Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het eerste middel
Economische eenheid.
moment opname [1] over de periode van 18 mei tot en met 3 november 2011 en van 22 maart tot en met 23 april 2012 omschreven in de inbeslaggenomen aantekeningen van [medebetrokkene] . Zoals reeds vermeld zijn deze aantekeningen zeer beperkt en subjectief.
Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 332.510,00.
€ 63.167,43.
(269.342,57 - 33.400,00 =) € 235.942,57.
4.Het tweede middel
Verplichting tot betaling aan de Staat
NJ2015/445. De Hoge Raad achtte het rechtsgevolg dat het hof in die zaak aan de overschrijding van de redelijke termijn had verbonden niet onbegrijpelijk. Het hof had het ontnemingsbedrag in die zaak met 0,2% verminderd voor een overschrijding van de redelijke termijn van ook meer dan vier jaar, terwijl het ontnemingsbedrag in de onderhavige zaak met bijna 4,25% is verminderd.