ECLI:NL:PHR:2026:704

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
24/03712
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138 SrArt. 461 SrArt. 10 EVRMArt. 11 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van rechtsvervolging voor demonstratie op bouwterrein wegens schending demonstratierecht

Op 20 mei 2021 vond een demonstratie plaats van Extinction Rebellion op het bouwterrein van een onderneming op de campus van een universiteit. De actievoerders protesteerden tegen de bouw van een kantoor vanwege de rol van de onderneming in het voedselsysteem en de invloed op de democratie. De verdachte en anderen beklommen een bouwkeet en een hijskraan, waar zij spandoeken ophingen.

De politie gaf de actievoerders de gelegenheid om vrijwillig het terrein te verlaten, waarna bij uitblijven van vertrek bekeuringen en aanhoudingen zouden volgen. Omstreeks 11:00 uur werden de actievoerders die niet vertrokken aangehouden en naar het cellencomplex gebracht. De verdachte werd door het hof ontslagen van alle rechtsvervolging wegens schending van het demonstratierecht zoals beschermd door artikel 10 en Pro 11 EVRM.

De advocaat-generaal stelde cassatieberoep in tegen dit ontslag, stellende dat het handelen van de verdachte laakbaar was en strafrechtelijk ingrijpen gerechtvaardigd. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, verwijzend naar een vergelijkbare zaak en bevestigde dat het demonstratierecht in deze context zwaarder woog dan strafrechtelijke sancties.

De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad was dat het middel faalde en dat er geen gronden waren voor vernietiging van het arrest van het hof. Hiermee werd het ontslag van alle rechtsvervolging gehandhaafd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag van alle rechtsvervolging wordt bevestigd wegens bescherming van het demonstratierecht.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer24/03712
Zitting7 juli 2026
CONCLUSIE
V.M.A. Sinnige
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte

1.Inleiding

1.1
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 26 september 2024 de verdachte ter zake van het primair en subsidiair bewezen verklaarde ontslagen van alle rechtsvervolging.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaken 24/03711, 24/03713 en 24/03714. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.
1.3
Het cassatieberoep is ingesteld door A.M. Hermelink, advocaat-generaal bij het ressortsparket Arnhem-Leeuwarden. G.K. Schoep, advocaat-generaal bij het ressortsparket Den Haag, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Namens de verdachte heeft W.H. Jebbink, advocaat in Amsterdam, een schriftuur houdende tegenspraak ingediend.

2.De zaak

2.1
Aan het arrest van het hof ontleen ik de volgende relevante feiten en omstandigheden. Op 20 mei 2021 vond er een demonstratie plaats van een groep actievoerders van Extinction Rebellion op het bouwterrein van [A] , een onderneming van [B] , op de campus van de [universiteit] . De actievoerders demonstreerden tegen de bouw van het kantoor vanwege de rol die – volgens de actievoerders – [B] heeft in het creëren en in stand houden van het voedselsysteem, onder andere door (financiële) beïnvloeding van belangrijke pilaren van de Nederlandse democratie zoals het onderwijssysteem en in het bijzonder de [universiteit] . Er werden leuzen geroepen en spandoeken en vlaggen opgehangen. Drie demonstranten, waaronder de verdachte, zaten/stonden op het dak van een bouwkeet en een aantal demonstranten is in een op het bouwterrein aanwezige hijskraan geklommen en heeft daar een spandoek opgehangen. De actievoerders zijn rond 05:30 uur het bouwterrein opgelopen. Rond 07:00 uur zijn er politieagenten naar het bouwterrein gestuurd. Met een woordvoerster die zich buiten het bouwterrein bevond is afgesproken dat de actievoerders die zich op het terrein bevonden tot 10:30 uur de kans hadden om vrijwillig het terrein te verlaten en dat de politie daarna een bekeuring wegens huisvredebreuk zou uitreiken. Verder is medegedeeld dat als de bouwwerkzaamheden langer stil moeten liggen, de actievoerders zouden worden aangehouden. Omstreeks 11:00 uur kwam het arrestatieteam ter plaatse. De actievoerders die zich op de bouwkeet en de hijskraan bevonden (en – zo begrijp ik – dus niet vrijwillig wilden vertrekken), zijn door de politie aangehouden en naar het cellencomplex in Arnhem gebracht.
2.2
Namens de verdachte en medeverdachten is een verweer strekkende tot ontslag van alle rechtsvervolging gevoerd, op de grond dat de aanhouding en vervolging in strijd is met het demonstratierecht zoals neergelegd in art. 10 en Pro 11 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). Het hof heeft in de zaken van de verdachte en twee andere medeverdachten op de bouwkeet (de zaken 24/03713 en 24/03714) een schending van art. 10 en Pro 11 EVRM aangenomen en de verdachten ontslagen van alle rechtsvervolging. De medeverdachte die zich op de hijskraan bevond (de zaak 24/03711) is door het hof veroordeeld tot een geldboete.

3.Het middel

3.1
Het middel komt met twee deelklachten op tegen de beslissing van het hof om de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging, in het bijzonder tegen het oordeel dat (i) het handelen van de verdachte niet als laakbaar gedrag kan worden beschouwd en (ii) het strafrechtelijk ingrijpen geheel achterwege had moeten worden gelaten.
3.2
Het middel komt overeen met dat in de zaak 24/03714 (ECLI:NL:PHR:2026:703). Om de redenen vermeld in mijn conclusie in die zaak, meen ik dat het middel faalt.

4.Slotsom

4.1
Het middel faalt in beide onderdelen.
4.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
4.3
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G