Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
aansluitendezorgmachtiging. Dat betekent dat de nieuwe zorgmachtiging niet voor twaalf maanden, maar slechts voor maximaal zes maanden kon worden verleend.
[…]). In die zaak had de officier van justitie zeven weken voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de bestaande zorgmachtiging een verzoek ingediend voor een nieuwe zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. Toch kwam de beslissing van de rechtbank te laat omdat de beslistermijn van drie weken was verstreken en de eerdere zorgmachtiging daardoor was vervallen. Van een op de eerdere machtiging direct aansluitende zorgmachtiging was dus geen sprake. Een nieuwe zorgmachtiging kon niet voor maximaal twaalf maanden worden verleend, maar maximaal voor zes maanden.
de rechtbank) ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met uiterlijk 4 oktober 2025. [2]
de bestreden beschikking).
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Kamerstukken II2020/21, 35667, nr. 3, p. 15-16 (onderstreping door mij toegevoegd):
Gebleken is echter dat deze termijn ongunstig uitpakt ten opzichte van de relatief korte geldigheidsduur van een eerste zorgmachtiging van maximaal zes maanden. Zeker bij een eerste zorgmachtiging kan de toestand en zorgbehoefte van betrokkene nog danig veranderen, en daarmee ook de noodzakelijke behandeling. Als dan te vroeg moet worden gestart met de voorbereidingen voor een opvolgende zorgmachtiging, kan dat een nadelig effect hebben op zowel betrokkene’s gemoedstoestand als op de inhoud van het zorgplan en het voorstel voor een zorgmachtiging in die fase. Door deze verplichting te schrappen, kan het nieuwe verzoekschrift nog tot de dag voor het verstrijken van de zorgmachtiging worden ingediend, waardoor er ruimte is om de ontwikkeling van betrokkene langer te volgen en de zorgbehoefte op basis van actuelere informatie in het zorgplan te verwerken.”
vervalt de eerdere zorgmachtigingin afwijking van het eerste lid, onderdeel a, als de rechter op het verzoekschrift heeft beslist of door het verstrijken van de termijn” volgt dat art. 6:6 lid 2 Wvggz Pro een uitzondering bevat op de regel dat het verstrijken van de geldigheidsduur de zorgmachtiging doet vervallen. In plaats daarvan geldt de regel dat de zorgmachtiging van rechtswege vervalt op het vroegste van twee momenten: de dag waarop de rechter beslist op het verzoek om een nieuwe zorgmachtiging of de dag waarop de beslistermijn van drie weken als bedoeld in art. 6:2 lid Pro 1, onder e, Wvggz verstrijkt. [5]