Conclusie
1.Inleiding
2.Het procesverloop en de beslissingen van het hof
Verzoek vernietiging en terugwijzing 21-004939-21
bijlage 1achter mijn pleitaantekeningen gehecht.
bijlage 2achter mijn pleitaantekeningen gehecht. Hieruit volgt dat het IRC aan de advocaat-generaal heeft bevestigd dat cliënt veroordeeld is tot een gevangenisstraf van 3 jaar en 3 maanden. De advocaat-generaal schrijft niet met zoveel woorden dat cliënt op dat moment in de penitentiaire inrichting in Duitsland verblijft, maar gaat daar wel vanuit, nu hij om akkoord vraagt voor deelneming aan de inhoudelijke behandeling middels een video-verbinding.
bijlage 3achter mijn pleitaantekeningen gehecht. Hieruit volgt dat cliënt schrijft dat hij in Duitsland in de gevangenis zit en een verzoek doet tot overbrenging naar Nederland.
bijlage 4achter mijn pleitaantekeningen gehecht. Hieruit volgt ook dat hij zich aan zijn werkverplichtingen houdt en dat zijn gedrag relatief probleemloos zou zijn.
3.Het juridisch kader
Art. 36e (oud) Sv:
Art. 36g Sv:
Art. 422a Sv:
4.De middelen
NJ2002/317 m.nt. T.M.C.J. Schalken, rov. 3.33 en 3.34 [12] heeft voorgedaan die tot schorsing van het onderzoek ter terechtzitting had moeten leiden. Of dat daadwerkelijk zo is geweest heeft het hof in het midden gelaten, omdat ook een bevestigend antwoord op die vraag niet tot terugwijzing van de zaak had dienen te leiden. In het licht van hetgeen hiervoor onder randnummer 3.7 is overwogen, heeft het hof ook daarmee geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is evenmin onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.