Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het middel
NJ2021/46 m.nt. Reijntjes r.o. 2.4.4. Uit de met de onderhavige ontnemingszaak samenhangende strafzaak waarin ik vandaag ook concludeer, blijkt zonder meer (zie de conclusie voor die strafzaak onder 3.20 en 4.5) dat de verdachte en zijn raadsman de gelegenheid hebben gehad aan te (doen) voeren dat en waarom er onvoldoende aanwijzingen bestaan dat de fraude zich ook tot andere werknemers met Oost-Europese namen heeft uitgestrekt. Het middel mist dan ook feitelijke grondslag.