ECLI:NL:PHR:2026:94
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling eenvoudige belediging ambtenaar tijdens rechtmatige bediening
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf wegens eenvoudige belediging van een ambtenaar tijdens diens rechtmatige uitoefening van zijn bediening. De belediging bestond uit het uiten van het woord "kankermongool" tegen een hoofdagent die de verdachte staande hield in verband met een melding over een agressieve, dronken man.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte had bewezen verklaard dat de belediging plaatsvond tijdens de rechtmatige uitoefening van de bediening, omdat volgens hem geen redelijk vermoeden van schuld bestond en de fouillering onrechtmatig was. Het hof had geoordeeld dat de opsporingsambtenaren bevoegd waren de verdachte aan zijn kleding te fouilleren op grond van artikel 55b Sv, omdat hij weigerde zijn identiteit kenbaar te maken.
De Hoge Raad concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld dat sprake was van een rechtmatige uitoefening van de bediening. De verdachte was staande gehouden op grond van een melding en vertoonde duidelijke tekenen van dronkenschap. De fouillering was noodzakelijk voor de vaststelling van zijn identiteit. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen. Tevens merkt de Hoge Raad ambtshalve op dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden, maar dat dit geen aanleiding geeft tot vernietiging van het arrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot twee weken gevangenisstraf wegens eenvoudige belediging wordt bevestigd.