Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
3.Beslissing
3.Bespreking van het cassatiemiddel
onafhankelijkarts of een klinisch psycholoog moet vaststellen dat betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat is op het moment dat de zelfbindingsverklaring wordt opgesteld en ondertekend. Het subonderdeel voert verder aan dat de rechtbank ten onrechte niet ambtshalve heeft vastgesteld dat de in artikel 4:1 lid 6 Wvggz Pro bedoelde verklaring van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog en niet van de zorgverantwoordelijke had moeten zijn.
eerste subklachthoudt in dat de rechtbank, door te oordelen dat zij de in r.o. 2.11 genoemde vormen van verplichte zorg “binnen de grenzen van de zelfbindingsverklaring” acht, een verkeerde, want te ruime uitlegmaatstaf heeft gehanteerd ten aanzien van de in de zelfbindingsverklaring genoemde vormen van verplichte zorg. Door met een “redelijke uitleg” (r.o. 2.9) andere verplichte zorg in de zorgmachtiging op te nemen dan in de zelfbindingsverklaring vermeld, betrachtte de rechtbank niet de vereiste grote terughoudendheid die gelet op het karakter van de zelfbindingsverklaring in acht moet worden genomen, aldus het subonderdeel.
Als de rechtbank van oordeel was dat zij, al dan niet naar analogische toepassing, op grond van artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro bevoegd was andere verplichte zorg op te nemen dan vermeld in de zelfbindingsverklaring, is dat kennelijke oordeel rechtens onjuist, aldus, naar ik begrijp, de
tweede subklacht. Daartoe wordt aangevoerd dat dit artikel in het geval van een zorgmachtiging naar aanleiding van een zelfbindingsverklaring toepassing mist.
a. onder welke omstandigheden verplichte zorg aan betrokkene moet worden verleend om ernstig nadeel te voorkomen;
b. de zorg en de verplichte zorg die onder die omstandigheden aan betrokkene kan worden verleend en de maximale duur van de verplichte zorg;
c. de omstandigheden waaronder de verplichte zorg wordt beëindigd;
d. de geldigheidsduur van de zelfbindingsverklaring;
e. de voor de continuïteit van zorg relevante familie en naasten met wie contact moet worden opgenomen als de onder a bedoelde omstandigheden zich voordoen.
omstandighedenzijn genoemd die zich moeten voordoen om verplichte zorg te kunnen verlenen. Het gaat blijkens de wettekst om het onder die omstandigheden verlenen van verplichte zorg om
ernstig nadeel te voorkomen. Een zelfbindingsverklaring beoogt dus preventief ingrijpen mogelijk te maken om erger te voorkomen. [10] Ook moeten blijkens de memorie van toelichting zo nauwkeurig mogelijk de
vormen van verplichte zorgvermeld worden in de zelfbindingsverklaring.
De rechter toetst bij de afgifte van een zorgmachtiging niet of is voldaan aan het criterium voor verplichte zorg, maar of de omstandigheden die in zelfbindingsverklaring zijn beschreven zich ook daadwerkelijk voordoen.”
Betrokkene geeft hiermee zelf invulling aan de criteria voor verplichte zorg (artikelen 3:3 en 3:4). De rechter zal bij de afgifte van een zorgmachtiging daarom de invulling door betrokkene van de artikelen 3:3 en 3:4 als uitgangspunt moeten nemen.”
het aanzienlijk risicoop:
a. levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander;
b. bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;
c. de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
d. de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
ernstig nadeel te voorkomen. Voornoemde definitie van ernstig nadeel in artikel 1:1 lid 2 Wvggz Pro omvat ook “het aanzienlijk risico” op een van de aldaar onder a-d genoemde vormen van ernstig nadeel. Daarmee zit in de wettelijke definitie van ernstig nadeel ook al een preventief element. Met de beschrijving van de omstandigheden in de zelfbindingsverklaring onder welke verplichte zorg verleend moet worden, zal de betrokkene mijns inziens dan ook veelal aangeven wanneer sprake is van
het aanzienlijk risicoop een van de vormen van ernstig nadeel, zoals genoemd in artikel 1:1 lid Pro 2, onder a-d, Wvggz. Eigenlijk gaat het in artikel 4:1 lid Pro 2, onder a, Wvggz daarmee dus om het voorkomen van
het bestaanvan een van die onder artikel 1:1 lid Pro 2, onder a-d, Wvggz genoemde
vormen, en niet om het ernstig nadeel als zodanig. Indien immers onder de in de zelfbindingsverklaring beschreven omstandigheden een
aanzienlijk risicobestaat op vormen van ernstig nadeel, is strikt genomen al sprake van ernstig nadeel in de zin van artikel 1:1 lid 2 Wvggz Pro. Van het voorkomen van ernstig nadeel in de zin van artikel 4:1 lid 2 Wvggz Pro door het onder de beschreven omstandigheden verlenen van verplichte zorg zou dan dus eigenlijk geen sprake meer kunnen zijn. Maar dit is wel heel veel fijnslijperij.
De nieuwe paragraaf “Aanvraag en voorbereiding zorgmachtiging op basis van een zelfbindingsverklaring” [25] (voorgestelde art. 4:4-art. 4:10 Wvggz Pro) gaat ervan uit dat voor het verlenen van een zorgmachtiging moet zijn voldaan aan zowel de
omstandighedenzoals beschreven in de zelfbindingsverklaring als aan de
criteriavoor gedwongen zorg, waaronder dus het ernstig nadeel. [26] Voorgesteld artikel 4:10 lid 4 Wvggz Pro bevat bovendien een schakelbepaling die buiten twijfel stelt dat ook artikel 6:4 lid 1 Wvggz Pro van toepassing is voor de behandeling van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging op basis van een zelfbindingsverklaring door de rechter. Op grond van laatstgenoemde bepaling moet de rechter beoordelen of aan de criteria voor gedwongen zorg, waaronder het ernstig nadeel, is voldaan.
De rechter toetst of de criteria voor gedwongen zorg en de omstandigheden die zijn vastgelegd in de zelfbindingsverklaring zich voordoen, en of de vastgelegde gedwongen zorgvormen het ernstig nadeel kunnen wegnemen. Als dat zo is, dan heeft betrokkene feitelijk in goeden doen zijn eigen versneld afgegeven zorgmachtiging vormgegeven, en kan bovendien de afgifte van een crisismaatregel worden voorkomen. In de huidige wet staat de procedure die dient te worden gevolgd bij een aanvraag van een zorgmachtiging op basis van een zelfbindingsverklaring echter niet volledig uitgeschreven. Deze onduidelijkheid leidt ertoe dat in de praktijk weinig gebruik wordt gemaakt van de zelfbindingsverklaring en zekerheidshalve een reguliere zorgmachtiging of crisismaatregel wordt aangevraagd. Daarnaast duurt in de praktijk de aanvraag van de zorgmachtiging op basis van een zelfbindingsverklaring te lang op basis van de huidige wet en moet soms alsnog een crisismaatregel worden aangevraagd. Dat is nu juist de situatie die de betrokkene wil voorkomen met de zelfbindingsverklaring.”
aanzienlijk risicoop bepaalde vormen van ernstig nadeel, maar van het reeds
bestaandaarvan, [28] het verlenen van een zorgmachtiging op basis van een zelfbindingsverklaring in de weg staat. Het is immers goed denkbaar dat met de zelfbindingsverklaring te voorkomen vormen van ernstig nadeel zich reeds hebben gerealiseerd op het moment van beoordeling door de rechter.
Zolang aan de omstandigheden zoals beschreven in de zelfbindingsverklaring is voldaan, kan de rechter mijn inziens het verzoekschrift voor een zorgmachtiging naar aanleiding van een zelfbindingsverklaring toewijzen, ook als vormen van ernstig nadeel inmiddels een feit zijn. Het verlenen van verplichte zorg is dan niet meer uitsluitend preventief, maar het kan wel verder ernstig nadeel voorkomen.
[zorgverantwoordelijke]op 30 augustus 2024 op grond van artikel 4:1 lid 7 Wvggz Pro [33] een verklaring heeft opgesteld waaruit blijkt dat betrokkene ten tijde van het opstellen van de zelfbindingsverklaring tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat was.
Voor zover de rechtbank op grond van artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro meer en andere vormen van zorg heeft toegewezen dan beschreven zijn in de zelfbindingsverklaring, is dit rechtens onjuist, nu dit artikel toepassing mist, aldus het subonderdeel.
eerste subklachtbetreft de uitleg door de rechtbank van hetgeen in de zelfbindingsverklaring over de (verplichte) zorgvormen is beschreven. Deze zou te ruim zijn. Gelet op het hiernavolgende is deze subklacht tevergeefs voorgesteld.
Logeren bij [A] van HVO Querido
Medicatie herstarten of Depot verhogen
Frequenter huisbezoek door HVO en FACT NW
Als het helemaal niet meer gaat, dan opname GGZ
tweede subklachtis voorgesteld voor het geval de rechtbank van oordeel was dat zij op grond van artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro bevoegd was andere vormen van verplichte zorg toe te wijzen dan beschreven in de zelfbindingsverklaring. Dit geval doet zich hier mijns inziens niet voor, nu de rechtbank bij het beoordelen van de verzochte zorgvormen juist aansluiting heeft gezocht bij de zelfbindingsverklaring (zie r.o. 2.9). Alleen al hierom kan de subklacht niet slagen.
onderdeel 2niet.