Conclusie
Nummer24/03112
Inleiding
overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994” veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht dagen, waarvan zeven dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Ook heeft het hof een taakstraf van veertig uur aan de verdachte opgelegd en hem voor de duur van tien maanden de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen ontzegd, met aftrek van de periode waarin het rijbewijs voor de tenuitvoerlegging van deze straf ingevorderd of ingehouden is geweest. Tot slot heeft het hof de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf bevolen.
Het middel
De bewezenverklaring en bewijsmotivering
op 13 mei 2022 te [plaats] , als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend.”
De bespreking van het middel
opzettelijkheeft geweigerd mee te werken aan het bloedonderzoek is niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd. Ik wijs op de onderstreepte delen van de bewijsoverweging, waaruit heeft het hof zonder meer het opzet van de verdachte heeft kunnen afleiden. [1]