Conclusie
1.Inleiding
2.Het vierde middel
. Zou jij EUR 150k naar [D] willen betalen ( [rekeningnummer 1] ) en EUR 100k aan [A] BV ( [rekeningnummer 2] ) ?".
“Overeenkomstdd. 16augustus 2012”;
overeenkomst dd 16/8/2012”;
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor feitelijk leidinggeven aan schuldwitwassen gepleegd door twee vennootschappen, [A] B.V. en [B] B.V., waarbij geldbedragen van in totaal 500.000 euro betrokken waren. Het hof baseerde zijn oordeel op drie kasrondes van geldstromen tussen diverse vennootschappen en het startersfonds [F] BV, dat via de Seed Capital regeling van de overheid renteloze leningen ontving.
De verdachte was middellijk bestuurder van de vennootschappen en gaf opdrachten voor betalingen. Het hof achtte bewezen dat hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de gelden afkomstig waren uit misdrijf, met name bij de tweede en derde kasronde in 2012. De eerste kasronde werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs van wetenschap of vermoeden van criminele herkomst.
In cassatie werd het middel over verjaring gegrond verklaard. De Hoge Raad oordeelt dat het bewezenverklaarde feit betrekking heeft op kasrondes van juli en september 2012, die verjaard zijn omdat de verjaringstermijn van twaalf jaar is verstreken. De zaak wordt daarom vernietigd en terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van de verjaring.
De conclusie bevat ook een uitgebreide motivering over de partiële intrekking van het cassatieberoep en de toepassing van jurisprudentie over de reikwijdte van cassatieberoepen. Tevens wordt opgemerkt dat de redelijke termijn is overschreden, wat bij strafoplegging kan worden meegewogen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens verjaring en de zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling.