3.3Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 28 augustus 2023 blijkt onder meer het volgende:
“De voorzitterdeelt mede:
Het hof heeft de appelschriftuur ontvangen. Daarin is verzocht om een tweetal getuigen te horen.
De raadsmanbrengt het volgende naar voren:
Het is mij niet duidelijk wat de overwegingen van de rolraadsheer zijn geweest om niet in het verzoek te bewilligen. De ontnemingsvordering is gebaseerd op artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Dit is de meest verstrekkende grondslag voor een ontnemingsvordering. Het betreft feiten die twaalf jaren geleden zijn gepleegd. Cliënt vraagt zich af hoe hij nu nog kan aantonen wat destijds zijn financiële positie was. Alleen de boekhouder kan daaraan handen en voeten geven. De insteek is de financiële status van cliënt voor de kasopstelling. Cliënt bekent het telen van hennep. De zonnestudio is deels betaald met een lening. De Hoge Raad heeft bepaald dat we niet vooruit kunnen lopen op wat een getuige gaat verklaren. Ik ben niet overtuigd door de afwijzing van het verzoek tot het horen van de boekhouder als getuige door de rolraadsheer. Ik herhaal hierbij het verzoek tot het horen van de boekhouder als getuige. Het verzoek dient aan de hand van het verdedigingscriterium te worden beoordeeld. Wat mij betreft kan het hof daar bij eindarrest op reageren. Cliënt wil een streep zetten onder deze zaak. Hij heeft zijn standpunt voldoende aannemelijk gemaakt. [betrokkene 1] zegt dat hij cliënt geld heeft geleend. Ik persisteer bij het horen van de getuige als het hof uitgaat van een illegaal startkapitaal voor de zonnestudio. Cliënt geeft aan dat het een onderhandse lening van [betrokkene 1] betreft.
De voorzittermerkt op:
Uw cliënt heeft nog niets verklaard over de herkomst van de lening,
De raadsmanbrengt het volgende naar voren:
Cliënt geeft aan dat het geld geen illegale herkomst heeft. Het openbaar ministerie gaat ruim twee jaar verder terug dan de periode die het hof in het arrest bewezen heeft verklaard. De zonnestudio is met legaal geld opgestart.
De voorzittervoert het woord als volgt:
De vraag die voorligt is of het klopt dat er een lening is geweest. Verder is het de vraag of de lening wel aan de boekhouder is medegedeeld.
De raadsmanbrengt het volgende naar voren:
Het wordt cliënt bijna onmogelijk gemaakt om aannemelijk te maken dat hij geld heeft geleend. U verwacht te veel van cliënt. Als de boekhouder niet als getuige wordt gehoord dan is het voor cliënt onmogelijk om aan te tonen dat hij geld heeft geleend.
De oudste raadsheervoert het woord als volgt:
In het verhoor bij de politie van 9 juni 2022 heeft u verklaard dat u niet meer weet of u de lening met uw boekhouder heeft besproken. Dit kan twee dingen betekenen. U weet zelf niet of u het met de boekhouder heeft besproken of u weet niet of de lening in de boekhouding terecht is gekomen. Bij een ontnemingszaak moet u de kans krijgen om aannemelijk te maken dat aan u een lening is verstrekt. U bent als opdrachtgever van de boekhouder bij uitstek degene die het aan hem kan vragen.
De betrokkeneverklaart als volgt:
Ik heb het aan de boekhouder gevraagd. Hij wist het op dat moment niet. Hij moest het een en ander uitzoeken, Er is een inval bij mij geweest en toen is ook mijn administratie meegenomen.
De raadsmanbrengt het volgende naar voren:
Cliënt heeft de boekhouder, [boekhouder], benaderd. Hij kan zich herinneren dat hij iets over een lening heeft opgeschreven. Cliënt geeft aan dat hij de boekhouder meerdere keren naar de lening heeft gevraagd. Cliënt heeft een verklaring van [betrokkene 1] overgelegd waaruit blijkt dat [betrokkene 1] aan cliënt een lening van € 30.000,- heeft verstrekt. Kennelijk ligt de drempel voor aannemelijkheid hoger dan ik dacht. Bovendien heb ik nog meerdere andere vragen aan de boekhouder. Ik persisteer bij het verzoek tot het horen van de boekhouder.
De jongste raadsheervoert het woord als volgt:
Het startkapitaal voor de zonnestudio bedroeg ongeveer € 30.000,-?
De betrokkene verklaartals volgt:
Ik had zelf ook nog een bedrag van ongeveer € 18.000,- à € 20.000,- afkomstig uit de handel in een bazaar. Ik had een bazaar maar die liep niet meer.
De advocaat-generaalvoert het woord als volgt:
Het openbaar ministerie heeft reeds een standpunt over het horen van de boekhouder als getuige ingenomen en daar blijf ik bij.
De voorzittervoert het woord als volgt:
Het hof zal, zoals door de verdediging voorgesteld, bij arrest dan wel bij tussenarrest beslissen op het verzoek tot het als getuige horen van de boekhouder.
In het dossier bevinden zich onder andere de conclusie-wisselingen bij de rechtbank, het vonnis van de rechtbank en de appelschriftuur van de verdediging. De behandeling van de zaak in hoger beroep betreft een voortbouwend appel waarbij wordt ingegaan op de bezwaren van de verdediging tegen het vonnis van de rechtbank. De verdediging heeft i) het beginsaldo van de kasopstelling, ii) het niet meenemen van het contante bedrag voor de verbouwing van de zonnestudio in de kasopstelling, iii) het niet meenemen van het aankoopbedrag van de Audi in de kasopstelling en iv) het niet opnemen van de omzet van het eenmansbedrijf van betrokkene als legale inkomsten in de kasopstelling betwist. Om met het beginsaldo te beginnen. Het openbaar ministerie heeft aangegeven dat het beginsaldo op 1 januari 2012 € 0,00 was. Kunt u aangeven wat het startkapitaal volgens u was?
De raadsmanvoert het woord als volgt:
Cliënt had na het beëindigen van de bazaar ongeveer € 18.000,- a € 20.000,- tot zijn beschikking. Dat was zijn startkapitaal. Ik vraag mij af waarom het jaar 2011 niet in de kasopstelling is meegenomen.
De oudste raadsheervoert het woord als volgt:
Was uw onderneming een eenmanszaak?
De betrokkenevoert het woord als volgt:
Eerst wel, later niet meer. Het is later omgezet naar een besloten vennootschap.
De oudste raadsheervoert het woord als volgt:
In dezelfde periode heeft u ook de Audi RS4 aangekocht.
De raadsmanmerkt op:
Ik ben niet boekhoudtechnisch onderlegd. Stel dat het geld voor de aankoop van de auto een onderhandse lening betreft. Bij de aanvang van mijn kantoor heb ik € 10.000,- van mijn vader gekregen. Ik heb dat ook niet op de balans gezet,
De voorzittervoert het woord als volgt:
Hoe is de lening tot stand gekomen?
De betrokkenevoert het woord als volgt:
Ik ken [betrokkene 1] al jaren. Hij was een goede vriend. Hij kwam regelmatig bij mij over de vloer. Ik heb aan hem gevraagd of hij mij een lening kon verstrekken. Hij vroeg wel aan mij wat ik met het geld ging doen. Ook heeft hij mij voorgesteld aan een Turkse groothandel. Ik moest het geld wel terugbetalen. Het liefst zo snel mogelijk. Ik heb een deel van de lening al terugbetaald. Er staat nog wel een deel open. Hoeveel ik al heb terugbetaald is iets tussen [betrokkene 1] en mij. Het ging allemaal op goed vertrouwen. Ik weet niet exact op welke datum ik de lening heb gekregen. Het was wel in die periode. € 30.000,- is wel een groot bedrag. Ik weet dat [betrokkene 1] een vastgoedmagnaat was. Hij had diverse panden. Ik heb nog regelmatig contact met hem.
De raadsmanmerkt op:
Ik heb liever dat u wel aangeeft hoeveel u heeft terugbetaald.
De oudste raadsheervoert het woord als volgt:
In 2022 heeft u verklaard dat u nog niets had terugbetaald. Wanneer heeft u dan iets terugbetaald?
De betrokkenevoert het woord als volgt:
Ik heb hem het geld tijdens een afspraak gegeven. Het was na 2022. Ik heb geen contanten. Ik heb niet met contanten terugbetaald.
De voorzittervraagt of betrokkene de lening dan op een andere wijze heeft vereffend.
De betrokkeneantwoordt als volgt:
Neen, ik heb geen bezittingen.
De jongste raadsheermerkt op:
U kunt dus aantonen dat u een deel van de lening hebt terugbetaald? Dat zou een plusje voor u betekenen.
De advocaat-generaalvoert het woord als volgt:
Waarom is de lening en het terugbetalen daarvan niet op een normale contractuele wijze vastgelegd?
De betrokkeneantwoordt als volgt:
Dat was niet nodig.
De oudste raadsheervoert het woord als volgt:
Waarom heeft u precies € 30.000,- van [betrokkene 1] geleend?
De betrokkeneantwoordt als volgt:
Ik had een dergelijk bedrag in gedachten. Ik moest vanaf de eerste maand huur betalen. De verbouwing kostte geld en je moet als beginnend ondernemer ook een buffer hebben. Bovendien moest ik nog van alles regelen.
De voorzittervoert het woord als volgt:
Hoe is de aankoop van de Audi RS4 gegaan?
De betrokkeneantwoordt als volgt:
Mijn broer, [betrokkene 2], heeft de auto aangekocht. Hij moest op een gegeven moment € 4.500,- a € 5.000,- betalen voor de verzekering van de auto. Ik heb de verzekering voor hem betaald. [betrokkene 2] betaalde mij dan het bedrag terug. Soms deed hij dat contant en soms via zijn bankrekening. Ik moest aangifte doen van de diefstal van de auto. De verzekeringspremie is altijd netjes betaald. Ik heb een bedrag van de verzekering uitgekeerd gekregen. Ik heb het bedrag contant aan mijn broertje gegeven. Ik weet niet meer waarom ik dat bedrag contant aan hem heb gegeven. Ik heb het bedrag in een paar keer gepind. Het was ongeveer € 18.000,- a € 20.000,-. De auto was netjes via de RDW ingevoerd.
De oudste raadsheermerkt op:
Op p. 344 van het digitale einddossier financiële ambtshandelingen gaat het over de invoer van een Audi RS4 met een toelatingsdatum van 20 maart 2007. Het lijkt erop dat [betrokkene 2] in dezelfde periode nog een Audi had.
De raadsmanmerkt op:
Naar mijn weten is er maar één Audi RS4.
De oudste raadsheergeeft aan:
Misschien is het toch dezelfde Audi RS4.
Desgevraagd delen de raadsman, verdachte en de advocaat-generaal mede dat de stukken voldoende zijn voorgehouden.
De raadsmanvoert het woord als volgt:
Ik verzoek u om het onderzoek te onderbreken, zodat ik even met mijn cliënt kan overleggen.
De voorzitteronderbreekt het onderzoek.
De voorzitterhervat het onderzoek en geeft de raadsman van betrokkene het woord.
De raadsmanbrengt het volgende naar voren:
Ik heb mijn cliënt verzocht om alsnog duidelijkheid te geven over de terugbetaling van de lening aan [betrokkene 1]. Cliënt geeft aan dat de terugbetaling via een tussenpersoon is gelopen. Cliënt deed klussen voor die tussenpersoon en die betaalde [betrokkene 1]. Het gaat om drie transacties van elk € 3.000,-. Cliënt wil dit buiten de zaak van vandaag te houden. Ik zal er bij pleidooi op terugkomen. [betrokkene 1] kunnen we als getuige horen. Hierbij doe ik dan ook het verzoek om [betrokkene 1] als getuige te horen. Hij kan bevestigen dat cliënt (een deel van) de lening heeft afbetaald.”