ECLI:NL:PHR:2026:75

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
24/02243
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in ontnemingszaak wegens onvoldoende gelegenheid tot verweer

Het gerechtshof Den Haag heeft in juni 2024 het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €258.710,95 en de betrokkene verplicht tot betaling van €242.460,95 aan de staat. Tevens is de maximale gijzelingstermijn vastgesteld op 1080 dagen.

De betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen dit arrest, met het middel dat hij onvoldoende gelegenheid zou hebben gehad om aan te voeren dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat hij andere strafbare feiten heeft gepleegd binnen de periode 2014-2016 bij een onderneming onder zijn leiding.

De Procureur-Generaal stelt dat uit de samenhangende strafzaak blijkt dat betrokkene en zijn raadsman wel degelijk gelegenheid hebben gehad om dit verweer te voeren. Het middel mist daarom feitelijke grondslag en faalt.

De conclusie is dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard zal worden op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende feitelijke grondslag voor het middel.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer24/02243 P
Zitting10 maart 2026
CONCLUSIE
P.H.P.H.M.C. van Kempen
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de betrokkene

1.Inleiding

1.1
Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 11 juni 2024 (rolnr. 22-002837-23) het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vastgesteld op € 258.710,95 en de betrokkene ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de staat van een bedrag van € 242.460,95. Het hof heeft de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd bepaald op 1080 dagen.
1.2
Er bestaat samenhang met de strafzaak tegen de betrokkene met nummer 24/02246. In deze zaak concludeer ik vandaag ook.
1.3
Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat in Arnhem, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

2.Waar het in cassatie om gaat

2.1
In deze ontnemingszaak heeft het hof geoordeeld dat er voldoende aanwijzingen zijn dat binnen [A] B.V, onder de feitelijke leiding van de verdachte (tevens betrokkene), in de periode van 1 januari 2014 t/m 3 november 2016 ten aanzien van meerdere werknemers met Oost-Europese namen strafbare feiten zijn gepleegd soortgelijk aan het in de onderliggende strafzaak bewezenverklaarde strafbare feit. Het middel houdt in dat de betrokkene onvoldoende in de gelegenheid is gesteld aan te (doen) voeren dat er waarom er onvoldoende aanwijzingen bestaan dat andere strafbare feiten door hem zijn begaan.
2.2
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

3.Het middel

3.1
Het middel bevat de klacht dat de betrokkene onvoldoende in de gelegenheid is gesteld aan te (doen) voeren dat en waarom er onvoldoende aanwijzingen bestaan dat andere strafbare feiten door hem zijn begaan.
3.2
De in het middel verwoorde eis is neergelegd in HR 29 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1523,
NJ2021/46 m.nt. Reijntjes r.o. 2.4.4. Uit de met de onderhavige ontnemingszaak samenhangende strafzaak waarin ik vandaag ook concludeer, blijkt zonder meer (zie de conclusie voor die strafzaak onder 3.20 en 4.5) dat de verdachte en zijn raadsman de gelegenheid hebben gehad aan te (doen) voeren dat en waarom er onvoldoende aanwijzingen bestaan dat de fraude zich ook tot andere werknemers met Oost-Europese namen heeft uitgestrekt. Het middel mist dan ook feitelijke grondslag.
3.3
Het middel faalt.

4.Afronding

4.1
Deze conclusie strekt ertoe dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG