Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het middel
1. Het horen van de toenmalige boekhouder van cliënt, verbonden aan [A], als getuige.
6.1 De grondslag van de vordering
NJ2021/46 (in r.o. 2.4.4) geformuleerde eis dat de betrokkene de gelegenheid moet hebben aan te voeren dat en waarom er onvoldoende aanwijzingen bestaan dat andere strafbare feiten door hem zijn begaan, naar analogie van toepassing; door te oordelen dat het horen van de boekhouder niet relevant is, zou de verdediging door het hof onvoldoende in de gelegenheid zijn gesteld verweer te voeren.