Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
[betrokkene 1] - [plaats 1]in Canada. In het kader van deze investering is aan [de klanten] een hypotheekrecht verleend dat tot hun zekerheid strekte. Dit hypotheekrecht is zonder medeweten van [de klanten] doorgehaald met een zogenaamde royementsvolmacht. Het hof heeft vastgesteld dat de royementsvolmacht met valse handtekeningen ‘door of namens [vennoot 4] ’ is verzonden. Volgens het hof hebben [vennoot 4] , de vennootschap van [vennoot 4] , en de maatschap [de maatschap] en haar vennoten daarmee onrechtmatig jegens [de klanten] gehandeld en zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de als gevolg daarvan door [de klanten] geleden schade, nader op te maken bij staat.
2.Feiten en procesverloop
[betrokkene 1] – [plaats 1]
numbered company1370928. Een deel van de gronden werd gehouden door deze
numbered companyen een deel door
numbered company1634251, waarvan de aandelen gehouden werden door [klanten 1 en 2] (48%) en [adviseur van klanten] (52%).
Global Fruit
Global Fruit. [3]
Manitoba
numbered company1659842 (eigendom van [adviseur van klanten] ) vormde [BV van de klanten 2] een partnership (vergelijkbaar met een Nederlandse maatschap/vennootschap onder firma), genaamd Birdtail Partnership. Vanuit de verkoop van het belang in [betrokkene 1] - [plaats 1] is daar in 2009 CAD 1.400.000 bijgekomen.
Charge/Mortgage of land) verleend aan [klanten 1 en 2] op de onroerende zaken die zijn genoemd in de daarbij horende akte (dagvaarding eerste aanleg prod. 1). Dit strekte tot meerdere zekerheid voor de investering. Dat hypotheekrecht is op 14 april 2009 doorgehaald. Daartoe is gebruik gemaakt van een
Discharge of chargegedateerd 8 april 2009 (hierna: de ‘royementsvolmacht’). Op de royementsvolmacht staan handtekeningen bij de namen van [klanten 1 en 2] . Verder staat daarop de handtekening van [vennoot 4] als
witness.
[betrokkene 1] – [plaats 1], (b) € 156.230 en € 8.000 en € 38.000 aangaande het project
Global Fruiten (c) € 852.040 aangaande het project ‘Manitoba; en subsidiair een verklaring voor recht dat [vennoot 4 en diens BV] en [de maatschap en vennoten 1-3] onrechtmatig hebben gehandeld dan wel toerekenbaar tekort zijn geschoten en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die [de klanten] daardoor heeft geleden en nog lijdt, met hun hoofdelijke veroordeling tot schadevergoeding nader op te maken bij staat.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
[betrokkene 1] - [plaats 1]en de kwestie van de royementsvolmacht. [8] Hoe dan ook, het oordeel van het hof berust niet op een beperkte uitleg van het beroep op verjaring en de klachtplicht. In plaats daarvan is het hof uitgegaan van een opvatting van de grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep die evident in strijd is met vaste rechtspraak van uw Raad. Volgens die vaste rechtspraak worden in eerste aanleg verworpen verweren die door geïntimeerde niet zijn prijsgegeven, door de appelrechter opnieuw beoordeeld voor zover het hoger beroep de toewijsbaarheid van de vordering opnieuw aan de orde stelt, niet anders dan verweren die in eerste aanleg onbehandeld zijn gebleven. [9] Waar het hof tot het oordeel kwam dat grief I slaagde, was het dus gehouden om de deugdelijkheid van het beroep van [de maatschap en vennoten 1-3] en [vennoot 4 en diens BV] op verjaring respectievelijk de klachtplicht te onderzoeken. Dat door [vennoot 4 en diens BV] en [de maatschap en vennoten 1-3] geen incidenteel hoger beroep was ingesteld, doet daaraan niet af. De crux van (de positieve zijde van) de devolutieve werking van het hoger beroep is nu juist dat een geïntimeerde die met de uitkomst van het geding in eerste aanleg tevreden is, géén incidenteel hoger beroep behoeft in te stellen. In plaats daarvan kan hij erop rekenen dat – in het geval van het slagen van één of meer grieven – alle in eerste aanleg door hem aangevoerde grondslagen en verweren opnieuw door de appelrechter zullen worden onderzocht, óók indien die grondslagen en verweren in eerste aanleg zijn verworpen. Ook de omstandigheid dat de rechtbank de verwerping van het beroep op verjaring en op de klachtplicht niet in het eindvonnis heeft opgenomen, en die verwerping in plaats daarvan in rechtsoverwegingen 3.5 en 3.6 van het tussenvonnis van 16 juni 2021 is neergelegd, brengt hierin geen verandering. [10]
Vaststaat daarmee ook dat de fax met valse handtekeningen door of namens [vennoot 4] is verzonden.
en [de maatschap en vennoten 1-3]hebben
daarmee onrechtmatigjegens [de klanten]
gehandelden zijn
tekortgeschoten in de op hen rustende verplichtingenjegens [de klanten] ’
openbaremaatschap is. [14] Zou [de maatschap] een stille maatschap zijn, dan valt niet in te zien op welke grond de maatschap en de overige vennoten aansprakelijk zouden kunnen zijn. Het vervalsen van handtekeningen op een royementsvolmacht is niet een rechtshandeling namens de maatschap; het betreft feitelijk handelen. Zou [de maatschap] wél een openbare maatschap zijn, dan is (uitgaande van de heersende opvatting in de literatuur) op zichzelf denkbaar dat een feitelijk handelen van een van de vennoten als een onrechtmatige daad van de maatschap heeft te gelden, maar dit veronderstelt dan dat dit handelen plaatsvond bij de vervulling van de vennootschappelijke werkzaamheid waarop de vennootschap is gericht en bovendien dat het handelen in het maatschappelijk verkeer heeft te gelden als een gedraging van de vennootschap. [15] In ieder geval het laatste lijkt mij niet vanzelfsprekend juist (en vergde dus een motivering, die ontbreekt). [16]
[betrokkene 1] - [plaats 1] (Grief I.A en I.B)
NJ2013/391 (
Centavos/ […])).
I have been advised by the parties hereto that you are the solicitor for the [klant 1] herein. I have acted for them in the past but in this transaction I would have a conflict. Under the circumstances I will be forwarding to you a discharge to have them sign and return. I can advise you that no funds will be forwarded to you as I understand these will be invested in a pig operation in Manitoba”, en;
[adviseur van klanten] and [klant 1] & [klant 2] Discharge of Mortgage(…)
Our File no. [002] ”verzonden op “
12:51 pm” (productie 7 dagvaarding, met ontvangstbericht), waarin onder meer het volgende is opgenomen: “
I am enclosing herewith the Discharge of Charge which needs to be signed by [klant 1] and [klant 2] . Please return the signed copy to my office.”
journal) heeft [de klanten] gespecificeerd dat het bericht op 6 april 2009 is verzonden aan het kantoorfaxnummer van [de maatschap] en dat het faxbericht van drie pagina’s aldaar is geleverd (“
comm.result= OK” “
page(s)= 003/003” “
received ID = [faxnummer 1]”) (productie 7 dagvaarding eerste aanleg).
[advocaat in Canada]” met omschrijving “
inz. [klant 1]” en bij de opmerkingen “
[vennoot 4]”, de intialen van [vennoot 4] is geregistreerd. Vanwege het tijdsverschil van zes uur tussen Canada en Nederland is het faxbericht van [advocaat in Canada] (van 6 april 2009 “
12.52 pm” dat wil zeggen 12:52 uur Canadese tijd) na kantoorsluitingstijd (te weten 18:52 uur Nederlandse tijd) bij [de maatschap] binnengekomen, acht het hof het aannemelijk dat ontvangst van het faxbericht pas de volgende dag op 7 april 2009 vermeld is in het logboek van [de maatschap] , zoals [de klanten] betoogt.
Discharge of Mortgage” en de bijlage valt redelijkerwijs niet in te zien dat de fax mogelijk als ‘niet relevant’ gekwalificeerd zou (kunnen) zijn. Daarmee is niet voldoende weerlegd dat het faxbericht van [advocaat in Canada] van 6 april 2009 met het format voor de volmachtverlening aan [vennoot 4] is verzonden naar het kantoorfaxnummer en daadwerkelijk is ontvangen.
[plaats 3]” als plaats en “
8” als dag (april 2009 was reeds voorgetypt) van ondertekening met de pen ingevuld. Met de pen zijn op voornoemd document ook de valse handtekeningen van [klanten 1 en 2] geplaatst. Eveneens is daarop de handtekening van [vennoot 4] als “
witness” aangebracht. De begeleidende faxbrief is op briefpapier van [de maatschap] gesteld. Die faxbrief bevat handgeschreven opmerkingen en een handtekening. Hoewel het origineel van de fax niet voorhanden is en geen sluitend onderzoek kan worden gedaan naar het handschrift en de handtekeningen op het voorblad en de royementsvolmacht, heeft de schriftdeskundige daarop geen significante onverklaarbare afwijkingen kunnen ontdekken. [vennoot 4] heeft het handschrift als zijn eigen handschrift herkend en is het ermee eens dat het ervoor moet worden gehouden dat de handtekening op zowel de faxbrief (het voorblad), als op de royementsvolmacht (”
witness”-verklaring) de zijne is. [vennoot 4] heeft ter zake steeds wisselende en onderling tegenstrijdige stellingen ingenomen en heeft ook in hoger beroep geen plausibele verklaring gegeven voor het aanwezig zijn op de faxbrief en de royementsvolmacht van zijn handschrift en handtekening, anders dan dat hij zich niet kan herinneren de brief te hebben opgesteld of ondertekend of het format voor de volmachtverlening te hebben ontvangen, dan wel de royementsvolmacht te hebben ingevuld of ondertekend.
08 apr 2009 20:03”, de naam “
[vennoot 4]” en het faxnummer “ [faxnummer 2] ”. [de klanten] heeft aan de hand van een in het geding gebrachte kopie van de telefoongids, gemotiveerd onderbouwd dat in 2009 op naam van “
[vennoot 4]” op zijn [woonadres] te [plaats 2] , onder meer het faxnummer “
[faxnummer 2]” was geregistreerd (productie 84 [de klanten] ). [de klanten] heeft verder toegelicht dat voormeld nummer ook als faxnummer van [BV van vennoot 4] , de vennootschap van [vennoot 4] , is geregistreerd. Dat voormeld faxnummer (met inbegrip van het [plaats 2] [netnummer] ) geregistreerd is als nummer van de op het huisadres van [vennoot 4] gevestigde vennootschap [BV van vennoot 4] , blijkt uit het door [de maatschap en vennoten 1-3] en [vennoot 4 en diens BV] in het geding gebrachte uittreksel uit het Handelsregister. [vennoot 4] heeft tijdens het getuigenverhoor bevestigd dat hij een faxmachine thuis had staan. Het voorgaande in aanmerking nemend, kan niet worden vastgesteld dat het in geschil zijnde faxnummer weliswaar op naam van de vennootschap [BV van vennoot 4] is geregistreerd maar niet door [vennoot 4] ook voor andere doeleinden is gebruikt, dan wel exclusief door die vennootschap in gebruik was, zoals [de maatschap en vennoten 1-3] en [vennoot 4 en diens BV] stellen. Evenmin is komen vast te staan dat voormeld faxnummer uitsluitend is of kan worden gebruikt om faxberichten namens voornoemde vennootschap uit te sturen. Dat de faxregel boven aan het faxbericht de initialen en achternaam van [vennoot 4] vermeldt en niet de naam van de vennootschap, is dan ook geen omstandigheid die ertoe noopt in twijfel te trekken dat de royementsvolmacht met gebruikmaking van dat faxnummer is verzonden. Dat [vennoot 4] in de regel zakelijke correspondentie niet zijnde privékwesties vanaf het kantoor in [plaats 3] met gebruikmaking van het kantoorfaxnummer verzond en niet met gebruikmaking van de fax vanaf zijn huisadres, houdt geen betwisting in dat in geen enkel geval de faxmachine vanaf zijn huisadres is gebruikt voor zakelijke correspondentie (van [BV van vennoot 4] ) al dan niet ten behoeve van [de klanten]
witness” heeft medeondertekend en per faxbericht aan [advocaat in Canada] heeft gestuurd, zodat het hof het denkbaar acht dat verzending via fax van door investeerders ondertekende en door [vennoot 4] geverifieerde en mede-geparafeerde stukken een vaker tussen [advocaat in Canada] en [vennoot 4] gehanteerde methode was om voor de investeerders benodigde handelingen in Canada te valideren.
petitio principii. [19] In rechtsoverweging 4.4.8 overweegt het hof dat ‘gelet reeds op het kenmerk ‘Discharge of Mortgage’ en de bijlage (…) redelijkerwijs niet [valt] in te zien dat de fax mogelijk als “niet relevant” gekwalificeerd zou (kunnen) zijn’, waaraan het hof klaarblijkelijk de consequentie verbindt dat [vennoot 4 en diens BV] en [de maatschap en vennoten 1-3] geen afdoende uitleg hebben gegeven voor het ontbreken van de fax in hun dossier. Het hof overweegt niets over het partijdebat met betrekking tot de vraag of de kennelijk op 7 april 2009 ontvangen fax een ongetekende royementsvolmacht betrof. Het hof veronderstelt dat de fax voornoemde inhoud had en leidt daaruit vervolgens af dat daarmee niet voldoende is weerlegd dat de destijds binnengekomen fax de volmachtverlening bevatte, aldus het middel.
AG):
Nu in hoger beroep door [de klanten] met overlegging van nadere stukken ook die alternatieve scenario’s zijn ontkracht en enige door [de maatschap en vennoten 1-3] en [vennoot 4 en diens BV] opgeworpen onduidelijkheden omtrent verzending en ontvangst van voornoemd format en de royementsvolmacht zijn weggenomen, biedt hetgeen door [de maatschap en vennoten 1-3] en [vennoot 4 en diens BV] ter onderbouwing van hun betwisting naar voren hebben gebracht
geen aanknopingspunten om te twijfelenaan verzending door [advocaat in Canada] van zijn faxbericht van 6 april 2009 met het format voor de volmachtverlening tot doorhaling van het hypotheekrecht, of aan ontvangst door hem van de valselijk ondertekende royementsvolmacht.’ (onderstreping AG)
alledoor de procespartijen aangevoerde stellingen en argumenten in te gaan. Met name behoeft de feitenrechter niet in te gaan op een min of meer terloops geponeerde stelling. [22] De door het subonderdeel als essentieel gepresenteerde stelling, is zo’n terloops geponeerde stelling. Ik citeer de stelling in zijn verband: [23]
Opmerkelijk is ook dat het op het transmissierapport vermelde dossiernummer ( [001] ) niet overeenkomt met het dossiernummer op de faxbrief ( [002] ). Een verklaring voor dit verschil ontbreekt. Het lijkt erop dat iets anders is meegestuurd dan door [advocaat in Canada] wordt beweerd.’
Het filenummer [001] op het faxrapport is simpelweg een door de faxmachine geregistreerd volgnummer. Het dossiernummer [002] is een door het kantoor [advocaat in Canada] gehanteerd dossiernummer dat kennelijk is aangemaakt voor de beoogde discharge en andere handelingen.Zo simpel is het.’
volgens de klachtheeft [de klanten] mede op de brief van 10 maart 2009 een beroep gedaan om te betogen dat de fax van [advocaat in Canada] van 6 april 2009 het format voor de volmachtverlening bevatte. Bij lezing van het procesdossier ontstaat echter een tegengesteld beeld. Het zijn alleen [vennoot 4 en diens BV] en [de maatschap en vennoten 1-3] die in het verband van het debat over de vervalsing van royementsvolmacht de brief van 10 maart 2009 ter sprake hebben gebracht, terwijl [de klanten] op het belang van de brief voor de kwestie van de vervalsing juist heeft afgedongen. Ik geef de belangrijkste plaatsen uit het dossier puntsgewijs weer:
[betrokkene 1] - [plaats 1]na de doorhaling van het hypotheekrecht. [25] (Dus) niet om te betogen dat de fax van [advocaat in Canada] van 6 april 2009 het format voor de volmachtverlening bevatte.
AG):
dient voor hun rekening te komen.
AG):
Hetgeen door [de maatschap en vennoten 1-3] en [vennoot 4 en diens BV] overigens naar voren is gebracht ten aanzien van de faxregel van de royementsvolmacht overtuigt nieten is met de overlegging van een goed leesbare kopie daarvan door [de klanten] (als productie 80 in hoger beroep)
achterhaald. Het hof acht het aannemelijk dat de reden dat de faxregel op de oorspronkelijk in het geding door [de klanten] gebrachte kopie van de fax niet goed leesbaar is en niet als zodanig is weergegeven op de kopie die [de maatschap en vennoten 1-3] en [vennoot 4 en diens BV] – naar het hof begrijpt per mail – van [advocaat in Canada] hebben ontvangen, zich laat verklaren door de wijze waarop de fax is ingescand door [advocaat in Canada] voor verzending en het verschil in afmeting tussen Canadees en Europees briefpapier, zoals door [de klanten] is betoogd en ter zitting nader toegelicht. Door [de klanten] is daarnaast in hoger beroep een kopie in het geding gebracht waarop de faxregel in het geheel te zien is, zodat enige twijfel over hetgeen op die regel is vermeld, daarmee is weggenomen.’
implicietwel degelijk heeft geoordeeld dat [de klanten] erin geslaagd is de vervalsing te bewijzen.
AG):
heeft ter zake steeds wisselende en onderling tegenstrijdige stellingen ingenomen en heeft ook in hoger beroep geen plausibele verklaring gegeven voor het aanwezig zijn op de faxbrief en de royementsvolmacht van zijn handschrift en handtekening, anders dan hij zich niet kan herinneren de brief te hebben opgesteld of ondertekend of het format voor de volmachtverlening te hebben ontvangen, dan wel de royementsvolmacht te hebben ingevuld of ondertekend.’
het handschrift als zijn eigen handschrift [heeft] herkend en het ermee eens [is] dat het ervoor moet worden gehouden dat de handtekening op zowel de faxbrief (het voorblad), als op de royementsvolmacht (“witness”-verklaring) de zijne is” en dat [vennoot 4] “
ter zake steeds wisselende en onderling tegenstrijdige stellingen [heeft] ingenomen en ook in hoger beroep geen plausibele verklaring [heeft] gegeven voor het aanwezig zijn op de faxbrief en de royementsvolmacht van zijn handschrift en handtekening” onbegrijpelijk is en/of ontoereikend is gemotiveerd. Het subonderdeel verwijst naar de ‘ondubbelzinnige’ verklaring van [vennoot 4] onder ede.
witness(dus) niet door [vennoot 4] daarop zijn geplaatst. In dit verband wijst de steller van het middel op de stelling dat [vennoot 4] geen belang had bij het vervalsen van de handtekeningen.
AG):
en geen belang zou hebben bij het valselijk opmaken van de royementsvolmacht of het achterhouden van informatie uit het dossier van [de klanten] , is daartoe niet voldoende.’ (onderstreping AG)
AG):
niet aannemelijk acht dat, zoals [de maatschap en vennoten 1-3] en [vennoot 4 en diens BV] willen doen geloven,
[advocaat in Canada] of [adviseur van klanten] , zowel het briefpapier (inclusief het [de maatschap en vennoten 1-3] gehanteerde lettertype) als het handschrift van [vennoot 4] heeft nagemaakt en daarnaast ook de in de faxregel opgenomen informatie (de Nederlandse weergave van datum en tijdstip, de naam van [vennoot 4] en het faxnummer) heeft willen en kunnen nabootsen. Door [de maatschap en vennoten 1-3] en [vennoot 4 en diens BV] is geen plausibele verklaring gegeven voor de op de faxregel met de feitelijke situatie omtrent de vennootschap van [vennoot 4] kloppende informatie, anders dan dat verzending op 08 april 2009 om 20:03 uur vanaf het [faxnummer 2] ten name van [vennoot 4] heeft plaatsgevonden. Dat [vennoot 4] geen herinneringen heeft aan hetgeen zich in april 2009 heeft voorgedaan en geen belang zou hebben bij het valselijk opmaken van de royementsvolmacht of het achterhouden van informatie uit het dossier van [de klanten] , is daartoe niet voldoende.
Dit biedt evenmin een verklaring voor nabootsing van de overige informatie op de faxregel (datum, tijdstip), het briefpapier van [de maatschap] , het lettertype, het handschrift van [vennoot 4] en zijn handtekening. Hetgeen door [de maatschap en vennoten 1-3] en [vennoot 4 en diens BV] overigens naar voren is gebracht ten aanzien van de faxregel van de royementsvolmacht overtuigt niet en is met de overlegging van een goed leesbare kopie daarvan door [de klanten] (als productie 80 in hoger beroep) achterhaald. Het hof acht het aannemelijk dat de reden dat de faxregel op de oorspronkelijk in het geding door [de klanten] gebrachte kopie van de fax niet goed leesbaar is en niet als zodanig is weergegeven op de kopie die [de maatschap en vennoten 1-3] en [vennoot 4 en diens BV] – naar het hof begrijpt per mail – van [advocaat in Canada] hebben ontvangen, zich laat verklaren door de wijze waarop de fax is ingescand door [advocaat in Canada] voor verzending en het verschil in afmeting tussen Canadees en Europees briefpapier, zoals door [de klanten] is betoogd en ter zitting nader toegelicht. Door [de klanten] is daarnaast in hoger beroep een kopie in het geding gebracht waarop de faxregel in het geheel te zien is, zodat enige twijfel over hetgeen op die regel is vermeld, daarmee is weggenomen. [de klanten] heeft tijdens de mondelinge behandeling verder toegelicht dat de familie [klant 1] zelf in 2023 naar Canada is afgereisd en bij het kantoor van [advocaat in Canada] is geweest, daar met [advocaat in Canada] heeft gesproken en alle stukken die betrekking hadden op hun dossier daarbij ter plaatse te hebben laten kopiëren. Ook de bewuste fax inclusief leesbare faxregel dus.’
gelegenheidtot zodanige nabootsing. Dat het hof terloops mede spreekt over ‘willen’ (‘heeft
willen en kunnennabootsen’), heeft mijns inziens de betekenis dat als [advocaat in Canada] of [adviseur van klanten] al
zouden hebben willennabootsen, volgens het hof onaannemelijk is dat zij dat ook konden.