Conclusie
diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”
,2. “
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie” en 3. “
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft het hof de onttrekking aan het verkeer van een boksbeugel, twaalf patronen, twee verpakkingen met pijlen en foedraal en een kruisboog met vier pijlen bevolen.
hij op 26 mei 2015 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand, gevestigd aan de [a-straat 1] , heeft weggenomen een zwarte iPhone 5S en een Renault autosleutel en een iPhone 6 en dozen, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of een of meer van zijn mededaders schreeuwend met bivakmutsen op en/of met een of meer automatische vuurwapens, althans op automatische vuurwapens gelijkende voorwerpen, in de hand voornoemd bedrijfspand zijn binnengerend/gestormd en daarbij die automatische vuurwapens, althans op automatische vuurwapens gelijkende voorwerpen, hebben gericht en gericht gehouden op de lichamen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of hen allen drie daarbij meermalen dreigend heeft/hebben toegeschreeuwd: "Op de grond, nu" en/of "Ga liggen en blijf stil liggen", waarna zij, verdachten, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , liggend op hun buik, de handen op de rug heeft/hebben vastgebonden met tie-rips en/of die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] om hun telefoon heeft/hebben gevraagd en/of vervolgens die [slachtoffer 1] met kracht meermalen tegen het hoofd en in de maagstreek hebben geschopt en geslagen en een hard voorwerp tegen diens hoofd hebben gehouden en hem daarbij dreigend heeft/hebben toegeschreeuwd: "Ik schiet je dood" en daarna met een hard voorwerp tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en over de vloer heeft/hebben gesleept”.
30. Een proces-verbaal van bevindingen van 19 oktober 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde blz. 501-503).
). Op basis van onderstaande overeenkomsten bestaat het vermoeden dat verdachte [verdachte] de persoon is die als derde overvaller uit de bij de overval gebruikte Mercedes bedrijfsauto met kenteken [kenteken 1] komt en het bedrijf [a-straat 1] binnengaat:
de kleur, model en lengte van de jas, door verdachte [verdachte] gedragen voor de overval, komen overeen met de kleur, model en lengte van de door de overvaller gedragen jas;
de kleur van de schoenen, door verdachte [verdachte] , gedragen voor de overval komt overeen met de kleur van de schoenen, gedragen door de overvaller;
door zowel de verdachte [verdachte] als de overvaller wordt een spijkerbroek gedragen;
het postuur van de verdachte [verdachte] komt overeen met het postuur van de overvaller.
het feit dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] zeer regelmatig verplaatst gelijk met het telefoonnummer [telefoonnummer 2] ;
het feit dat als gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] al eerder genoemde verdachte [medeverdachte 1] was aangemerkt;
het feit dat de BlackBerry met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] is aangetroffen, tijdens de doorzoeking, in de woning aan de [c-straat 1] , zijnde de verblijfplaats van de eerder genoemde verdachte [medeverdachte 1] .
).
IV. Géén solide herkenning
.
, aldus verbalisant [verbalisant] in het ‘proces-verbaal van bevindingen onderzoek verdachte [verdachte] op beeldopnames’, opgesteld op 19 oktober 2015.
’.
’ die [verdachte] bij zijn werk droeg ‘komt overeen met het model en de lengte van de door de overvaller gedragen jas
’. Of dat daadwerkelijk zo is, weten wij niet. Het is niet na te gaan waarom dat zo met betrekking tot ‘het model en de lengte
’ zo zou moeten zijn. We weten hier namelijk niets over.
’, aldus het proces-verbaal.
’ dat ‘het postuur van de verdachte [verdachte] overeenkomt met het postuur van de overvaller
’. Maar: wat nu specifiek is aan het postuur van [verdachte] of aan het postuur van de overvaller, vermeld het proces-verbaal niet. Waarom beide posturen dan overeen zouden komen, wordt evenmin benoemd in het proces-verbaal.
De betreffende verbalisant [verbalisant] was al op de hoogte van het feit dat [verdachte] zoals de verbalisant zelf in het proces verbaal aangeeft, ‘als verdacht van betrokkenheid werd aangemerkt bij de overval
’ en hij was hiervan op de hoogte vóór hij de beelden ging onderzoeken.
’) is beïnvloed in zijn eigen waarneming & de conclusies die hij aan het door hem zelf uitgevoerde onderzoek heeft verbonden.
Noch uit het genoemde proces-verbaal 'Onderzoek verdachte [verdachte] op beeldopnames’ noch uit andere processtukken kan met zekerheid worden afgeleid dat de jas die [verdachte] aanhad had,dezelfde
jas is die de overvaller droeg. Dat is voor de beoordeling van deze zaak een belangrijk gegeven. Hetzelfde geldt voor debroek
en deschoenen.
De algemene opmerking van de verbalisant dat er overeenkomsten zijn tussen jas, schoenen, broek en postuur is in dit dossier, naar deze verdachte, te weinig onderscheidend om op basis hiervan te kunnen spreken van een voldoende betrouwbare herkenning.
Er is meer. Uit het proces-verbaal van getuigenverhoor ten overstaan van de rechter-commissaris op 25 mei 2018 blijkt dat voor de verbalisant op de betreffende camerabeelden van de overval (deze beelden zijn ook in het dossier opgenomen), het gezicht, de oren, de neus en de mond "niet zichtbaar" waren.
Tevens kan – gezien het getuigenverhoor ten overstaan van de rechter-commissaris van mei 2018 – worden vastgesteld dat alleen verbalisant [verbalisant] de beelden heeft bekeken. Er zijn geen andere agenten aan wie hij de beelden heeft laten zien of die bijvoorbeeld zelfstandig de beelden hebben onderzocht ter fine van herkenning:
“Bewijsoverweging
niets over de betrokkenheid van de verdachte bij de overval.
uit de bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 1] gebruik maakte van de Audi;
ruim drie weken eerder werd [medeverdachte 1] als inzittende van de Audi gecontroleerd. Het signalement van [medeverdachte 1] [het hof begrijpt: ten tijde van die controle] vertoonde grote overeenkomsten met - naar het hof begrijpt uit het proces-verbaal bevindingen bovenkleding [medeverdachte 1] en [betrokkene 3] , procesdossier p. 662 in het licht van het proces-verbaal bevindingen 123-2015128737 op p. 548 e.v. de persoon die op 25 mei 2015 uit [A] kwam en vervolgens als bijrijder in de witte Audi stapte;
uit het dossier (in het bijzonder voornoemd proces-verbaal bevindingen bovenkleding [medeverdachte 1] en [betrokkene 3] ) leidt het hof af dat [medeverdachte 1] beschikt over een rode jas met capuchon en dat vorenbedoelde bijrijder een rode jas met capuchon droeg;
het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 2] van [medeverdachte 1] maakt om 21.33 uur, dus zeer kort nadat de inzittenden van de Audi op 25 mei 2025 [A] hadden verlaten (rond 21.31 uur), gebruik van een zendmast in Noordwijk die onder meer [A] onder bereik heeft. Het contact dat werd gelegd was met het telefoonnummer van [betrokkene 1] , de partner van [medeverdachte 1] in wier woning hij later is aangehouden;
door [medeverdachte 1] werd ook een Blackberry met telefoonnummer [telefoonnummer 1] gebruikt. Deze telefoon was voorzien van een zogenoemde PGP functionaliteit waardoor versleutelde berichten konden worden verstuurd. Uit een zogenoemde ‘periodieke update’ door telecomprovider T-Mobile op 26 mei 2015 om 22.22.32 blijkt dat een zendmast aan de [e-straat] als op dat moment laatst bekende zendmast staat geregistreerd. Dit betekent dat dit telefoonnummer ten minste op enig moment tussen 20:22:32 en 22:22:32 deze zendmast heeft aangestraald, zo leidt het hof uit het proces-verbaal van bevindingen af. Binnen dat tijdsbestek gebruikt ook het telefoonnummer [telefoonnummer 2] van [medeverdachte 1] een zendmast in Noordwijk (een zendmast die bereik heeft op het adres [b-straat 1] , alwaar [A] was gevestigd);
op 26 mei 2015 om 6.58.15 gebruikt de Blackberry [telefoonnummer 1] als op dat moment laatst geregistreerd paal een zendmast aan de [f-straat] , zo blijkt uit - kort gezegd - de ‘periodieke update’ van T-Mobile. Dit betekent dat tussen 4.58.15 en 6.58.15 deze mast is aangestraald met dit nummer. Deze mast heeft bereik in het gebied nabij de afslag Leidenschendam van de A4 naar de N14. Voornoemde Audi wordt om 6:58:19 geregistreerd op de A4 ten hoogte van Leidschendam.
Slotsom
Het hof komt op basis van al het voorgaande en de gebezigde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien tot de slotsom dat [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 1] direct betrokken zijn geweest bij de overval. De overval is (onder meer) vanuit [A] in Noordwijk voorbereid op 25 en 26 mei 2015. Alle drie de verdachten zijn daarbij aanwezig geweest. Verder zijn alle drie de verdachten op de plaats delict te plaatsen. De verdachten [medeverdachte 2] en [verdachte] zijn daadwerkelijk in het bedrijfspand geweest waar de overval plaatsvond. De verdachte [medeverdachte 1] is ook op de plaats delict geweest en heeft de Skoda met valse kentekenplaten bestuurd die vanaf de plaats delict gelijk op is gereden met de eveneens bij de overval betrokken Mercedes bus.
Gelet hierop, en in aanmerking genomen hetgeen daaromtrent door de verdediging is aangevoerd, ziet het hof geen (enkele) reden om het proces-verbaal (…) uit te sluiten voor het gebruik van het bewijs, zoals bepleit door de verdediging.” [2] Daarnaast heeft het hof, onder “
Tussenconclusie II (betrokkenheid [medeverdachte 2] en [verdachte] )”, overwogen dat de overeenkomsten tussen het signalement van de verdachte en één van de overvallers weliswaar te globaal zijn om enkel op grond daarvan de conclusie te trekken dat het om dezelfde persoon gaat, maar dat die conclusie niettemin kan worden getrokken als die overeenkomsten worden bezien in het licht van de inhoud van de chatgesprekken tussen de verdachte en [medeverdachte 2] en de ontmoetingen bij [A] , alsmede wat het hof daarover heeft vastgesteld en overwogen.
in onderling verband en in samenhang bezien, redengevende feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid, op grond waarvan het hof tot het oordeel is gekomen dat de verdachte, tezamen met anderen, zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. Hier zij andermaal gewezen op de selectie- en waarderingsvrijheid van de feitenrechter en het daarmee samenhangende gegeven dat het oordeel van de feitenrechter niet reeds onbegrijpelijk is als de weging van het bewijsmateriaal ook een andere uitkomst toelaat. ’s Hofs oordeel is dan ook niet onbegrijpelijk en bovendien toereikend gemotiveerd.