Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het eerste middel
aangifte van [benadeelde][…], gesloten en (elektronisch) ondertekend op 21 oktober 2023, door [verbalisant 1] , Hoofdagent van de politie Eenheid Midden-Nederland, voor zover inhoudende:
aanvullend verhoor van aangeefster [benadeelde], […], gesloten en (digitaal) ondertekend op 27 november 2023 door [verbalisant 1] , hoofdagent van de politie Eenheid Midden-Nederland, voor zover inhoudende:
een lijst van de weggenomen goederen[…], gesloten en (elektronisch) ondertekend op 4 december 2023, door [verbalisant 1] , hoofdagent van de politie Eenheid Midden-Nederland, voor zover inhoudende:
proces-verbaal van bevindingen[…], gesloten en (elektronisch) ondertekend op 13 december 2023, door [verbalisant 2] , hoofdagent van de politie Eenheid Midden-Nederland, voor zover inhoudende:
proces-verbaal van forensisch onderzoek woning [a-straat 1] [plaats] )[…], gesloten en ondertekend op 25 oktober 2023, door [verbalisant 3] , inspecteur bij de landelijke eenheid en [verbalisant 4] , hoofdagent van de politie Eenheid Midden-Nederland, voor zover inhoudende:
deskundigenrapport Forensisch DNA-onderzoek, opgemaakt door dr. [deskundige] , NRGD-geregistreerd forensisch DNA deskundige bij The Maastricht Forensic Institute, gedateerd 2 november 2023, […], voor zover inhoudende:
proces-verbaal van bevindingen[…], gesloten en ondertekend op 13 december 2023, door [verbalisant 2] , hoofagent bij de eenheid Midden-Nederland, voor zover inhoudende:
proces-verbaal van aanhouding[…], gesloten en ondertekend op 13 december 2023, door [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , aspiranten bij de eenheid Midden-Nederland, voor zover inhoudende:
proces-verbaal van herkenning persoon door politieambtenaar[…], gesloten en ondertekend op 20 december 2023, door [verbalisant 7] , hoofdagent van de politie Eenheid Midden- Nederland, voor zover inhoudende:
proces-verbaal van herkenning persoon door politieambtenaar, […], gesloten en ondertekend op 19 december 2023, door [verbalisant 5] , aspirant van de politie Eenheid Midden- Nederland, voor zover inhoudende:
(het hof constateert dat het hier gaat om een verschrijving: dit moet zijn “13”)december 2023 kreeg ik via e-mail verzoek een verdachte aan te houden buiten heterdaad. De verdachte was gematched via een DNA match aan een insluiping. Daarnaast waren er camerabeelden beschikbaar vanuit het complex waar de insluiping was. Deze heb ik nagekeken en gecontroleerd. Mede op basis van deze camerabeelden herkende ik de verdachte bij aanhouding.
confirmation biaseen probleem vormt bij de betrouwbaarheid van herkenningen. Het is aan de advocaat- generaal om uit te leggen waarom de herkenningen − ondanks de
confirmation biasen ondanks het feit dat de verbalisanten zeggen dingen gezien te hebben die er simpelweg niet zijn − wel betrouwbaar zijn.
Overweging met betrekking tot het bewijs
confirmation biaseen probleem vormt bij de betrouwbaarheid van herkenningen.
confirmation biaseen probleem vormt bij de betrouwbaarheid van herkenningen. Uit de overwegingen van het hof volgt dat de verbalisanten elk afzonderlijk de verdachte hebben herkend. Verder blijkt daaruit dat deze herkenningen niet alleen zijn gebaseerd op gezichtsvergelijkingen maar ook op het passen van de verdachte in het gegeven signalement, waarbij het hof met de overweging dat op “de beelden waarop verdachte wordt herkend, is te zien dat verdachte de garage uitloopt met een pak wc-rollen, die volgens aangeefster ook zijn weggenomen” kennelijk onder meer beoogt vast te stellen dat de beelden niet zijn beperkt tot het gezicht maar dat daarop veel meer van de gefilmde persoon is te zien en ook dat deze daarop loopt. [5] In lijn hiermee is dat [verbalisant 7] de verdachte van de beelden herkent aan het totaalbeeld van verschillende kenmerken, zoals haar kleine lengte, moedervlekken in het gezicht en haardracht (bewijsmiddel 8). Ook [verbalisant 5] herkent de verdachte mede op basis van verschillende camerabeelden / twee video’s (bewijsmiddel 9). Dat op de beelden geen moedervlek te zien zou zijn, zoals de raadsman in hoger beroep heeft aangevoerd en in cassatie naar voren is gebracht, maakt het bovenstaande niet anders. Uit het voorgaande blijkt dat de moedervlekken – waarvan alleen melding wordt gemaakt door [verbalisant 7] (bewijsmiddel 8) – geen wezenlijke rol spelen in de bewijsconstructie en meer in het bijzonder in de identificering van de verdachte als zijnde de persoon die het bewezenverklaarde feit heeft gepleegd. Het punt omtrent de moedervlekken maakt het oordeel van het hof dus niet onbegrijpelijk. Daarbij komt dat het hof – gelet op wat onder 3.6 is vooropgesteld – ook niet was gehouden om op ieder detail van de argumentatie in te gaan. Ten overvloede merk ik op dat [verbalisant 7] spreekt over “moedervlekken in het gezicht” en niet over een specifieke of bijvoorbeeld grote moedervlek. Bij een blik achter de papieren muur blijkt dat op gezichtsfoto’s van de verdachte moedervlekjes zichtbaar zijn die dusdanig klein zijn dat ook wanneer deze niet te zien zijn op van grotere afstand gemaakte beelden zoals deze zich in het dossier bevinden, dit nog niet impliceert dat deze beelden niet eveneens van de verdachte zouden kunnen zijn.