Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
ASR/Qualm [3] met betrekking tot pacht, ook zouden kunnen of moeten gelden in het geval van agrarische erfpacht. Zulke overeenkomstige toepassing van die uitgangspunten zou betekenen dat als algemene regel van aanvullend recht behoort te worden aangenomen dat de erfpachter van een hoeve, van minimaal 15 hectare grond of van een gebouw dat specifiek voor de melkveehouderij is ingericht en voor de uitoefening daarvan noodzakelijk, verplicht is de aan het erfpachtrecht toe te rekenen fosfaatrechten over te dragen aan de erfverpachter, tegen betaling van 50% van de marktwaarde daarvan aan de erfpachter. Bijzondere omstandigheden van het geval kunnen noodzaken tot afwijking van die regel, zoals dit ook in geval van pacht geldt.
ASR/Qualmop erfpacht wel of niet op zijn plaats is, nog niet besproken, maar mijn bereidheid uitgesproken om met het oog op het geval dat uw Raad overweegt de bedoelde vraag wel ook te beantwoorden, aanvullend te concluderen. Uw Raad heeft mij vervolgens laten weten van die bereidheid gebruik te willen maken.
ASR/Qualmmet betrekking tot pacht
in beginselook in het geval van agrarische erfpacht gelden.
2.Aanvullende beschouwingen
ASR/Qualmmet betrekking tot pacht ook in het geval van agrarische erfpacht? Die vraag onderzoek ik hierna als volgt. Eerst grijp ik bij wijze van eerste verkenning terug op de rechtspraak en literatuur omtrent melkquotum en agrarische erfpacht (hierna 2.2 e.v.). Vervolgens bespreek ik het in de inleiding genoemde zeer recente arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna 2.13 e.v.). Daarna beschouw ik de vraag meer fundamenteel vanuit de overeenkomsten en verschillen tussen pacht en erfpacht (hierna 2.21 e.v.).
ASR/Qualmmet betrekking tot pacht ook in het geval van agrarische erfpacht kunnen of moeten gelden, ligt voor de hand om terug te blikken naar de rechtspraak en literatuur met betrekking tot
melkquotum, een productierecht dat ruim dertig jaar heeft bestaan, namelijk vanaf 1 april 1984 tot 1 april 2015. [5]
ASR/Qualm(geen beperking tot hoevepacht, verpachting van een gebouw dat specifiek voor de melkveehouderij is ingericht of pacht van tenminste 15 hectare grond). Maar dat doet mijns inziens niet af aan de betekenis van de te maken vergelijking. Indien in geval van pacht een aanspraak van de verpachter ter zake van het aan de pachter toegekende melkquotum zou hebben bestaan, gold dit dan ook als in plaats van pacht sprake is van erfpacht? Als dat zo was, dan is dat een argument voor een aanspraak van de erfverpachter op aan de erfpachter toegekende fosfaatrechten volgens dezelfde uitgangspunten als volgens het arrest
ASR/Qualmde verpachter een aanspraak op de pachter heeft.
fosfaatrechtenen agrarische erfpacht. Bij mijn weten bestond er tot zeer onlangs omtrent dat geval nog geen rechtspraak. Ook literatuur die de vraag bespreekt, is er niet, als ik het goed zie. De mogelijkheid van een aanspraak van de erfverpachter ter zake van aan de erfpachter toegekende fosfaatrechten wordt in de literatuur slechts
aangeraakt. [19]
Relevante verschillen tussen pacht en erfpacht
ASR/Qualm-arrest voor pacht. Dat nee-tenzij ziet niet maar alleen op de eventuele verdeelsleutel (ook in beginsel 50/50?), maar ook op de voorafgaande vraag of de erfverpachter hoe dan ook enige aanspraak ter zake van het aan de erfpachter toegekende fosfaatrecht toekomt (vergelijk het hiervoor 2.4 naar aanleiding van melkquotum gemaakte onderscheid tussen beide vragen). Volgens het hof heeft de erfverpachter in beginsel géén aanspraak. In het vervolg van zijn arrest nuanceert het hof dit intussen wel. In de eerste plaats met het oog op erfpacht voor 25 jaar of korter, vanwege de overeenkomstige toepasselijkheid van het de wettelijke regels met betrekking tot pacht op dat geval volgens art. 7:399d BW. In de tweede plaats voor erfpacht langer dan 25 jaar in gevallen waarin de afgesproken canon en overige bedingen niet materieel gunstiger zijn voor de erfverpachter dan bij een reguliere of geliberaliseerde pachtovereenkomst van langer dan 12 jaar.
ASR/Qualm-arrest ook voor erfpacht moeten gelden, spreekt mijns inziens vanzelf. De wetgever heeft agrarische erfpacht voor 25 jaar of korter geheel gelijk aan pacht willen behandelen en de wettelijke regels met betrekking tot pacht op dat geval van overeenkomstige toepassing verklaard. In het verlengde daarvan behoort dit dan ook voor het rechterlijk aanvullend recht van
ASR/Qualmte gelden
.Intussen komen bij mijn weten dergelijke kortdurende erfpachtrechten in de praktijk nauwelijks voor. Art. 7:399d BW is belangrijk om ontduiking van het dwingende pachtrecht via de route van kortdurende erfpacht te voorkomen. Maar in verband met het bestaan van de bepaling en haar voorganger van art. 59 Pachtwet Pro (oud), kiest en koos de praktijk niet of bijna niet voor erfpacht van 25 jaar of korter.
ASR/Qualm [37] in twee argumenten in onderlinge samenhang.
ASR/Qualmvoor een aanspraak van de verpachter is dat de grond en/of gebouwen na het einde van de pachtovereenkomst zonder fosfaatrechten potentieel minder goed te exploiteren zullen zijn. [40] Dat tweede argument krijgt in het vervolg van het arrest de nadere duiding dat de onroerende zaak potentieel minder waarde heeft. [41] Inderdaad is dit laatste eenvoudig de keerzijde van het eerste. Mijns inziens geldt in dit verband opnieuw dat de gebruikstitel, erfpacht in plaats van pacht, het verschil niet maakt. De eigenaar heeft aan de pachter respectievelijk erfpachter ter beschikking gesteld een onroerende zaak die destijds zonder fosfaatrechten ten behoeve van de melkveehouderij kon worden geëxploiteerd. Aan het einde van de pacht respectievelijk erfpacht komt de onroerende zaak weer ter beschikking van de eigenaar, maar als gevolg van de invoering van het fosfaatrechtenstelsel is exploitatie van de onroerende zaak ten behoeve van opnieuw de melkveehouderij niet langer zonder meer mogelijk. De eigenaar zelf, een koper en ook een nieuwe pachter of erfpachter die de zaak ten behoeve van de melkveehouderij zou willen exploiteren, zal fosfaatrechten moeten aankopen. Dit drukt de waarde van de onroerende zaak. [42]
ASR/Qualmook voor erfpacht kunnen of moeten gelden, dunkt mij echter beperkt. Een gunstiger juridische positie van de
erfpachteris vanzelfsprekend geen argument tegen een aanspraak van de
verpachterter zake van productierechten.
het op zichzelf juiste elementin het tussenarrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 16 juni 2026. In de uitwerking van dat element is het hof echter mijns inziens (veel) te ver doorgeschoten, doordat het voor een aanspraak van de erfverpachter de eis stelt van volledige ‘pachtgelijkheid’, in de zin dat de canon en overige bedingen waaronder het erfpachtrecht is gevestigd, niet materieel gunstiger voor de erfverpachter mogen zijn dan bij een reguliere of geliberaliseerde pachtovereenkomst van langer dan 12 jaar. Dat het hof met de formulering ‘niet materieel gunstiger’ inderdaad volledige pachtgelijkheid bedoelt, blijkt uit het (uitvoerige) kopje boven rechtsoverweging 5.13 van het tussenarrest van het hof: ‘De ASR/Qualm-arresten gelden niet voor erfpacht, tenzij de voorwaarden materieel gelijk zijn aan pachtovereenkomsten waarop ASR/Qualm ziet’.
ASR/Qualm [45] met betrekking tot pacht in beginsel ook in het geval van agrarische erfpacht gelden. Dat geldt mijns inziens niet alleen voor de vraag of de erfverpachter een aanspraak ter zake van de aan de erfpachter toegekende fosfaatrechten heeft, maar ook voor de verdeelsleutel volgens welke de waarde van de fosfaatrechten tussen partijen wordt verrekend. De twee argumenten in onderlinge samenhang voor een aanspraak van de verpachter ter zake van fosfaatrechten gaan in gelijke mate op in het geval van erfpacht (hiervoor 2.22-2.24). Dat neemt niet weg dat erfpacht en pacht verschillende rechtsfiguren zijn, maar de verschillen tussen erfpacht en pacht rechtvaardigen niet een andere benadering (hiervoor 2.25 e.v.). Een zodanige overeenkomstige toepassing van de regels voor pacht op agrarische erfpacht sluit bovendien aan bij de meeste rechtspraak en literatuur met betrekking tot melkquotum (hiervoor 2.2 e.v.). Kortom, als algemene regel van aanvullend recht behoort te worden aangenomen dat de erfpachter van een hoeve, van minimaal 15 hectare grond of van een gebouw dat specifiek voor de melkveehouderij is ingericht en voor de uitoefening daarvan noodzakelijk, verplicht is de aan het erfpachtrecht toe te rekenen fosfaatrechten over te dragen aan de erfverpachter, tegen betaling van 50% van de marktwaarde daarvan aan de erfpachter. Bijzondere omstandigheden van het geval kunnen noodzaken tot afwijking van die regel, zoals dit ook in geval van pacht geldt.
ASR/Qualmin het geval van pacht [46] ) voor obligatoire overeenkomsten is geschreven (art. 6:213 BW Pro), terwijl erfpacht een beperkt recht op een onroerende zaak is. Via de schakelbepaling van art. 6:216 BW Pro is art. 6:248 lid 1 BW Pro immers op de erfpachtverhouding van overeenkomstige toepassing. [47]
ASR/Qualmop agrarische erfpacht gelden dus onverkort. Eventueel kan men de grens ook in het referentiejaar 1983 leggen, omdat toen duidelijk was dat in verband met overproductie (de zogenaamde melkplas en boterberg) door de toenmalige Europese Economische Gemeenschap maatregelen werden overwogen, wat dus vervolgens in 1984 gestalte kreeg in de vorm van de zogenaamde superheffing. [48]
ASR/Qualm.
ASR/Qualmheeft de erfverpachter geen aanspraak ter zake van het productierecht, omdat niet is voldaan aan de voorwaarde dat de langdurige terbeschikkingstelling van bedrijfsmiddelen door de eigenaar de toekenning van het productierecht mogelijk heeft gemaakt; op 2 juli 2015 moet daarom het erfpachtrecht reeds hebben bestaan. [50]