Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
I. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 31 mei 2023.
mededeling van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
mededeling van verbalisant [verbalisant 3] :
mededeling van verbalisant [verbalisant 4] :
4.Het eerste middel
gezegddat) het rijbewijs werd ingevorderd, is zo bezien niet onbegrijpelijk. Daartoe telt ook dat de verdachte in reactie op hetgeen de voorzitter hem voorhield niet heeft weersproken dat zijn rijbewijs was ingevorderd, terwijl hij juist wel ook op die terechtzitting heeft verklaard dat hij zijn rijbewijs aan de agenten had afgegeven en uit zijn verdere verklaringen niet volgt dat hij dit daarna heeft teruggekregen. Zie in dit verband ook hetgeen hierna onder 5.9 wordt opgemerkt.
5.Het tweede middel
Bewijsoverweging feit 2
6.Het derde middel
Bewijsoverweging feit 2
“De verdachte achtte zichzelf niet in staat om in de Nederlandse taal te communiceren. Zijn taalkeuze was Engelse. Ik communiceerde met hem in de Engelse taal, wat de verdachte verstond en begreep”en aan het slot
“Op 25 januari 2022 te 00:47 uur, heb ik, [verbalisant 5] , verdachte medegedeeld dat zijn rijbewijs zal worden ingevorderd op grond van artikel 164 lid 2 onder Pro c, indien hij zich niet laat onderwerpen aan een bloedonderzoek. Vervolgens heb ik de verdachte nogmaals bevolen zich te laten onderwerpen aan een bloedonderzoek. Ik, [verbalisant 5] , hoorde dat verdachte zei dat hij niet wilde meewerken aan dit bloedonderzoek.”In het licht van deze geciteerde inhoud uit het door [verbalisant 5] opgemaakte proces-verbaal is het mijns inziens niet onbegrijpelijk dat het hof heeft geoordeeld “dat aan de verdachte kenbaar is gemaakt dat zijn rijbewijs is ingevorderd” en de verdachte zich derhalve bewust is geweest van het feit dat zijn rijbewijs was ingevorderd en het op dit punt gevoerde verweer daarom wordt verworpen. Daarbij merk ik nog op dat – zoals onder 4.9 al aan de orde kwam – de insteek van het verweer naar de kern genomen was dat de verdachte niet
schriftelijk(in een voor de verdachte begrijpelijke taal) in kennis is gesteld dat zijn rijbewijs was ingevorderd.