode tas met een blok cocaïne van 1.07 kilo.
Goednummer blok cocaïne: 5550107.
Bemonstering SIN AALM6238NL (5550515). (…).
6. Het hof heeft, voor zover van belang, ten aanzien van het bewijs overwogen:

De politie heeft op 27 maart 2018 op de [a-straat 1] te [plaats] aangebeld, teneinde vast te stellen wie feitelijk in de woning verbleef. Volgens de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) stonden er geen personen ingeschreven op dat adres. De in de woning aanwezige verdachte heeft daarop de deur geopend, terwijl hij op dat moment slechts in een boxershort was gekleed, en heeft de politieambtenaren vervolgens vrijwillig binnengelaten. De politieambtenaren zagen in de woning onder andere een stapel blanco simkaarten, meerdere telefoons, een weegschaal en een vacumeermachine liggen, en zijn na een indicatieve cocaïnetest op de vacumeermachine overgegaan tot een doorzoeking van de woning, In de woning en in de auto (merk Audi met [kenteken] ) die in de parkeergarage van het complex werd aangetroffen, zijn vervolgens onder meer (toebehoren van) wapens, munitie en verdovende middelen, aangetroffen.
Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van het voorhanden hebben door de verdachte van de aangetroffen wapens en munitie, is volgens de ter zake relevante jurisprudentie van de Hoge Raad nodig dat bij de verdachte sprake is geweest van een meerdere of mindere mate van bewustheid ten aanzien van de aanwezigheid van die voorwerpen alsmede dat de verdachte daarover beschikkingsmacht heeft gehad in die zin dat hij daarover feitelijk macht kon uitoefenen. Voor de bewustheid geldt dat deze zich niet hoeft uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of de munitie of tot de exacte locatie daarvan. Voldoende is dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad.
Het kunnen uitoefenen van feitelijke macht in de zin van daarover kunnen beschikken, is eveneens nodig voor het bewijs van het aanwezig hebben van verdovende middelen. Volgens de ter zake relevante jurisprudentie hoeven de verdovende middelen zich daarvoor niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van verdachte te bevinden. Ook hoeft niet te kunnen worden vastgesteld dat de verdovende middelen aan verdachte toebehoren of dat sprake is van beschikkings- of beheersbevoegdheid ten aanzien van de verdovende middelen.
De verdachte heeft als bewoner in de woning aan de [a-straat 1] verbleven
(…)
Verder stond de auto waarvan de verdachte volgens eigen zeggen eigenaar was, een Audi S3 Quattro met [kenteken] , in de garage van het appartementencomplex geparkeerd. De sleutel van die auto is op de eettafel in de woonkamer van de [a-straat 1] aangetroffen. (…)
Aangetroffen goederen in de woning en in de Audi S3 Quattro niet [kenteken]
De politie heeft tijdens de doorzoeking van de woning aan de [a-straat 1] , voor zover hier relevant de volgende goederen, voorzien van goednummers waar van toepassing, aangetroffen: (…)
In de Audi S3 Quattro met [kenteken] werden onder meer de volgende goederen aangetroffen:
-
5550107: 1,07 kilo cocaïne, geseald, verpakt in drie plastic tassen;
-
een identiteitskaart op naam van de verdachte.
Conclusie
Naar het oordeel van het hof kan het niet anders dan dat de verdachte zich bewust is geweest - met uitzondering van de hierna te noemen in de drie kluizen aangetroffen 4,53 kilo cocaïne en het geldbedrag van € 56.086,00 - van de aanwezigheid van de onder 1 en 2 tenlastegelegde wapens, munitie en drugs. Dit omdat hij gedurende langere tijd in de woning verbleef, kennelijk beschikking had over de gehele woning, de goederen door de hele woning verspreid lagen en zijn aangetroffen op plaatsen waar ook goederen zijn aangetroffen die rechtstreeks aan de verdachte zijn te linken en ten slotte de aanzienlijke hoeveelheid goederen die het betrof. Gezegd kan worden dat de verdachte te midden van deze goederen heeft geleefd. Hetzelfde geldt, in het verlengde van het vorenstaande, voor de in de Audi S3 Quattro met [kenteken] aangetroffen verdovende middelen, aangezien voldoende is komen vast te staan dat de verdachte eigenaar was van en gebruik maakte van die, in de garage van het appartementencomplex waartoe [a-straat 1] behoort geparkeerde, auto, waarin bovendien een identiteitskaart op zijn naam is aangetroffen en waarvan de sleutels op de eettafel in de woning lagen. Ook daaraan doet niet af dat de verdachte kennelijk niet de enige gebruiker van die auto was.
Daarbij had de verdachte als bewoner/gebruiker van de woning en eigenaar/gebruiker van de auto ook beschikkingsmacht over de tenlastegelegde goederen - met uitzondering van de in de volgende paragraaf opgenomen in een kluis aangetroffen 4,53 kilo cocaïne en het geldbedrag van € 56.086,00-. Hij had tot de overige goederen vrije toegang en kon daarover feitelijk macht uitoefenen.
7. De beslissing omtrent het beslag houdt, voor zover van belang, het volgende in:
“Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde is begaan met behulp van dan wel met betrekking tot de voorwerpen onder goednummers 2 tot en met 6, 18, 39, 53 en 66 op de lijst van in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen. Deze voorwerpen zullen daarom worden verbeurd verklaard. [1]

De bespreking van het middel

8. Het middel bevat de klacht dat het hof op onbegrijpelijke en/of ontoereikend gemotiveerde gronden heeft geoordeeld dat het bewezen verklaarde met behulp van, dan wel met betrekking tot een voertuig is begaan.
9. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte de eigenaar is van de Audi S3 Quattro met [kenteken] en dat in dat voertuig 1,07 kilo cocaïne geseald en verpakt in plastic tassen is aangetroffen. In het oordeel van het hof ligt besloten dat de verdachte als eigenaar van het voertuig de beschikkingsmacht had over die 1,07 kilo cocaïne en het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 2 onder Pro C Opiumwet heeft begaan met behulp van dat voertuig, namelijk als mobiele bergplaats. Dat oordeel is niet-onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. [2]

Slotsom

10. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan artikel 81 lid 1 RO Pro ontleende motivering.
11. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
12. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.De Audi S3 Quattro met kenteken PV224R is genummerd als voorwerp 18.
2.Vgl. de recente conclusie van mijn ambtgenoot Sinnige, ECLI:NL:PHR:2025:621, randnummers 27-28, vóór HR 16 september 2025, niet gepubliceerd, HR: art. 81.1 RO.