ECLI:NL:PHR:2026:378
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest witwassen wegens wijziging tenlastelegging
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor witwassen en kreeg een gevangenisstraf van twee maanden opgelegd, met verbeurdverklaring van een geldbedrag. Het cassatieberoep richtte zich op de klacht dat het hof de tenlastelegging had verlaten door bewezen te verklaren dat de verdachte handelde in strijd met een ander onderdeel van art. 420bis Sr dan waarvoor hij was gedagvaard.
De tenlastelegging betrof het verbergen of verhullen van de aard, herkomst en vindplaats van een geldbedrag (art. 420bis lid 1 aanhef en onder a Sr). Het hof verklaarde echter bewezen dat de verdachte het geldbedrag voorhanden had gehad terwijl hij wist dat het uit een misdrijf afkomstig was (art. 420bis lid 1 aanhef en onder b Sr). De Hoge Raad oordeelt dat dit een ontoelaatbare wijziging van de tenlastelegging is, omdat dit niet kan worden gezien als een verbetering van een misslag maar als een wijziging die alleen volgens de regels van art. 313 en Pro 314 Sv kan plaatsvinden.
De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad is dat het middel gegrond is en dat het arrest van het hof moet worden vernietigd en de zaak moet worden terugverwezen naar het hof voor een nieuwe berechting. Tevens is ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn voor cassatie is overschreden. De Hoge Raad heeft geen andere gronden voor vernietiging gevonden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het verlaten van de tenlastelegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.