Conclusie
Nummer24/04490
Inleiding
feitelijke aanranding van de eerbaarheid" veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van honderd uren subsidiair vijftig dagen hechtenis, waarvan veertig uren subsidiair twintig dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen en een daarmee corresponderende schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
De klachten van het eerste middel
De bewezenverklaring en de bewijsvoering
zijn hand langs de zij heup van die [slachtoffer] te steken en
de bil van die [slachtoffer] vast te pakken en te betasten.”
De bespreking van het eerste middel
Het tweede middel
erg ‘aanrakerig’” wordt getypeerd. Dat deze omstandigheden onder het kopje ‘de persoon van de verdachte’ zijn geschaard, wijst er ook op dat deze omstandigheden niet zijn aangemerkt als ‘omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan’. Mede gelet op de algemene bewoordingen waarin de gedragingen van de verdachte zijn omschreven, leid ik uit de strafmotivering ook niet af dat het hof heeft aangenomen dat dit niet ten laste gelegde
strafbarefeiten betroffen die het in strafverzwarende zin in de strafoplegging heeft betrokken. Het hof heeft het kader omtrent het bij de strafoplegging betrekken van niet ten laste gelegde feiten dan ook niet miskend.